De ontmoeting met mensen van verschillende levensbeschouwingen kan een bijzondere en impactvolle ervaring zijn. Hierin liggen veel kansen voor het bijdragen aan een sterke pluriforme samenleving. Het staat vast dat er verschillende levensbeschouwingen in Nederland bestaan, en dat je dus vroeg of laat in aanraking komt met iemand van een andere levensbeschouwing. De vraag is hoe je daar vervolgens mee omgaat. Het interlevensbeschouwelijk programma Emoena van de Faculteit Religie & Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam richt zich op interlevensbeschouwelijke competenties en leiderschapsvaardigheden. Hannah Visser, promovenda aan de VU Amsterdam, doet onderzoek naar de impact van Emoena. In dit artikel beschrijft ze hoe je kunt handelen in contacten met mensen van een andere levensbeschouwing.

Religie en levensbeschouwing

Allereerst is het belangrijk om het te hebben over het woord levensbeschouwing. Regelmatig wordt in het gesprek over levensbeschouwelijke diversiteit alleen gesproken over religieuze mensen, maar religie en levensbeschouwing spelen in de levens van veel mensen een prominente rol, ook bij seculiere mensen. Ze gaan over de ultieme vragen en waarden en normen in het leven, maar vaak ook over hele dagelijkse beslissingen, zoals wat te eten, wanneer rust te nemen, welke kleding te dragen.

Levensbeschouwing betekent dus veel meer dan alleen religie; iedereen heeft een levensbeschouwing en voor sommigen is dat een meer georganiseerde levensbeschouwing terwijl anderen dat individueel en persoonlijk invullen. Wanneer we het dus hebben over levensbeschouwelijke diversiteit en interlevensbeschouwelijke ontmoetingen, is niemand neutraal of levensbeschouwingloos en maakt iedereen onderdeel uit van het gesprek. Het onderscheid tussen georganiseerde en persoonlijke levensbeschouwingen maakt ook inzichtelijk dat er veel verschillende levensbeschouwingen bestaan binnen één religie. We kunnen dus moeilijk in absolute termen praten over religies. We hebben het over mensen en hoe zij hun leven invullen.

Mensen kunnen op heel veel vlakken verbinding vinden en zich met elkaar verbonden voelen. Een religie kan een leidraad in iemands leven zijn die hopelijk leidt tot de omarming van de ander en niet tot het sluiten van een deur. Je zou jezelf veel moois ontzeggen - citaat uit interview met Emoena-deelnemer Yunus Meijerink op NieuwWij

Leergang Emoena

Wil jij je interlevensbeschouwelijke competenties en leiderschapsvaardigheden ontwikkelen? Emoena is een uniek leiderschapsprogramma voor professionals die in een context van levensbeschouwelijke diversiteit werken. Deelnemers zijn op zoek naar de kennis, vaardigheden en het netwerk om bruggen te bouwen tussen mensen en gemeenschappen die anders (of niet) geloven en praktiseren. De samenstelling van de groep is divers wat betreft gender, etniciteit, leeftijd, levensbeschouwing en ook professionaliteit. Naast religieuze voorgangers, geestelijk verzorgers en ambtenaren draaien er ook docenten mee aan het programma, en schooldirecteuren. Verspreid over een schooljaar komen dertig professionals van zeven verschillende religies en levensbeschouwingen tweewekelijks bij elkaar. In 2015 startte het programma in Frankrijk, sinds 2019 loopt het ook met succes in Nederland en in België.

Emoena is een Hebreeuws woord met als grondbetekenis vertrouwen, oprechtheid en betrouwbaarheid. Vanuit deze begrippen wil Emoena de deelnemers inspireren om vanuit hun unieke context bij te dragen aan een sterke en weerbare pluriforme samenleving. 

Meer weten? Kijk op www.emoena.nl of stuur een bericht naar m.moyaert@emoena.nl.

