Sociale professionals hebben vaak het gevoel er alleen voor te staan als ze bij hun werk worden geconfronteerd met een complex dilemma. De nieuwe KIS-workshop ‘Hoe ga je als sociale professional om met morele dilemma’s in de praktijk?’ biedt kaders en een handelingsperspectief om die eenzaamheid te voorkomen.

Wat doe je als je ziet dat een gewaardeerde collega-jongerenwerker een homofobe uitlating doet op Facebook of Twitter? Wanneer een jongere van wie jij vertrouwenspersoon bent, je vertelt over een geweldsdelict waar hij bij betrokken was? Als kinderen niet willen deelnemen aan specifieke groepsactiviteiten vanwege hun culturele en/of religieuze achtergrond en opvoeding? Of op het moment dat een aantal jongeren van de ene op de andere dag niet meer komt opdagen in het wijkcentrum, nét nadat er een activiteit over de acceptatie van LHBTI’s werd georganiseerd?

Stuk voor stuk zijn dit casussen waar geen gemakkelijk oplossing voor bestaat. Bovendien is er in geen van bovenstaande gevallen slechts één goede reactie, en heeft elke manier van handelen andere gevolgen voor de doelgroep, directe collega’s, of de organisatie als geheel. Toch zijn sociale professionals, bijvoorbeeld jeugdwerkers, degenen die ‘iets’ moeten doen, een besluit moeten nemen. En dat kan knap lastig zijn – want baseer je je handelen op je eigen principes en waarden? Op die van je organisatie – als je die al helder voor ogen hebt? Of op die van de jongere(n) of cliënten in kwestie?

Dergelijke ‘morele dilemma’s’ komen vaak voor in sociaal werk. Maar helaas zijn er meestal geen duidelijke kaders voor hoe een professional hiermee om kan gaan. De nieuwe KIS-workshop ‘Hoe ga je als sociale professional om met morele dilemma’s in de praktijk?’ geeft sociale professionals en hun leidinggevenden concrete handvatten en kaders om de dilemma’s bespreekbaar te maken en die werkwijze te borgen in hun organisatie.

Wil je meer weten over deze workshop en de workshop wellicht volgen met je collega's? Neem dan contact op met een van onze experts, Annemarie van Hinsberg of Sahar Noor.

Professionele Eenzaamheid

Op het moment dat sociaal werkers worden geconfronteerd met een moeilijk dilemma, ervaren zij vaak ‘professionele eenzaamheid’. Dat blijkt onder meer uit dit onderzoek van adviseur maatschappelijke vraagstukken Naima Azough, dat deels de aanleiding vormde voor het ontwikkelen van deze workshop. Die eenzaamheid bestaat bijvoorbeeld uit het gevoel de enige in het team zijn met een bepaald probleem. Het komt ook voor dat sociaal werkers zich onvoldoende gesteund voelen door collega’s, omdat ze verwachten dat ze op fundamentele punten te veel van mening verschillen met anderen. Tot slot kan het zelfs zo zijn dat de professional geen idee heeft wat te doen, omdat de organisatie geen handelingsperspectief biedt of geen gedeelde visie uitdraagt – wat de handelingsverlegenheid vergroot.

Volgens KIS-projectleiders en trainers Annemarie van Hinsberg en Sahar Noor, ontwikkelaars van de workshop, is het juist vanwege die eenzaamheid zaak om ervaringen uit te wisselen met collega’s en op een gestructureerde manier in gesprek te gaan – en te blijven – over morele dilemma’s. ‘Alleen op die manier komt er aan het licht wat er eventueel mist en dus nodig is binnen een organisatie om de professionele eenzaamheid en handelingsverlegenheid te verkleinen’, stelt van Hinsberg.

Tekst gaat verder onder de video.

‘Dilemmatafel’

Sociale wijkteams, jeugdwerkorganisaties, en andere sociaal werkorganisaties zouden bijvoorbeeld eens in de paar weken een moment kunnen plannen om dilemma’s te bespreken. ‘Je zou zoiets een ‘dilemmatafel’ kunnen noemen’, zegt Van Hinsberg. ‘Als er maar structureler iets wordt georganiseerd waar tijd en ruimte is om over morele dilemma’s in gesprek te gaan.’

Het maakt vervolgens wel uit hoe je zo’n gesprek insteekt. Welke structuur werkt? Hoe komt een team of organisatie echt verder? Ook dit is waar de workshop van pas komt.

De workshop is verdeeld in drie onderdelen, vertelt trainer Sahar Noor. Die onderdelen kunnen ook de basis vormen voor besprekingen binnen organisaties. Deel een (‘praten’) bestaat uit het reflecteren op individueel niveau. Wat zijn mijn normen en waarden, en wat betekent dat voor concreet dilemma x? Deel twee (‘duiden’) gaat naar een hoger abstractieniveau en toetst de eigen normen en waarden aan beroepskaders en -codes binnen en buiten de organisatie, inclusief wet- en regelgeving. In het laatste deel (‘doen’) wordt tot actie overgegaan en worden gemaakte afspraken uitgezet.

Die afspraken moeten uiteindelijk worden geborgd in een organisatie, om te voorkomen dat het gesprek over morele dilemma’s slechts incidenteel wordt gevoerd en afhankelijk is van een of enkele initiatiefrijke professionals. ‘Om die reden kan het zinvol zijn als teamleiders en managers de workshop ook volgen’, besluit Van Hinsberg.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

3 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.