De resultaten van de enquête onder Nederlandse gemeenten gaven het al aan: er is nog niet genoeg zicht op de levens, knelpunten en wensen van nieuwe migranten uit Midden-, Oost- en Zuid-Europa. 61 procent van de ondervraagde gemeenten heeft geen beleid gericht op deze migranten. 'In een verdiepende studie bekijken we nu de situatie vanuit de migranten zelf. Het valt ons op dat zij vooral informatie zoeken via het informele circuit. Dit maakt hen kwetsbaar', vertelt onderzoeker Inge Razenberg van het Verwey-Jonker Instituut.

Binnen het thema Nieuwe migratie is het Kennisplatform bezig met een drieluik. Eerst wordt gekeken naar wat gemeenten al doen betreffende de nieuwe groep migranten, vervolgens worden migranten zelf bevraagd naar hun behoeften tijdens de verdiepende studie. Het geheel wordt bij elkaar gebracht met instrumenten voor integratiebeleid waarin alle gegevens samenkomen en gemeenten en instellingen een overzicht krijgen van werkzame elementen uit goede beleidsvoorbeelden. Dat zijn antwoorden op vragen als ‘Hoe zorg ik dat meer mensen zich inschrijven in het GBA?’ en ‘Wanneer bieden we migranten een taalcursus aan?’.

Informatie- en hulpbehoefte

‘Het leuke aan de verdiepende studie is dat we met de doelgroep zelf in gesprek gaan,’ vertelt Razenberg, ‘Het is belangrijk inzicht te krijgen in de informatiebehoefte van de nieuwkomers zelf en hun oordeel over hun leefsituatie. De verhalen krijgen nu echt een gezicht.’ De onderzoekers zijn momenteel bezig met het houden van focusgroepen met migranten uit Oost- en Zuid-Europa. ‘We spreken ook met migranten in kwetsbare posities, die bijvoorbeeld thuisloos zijn. Het is belangrijk om deze groepen in beeld te hebben en te weten waar hun informatie- en hulpbehoefte ligt.’

Juist deze groep migranten is lastig te bereiken, mede omdat deze vaak niet geregistreerd is in de gemeentelijke basisregistratie. Dat vraagt om creatieve manieren om deze migranten te benaderen en vooral out of the box-denken. ‘We kunnen niet gewoon een brief sturen naar hun woonadres om te vragen of ze deel willen nemen aan ons onderzoek. Maar met behulp van sleutelfiguren en migrantenorganisaties lukt het aardig om de migranten rond de tafel te krijgen.’

'De aansluiting tussen hoe informatie wordt aangeboden en hoe migranten informatie zoeken, verdient aandacht'

Informele circuit

De gesprekken draaien vooral om het achterhalen van problemen waar de migranten tegenaanlopen en hoe zij graag ondersteund willen worden door gemeenten, andere instanties of hun netwerk. 'Het valt ons nu al op dat zij vooral informatie zoeken via het informele circuit. Dit maakt hen kwetsbaar, want soms krijgen zij onjuiste informatie en dan kan er ook misbruik van ze worden gemaakt. Vooral laagopgeleide migranten vragen informatie via via en niet via de kanalen die gemeenten inzetten, zoals websites en brochures. De aansluiting tussen hoe informatie wordt aangeboden en hoe migranten informatie zoeken, verdient aandacht.’

De keuze om ook Zuid-Europese migranten bij het onderzoek te betrekken was snel gemaakt. ‘Vooral sinds de crisis in 2008 vestigen steeds meer migranten uit Zuid-Europa zich in Nederland’, legt Razenberg uit. ‘Zij zijn dus betrekkelijk nieuw, zeker vergeleken met Polen die hier al wat langer zijn. Dit betekent gelijk ook dat er nog weinig over deze groep nieuwe Zuid-Europeanen bekend is en het onderzoek hiernaar gering is. Wij willen graag bijdragen aan het opvullen van dit kennishiaat.’

Het blijft lastig om uitspraken te doen over het te voeren beleid met betrekking tot Europese migranten. Zij zijn EU-burgers, dus kunnen bijvoorbeeld niet verplicht gesteld worden om een inburgeringstraject te volgen. Daarnaast is het vaak niet duidelijk, ook niet voor de migrant zelf, of zij in Nederland blijven wonen. ‘Ons doel is om het vraagstuk rondom nieuwe migranten vanuit verschillende standpunten te onderzoeken. Tegelijkertijd geven we gemeenten die een gericht beleid op deze doelgroep willen voeren, handvatten om dit vorm te geven.’

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

6 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.