Interlevensbeschouwelijke competenties

Voor het bouwen van sterke en positieve relaties tussen mensen van verschillende levensbeschouwingen, moeten de betrokkenen hun interlevensbeschouwelijke competenties ontwikkelen; kennis, vaardigheden en kwaliteiten die nodig zijn voor een positieve en constructieve ontmoeting. Het is belangrijk om die competenties te ontwikkelen, want een positieve omgang met mensen van verschillende levensbeschouwing helpt om vooroordelen, stereotypen en discriminatie te verminderen. De volgende competenties komen in veel literatuur over interlevensbeschouwelijke ontmoetingen terug:

1. Kennis
Ten eerste is het essentieel om kennis over de verschillende levensbeschouwingen in Nederland te ontwikkelen. Vaak wordt binnen deze competentie het belang van ‘waarderende kennis’ benadrukt: het punt is niet om de aspecten aan een levensbeschouwing te identificeren die jou niet aanspreken, maar om juist de aspecten te herkennen en benoemen die je waardeert. Doe kennis op van gebruiken, tradities, teksten en rituelen. De nadruk ligt hierbij op ‘geleefde religie’: de kennis over hoe aspecten van ieders levensbeschouwing een rol spelen in hun dagelijks leven.

2. Taal
Betrokkenen moeten werken aan het ontwikkelen van hun taal zodat die geen (levensbeschouwelijke) perspectieven uitsluit. Dit vraagt om een zekere sensitiviteit voor de woorden die gevoelig kunnen liggen voor andere levensbeschouwingen. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van het woord ‘God’ of ‘bidden’. Voor sommigen kunnen deze woorden steun bieden, terwijl ze voor anderen juist afstand creëren.

3. Reflectie
Ten derde is het voor het omgaan met (levensbeschouwelijke) diversiteit belangrijk om kritisch te reflecteren op de eigen positie in de samenleving en de invloed die dat heeft op de ontmoeting met de ander. Welke waarden en normen zijn essentieel in mijn leven en hoe draag ik dat uit? Uit welke aspecten bestaat mijn identiteit en welke privileges geniet ik daardoor? Wat is mijn levensbeschouwing en hoe bepaalt die hoe ik mij in de samenleving kan bewegen?

4. Gesprek
Daarnaast moet men in dialoog moeten kunnen en willen gaan met de levensbeschouwelijke ander. Dat vraagt om bepaalde vaardigheden, zoals bijvoorbeeld de vaardigheden om te luisteren naar de ander, de vaardigheden om verschillen en overeenkomsten te identificeren daarover op een constructieve manier in gesprek te gaan, de vaardigheid om zich bewust te zijn van eigen aannames en hoe die invloed hebben op het gesprek.

5. Empathie
Betrokkenen proberen tijdens een ontmoeting het levensbeschouwelijk perspectief van de ander te begrijpen en van elkaar te leren vanuit een nieuwsgierige en open houding. Centraal staat hierbij de empathie voor de ander: probeer je te verplaatsen in het perspectief van de ander en tegelijkertijd te erkennen dat die ander niet altijd in jouw eigen framework past.

6. Leiderschap en actie
Ten slotte wordt vaak genoemd dat de omgang met interlevensbeschouwelijke diversiteit niet alleen tussen twee personen zou moeten blijven, maar dat men moet streven om vanuit die interlevensbeschouwelijke ontmoeting positieve veranderingen teweeg te brengen in de samenleving als geheel. Dit wordt vaak leiderschap genoemd. Amerikaanse onderzoeker Eboo Patel heeft een interessant boek geschreven over de kennis, vaardigheden en kwaliteiten van een interlevensbeschouwelijk leider: Interfaith Leadership: A Primer (2016).

Positieve verandering

Het omgaan met levensbeschouwelijke diversiteit vraagt dus aan de ene kant om een kritische zelfreflectie en zelfontwikkeling. Aan de andere kant vraagt het om het actief ontmoeten van de ander en vanuit empathie met de ander in gesprek gaan. Ten slotte wordt vaak benadrukt dat de interlevensbeschouwelijke ontmoeting niet alleen tussen die twee partijen moet blijven, maar dat het juist gaat over leiderschap en het inspireren en aansporen van anderen om positieve verandering in de samenleving teweeg te brengen. Daarmee kunnen we langs levensbeschouwelijke lijnen aan een sterke en pluriforme samenleving bouwen.

Tekst: Hannah Visser
Foto: deelnemers Emoena

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

6 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.