Veel Poolse en Bulgaarse ouders en kinderen zijn kort in Nederland. Dit levert bij velen van hen typische ‘nieuwkomersproblemen’ op, bijvoorbeeld op school. Welke kwesties verdienen prioriteit in het ondersteunen van deze Europese migranten? Die vraag stelde Kennisplatform Integratie & Samenleving aan vrijwilligers rondom deze gezinnen.

De vrijwilligers, die voornamelijk met ouders en kinderen in taalscholen werken, stellen in het onderzoek dat het allereerst belangrijk is dat er wordt geïnvesteerd in het overbrengen van goede informatie over het Nederlandse onderwijssysteem. Zo zijn er ouders die niet weten op welke leeftijd hun kind naar school moet. Ouders moeten daarom in de voorschoolse periode al informatie krijgen. Ook scholen kunnen meer doen: investeren in contact met ouders en kinderen, eventueel door gebruik te maken van tolken of ouders die dezelfde taal spreken.

Taalles online of in het weekend

Door lange werkdagen van ouders en soms de hoge kosten, leren ouders de Nederlandse taal te weinig. De vrijwilligers adviseren daarom om op andere manieren (bijvoorbeeld online), op andere tijdstippen (avonden of weekenden) en op andere plekken Nederlandse les aan te bieden. Een mogelijke locatie is bijvoorbeeld Poolse taalscholen waar ouders met hun kinderen al komen.

Hoeveel Poolse en Bulgaarse kinderen zijn er in Nederland?

Ruim 32.000 kinderen van Poolse en ruim 6.000 kinderen van Bulgaarse herkomst tot twintig jaar woonden op 1 januari 2015 in Nederland. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Het aantal Poolse kinderen is sinds 2005 meer dan verdrievoudigd. Het aantal Bulgaarse kinderen verzesvoudigd. Bijna veertig procent van de kinderen met Poolse wortels en ruim de helft van de kinderen van Bulgaarse herkomst kwamen zelf als migrant naar Nederland. De rest is hier geboren. Niet alle kinderen zijn dus nieuwkomers. Wel zijn ouders vaak relatief kort in Nederland.

Docenten hebben meer kennis nodig

Vrijwilligers signaleren dat sommige leerkrachten een tweetalige opvoeding afraden omdat het een negatief effect zou hebben op het aanleren van de Nederlandse taal. Voor kinderen uit EU-landen is het echter juist belangrijk om de eigen taal te behouden, zowel vanuit het oogpunt van identiteit, eventuele terugkeer als voor de communicatie met de ouders. Ook komt naar voren dat docenten weinig beseffen dat deze kinderen nog moeten wennen aan het nieuwe land. Leerkrachten hebben daarom meer kennis of vaardigheden nodig om het opvoeden en opgroeien in Nederland goed te ondersteunen, aldus de vrijwilligers.

Taalonderwijs tieners

Doordat tieners lange tijd bezig zijn met het aanleren van de Nederlandse taal in schakelklassen, komen ze in het onderwijs vaak niet meer op hun eigen niveau terecht. Met als gevolg dat deze jongeren niet meer gemotiveerd zijn of vroegtijdig uitvallen. De deelnemers aan het onderzoek wijzen erop dat dit niet in alle landen zo is: een ander systeem is het onderzoeken waard. Bijvoorbeeld een systeem waarbij leerlingen eerder met de reguliere vakken meedraaien. 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

2 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.