Mensen blijken meer geneigd te zijn Franse wijn te kopen als ze Franse muziek horen. En bij Duitse muziek kopen mensen meer Duitse wijn. Maar het werkt alleen als mensen zich hier niet bewust van zijn. In de sociale psychologie noemen ze dit effect ook wel priming. Discriminatie, vooroordelen en stereotypen kunnen ook door middel van priming verminderd worden. KIS-onderzoekers Hanneke Felten en René Broekroelofs bestudeerden meer dan 100 wetenschappelijke studies en zochten uit hoe priming werkt. Hun rapport is nu verschenen. In dit artikel beantwoorden zij de 5 meest prangende vragen over priming.

Wat is priming eigenlijk?
Priming is kort gezegd het (on)gemerkt beïnvloeden van mensen zodat ze ander gedrag gaan vertonen, anders gaan denken, of zich anders gaan voelen. Priming betekent dat je bepaalde kennis activeert, zonder dat een persoon dit zich bewust realiseert: er wordt een bepaalde associatie geactiveerd en die wordt automatisch toegepast bij ongerelateerde andere dingen, mensen of gebeurtenissen. Of simpel gezegd: door priming krijg je een prikkel die je onbewust doet denken aan iets en hierdoor reageer je anders, maar zonder daar bewust bij stil te staan. Want, veel van ons denken verloopt automatisch; je hoeft niet bewust na te denken over bijvoorbeeld tandenpoetsen of de weg naar huis vanaf je werk. Door priming stuur je mensen subtiel in een bepaalde richting, zonder dat ze daar bewust over na hoeven te denken of dat dit veel moeite kost.

Mag priming eigenlijk wel? Is het wel ethisch verantwoord?
Logisch lijkt dat priming alleen toegepast moet worden in situaties waarin deelnemers weten dat het de bedoeling is dat zij iets nieuws leren of waarin het nemen van zo goed mogelijke beslissingen (zonder vooroordelen en stereotypen) hun doel is. Priming zou dus eigenlijk alleen toegepast worden in situaties waarbij dit aansluit bij de doelstelling die deelnemers zelf hebben. Denk bijvoorbeeld aan een sollicitatiecommissie die wil voorkomen dat onbewuste stereotypen een rol spelen bij de selectie. Of aan scholing voor professionals in de zorg die niet willen dat onbewuste stereotypen en vooroordelen een rol spelen bij hulpverlening aan een diverse groep patiënten. Op die manier kan priming een manier zijn om mensen die minder willen discrimineren en niet willen afgaan op hun (onbewuste) discriminatie en vooroordelen, te helpen hiermee.

Maar werkt priming? Is het effectief?
Dat hangt er vanaf over welke vorm van priming het gaat. Er zijn verschillende vormen van priming die vooroordelen, stereotypen en discriminatie kunnen verminderen en waarvoor bewijs is gevonden dat dit kan werken onder specifieke voorwaarden. Dat blijkt uit onderzoeken, gedaan in een wetenschappelijke setting. Er zijn geen onderzoeken gevonden van (grootschalige) veldstudies; studies waarbij bijvoorbeeld leerlingen op school, medewerkers in een bedrijf of buurtbewoners in hun eigen omgeving (bijvoorbeeld de klas, het werk of de buurt) zijn blootgesteld aan priming met als doel hun vooroordelen en stereotypen te verminderen en/of om hen minder te laten discrimineren. Dit type onderzoeken lijkt nog niet te bestaan en dat maakt de bewijskracht van priming een stuk zwakker. Labonderzoek geeft namelijk inzicht in όf iets kan werken en hoe het werkt, maar niet in de grootte van het effect in de praktijk. Dat zou kunnen betekenen dat iets dat werkt in het lab, in het echte leven slechts een klein effect heeft. Maar wat we dus wel weten is dat verschillende vormen van priming zouden kunnen werken om vooroordelen, stereotypen en discriminatie te verminderen. En welke voorwaarden belangrijk zijn om dit effect te bereiken.

Het zou erg interessant zijn als de praktijk meer gaat experimenteren met priming in het verminderen van discriminatie

Kun je een voorbeeld noemen van priming dat zou kunnen werken?
We noemen in ons rapport vier vormen van priming waarvan we verwachten dat deze zouden kunnen werken in de praktijk. Een voorbeeld: out-of-the-box denken ofwel niet-routinematig denken kan geprimed worden. Dat betekent dat deelnemers eerst een creatieve opdracht doen (bijvoorbeeld een theaterimprovisatie-opdracht of iets schilderen) waarbij zij out-of-the-box denken en daarna een andere taak krijgen. Bij die tweede taak hanteren zij dan minder stereotypen. Dat komt omdat ze tijdelijk (dus op korte termijn) in een bepaalde mindset terecht zijn gekomen; een mindset van out-of-the-box denken. Dit niet-routinematige denken kan worden beschouwd als het omgekeerde van stereotiep denken; stereotiep denken betekent juist afgaan op je eerste associatie terwijl out-of-the-box denken betekent dat je juist niet kiest voor dat wat voor de hand ligt. Voor deze vorm van proces priming is onderbouwing gevonden in verschillende studies. Het zou daarmee interessant kunnen zijn voor situaties waarin mensen beoordeeld worden op hun capaciteiten. Denk weer aan een sollicitatiecommissie. Voordat zij brieven gaan selecteren, zouden ze het ‘out of the box’ denken kunnen stimuleren.

Wat raden jullie mensen aan die werken aan de aanpak van discriminatie?
Het zou erg interessant zijn als de praktijk meer gaat experimenteren met priming in het verminderen van discriminatie. Uiteraard wel met inachtneming van alle ethische aspecten (zie eerste vraag). Want nu blijft deze methode als het ware liggen in de wetenschappelijke ivoren toren, terwijl de praktijk er baat bij zou kunnen hebben. Zeker gezien de hardnekkigheid van discriminatie; het is een veelvoorkomend probleem waarbij we op zoek moeten naar vernieuwende aanpakken om dit probleem écht te tackelen.

Bekijk het rapport

Anderen bekeken ook

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Ik heb hier in mijn leven heel veel gebruik van gemaakt. In combinatie met het stellen van open vragen werkt het fantastisch. Alleen ik noem het anders. Het is een manier om tot een open gesprek te komen. Ik heb het in de praktijk geleerd. Eerst via een verkooptraining waar het stellen van open vragen een van de onderdelen was. Later via een opvoedingstraining waarin het benoemen van emoties centraal stond. Onze kinderen passen het ook toe. Ik heb als directeur en als accountant gewerkt en de techniek in adviesgesprekken toegepast. Ook bij bestuurlijk werk op het gebied van beleid van het ministerie van I&M heb ik het veel toegepast. U zou veldonderzoek kunnen doen. Zowel in de politiek als in het bedrijfsleven zijn er veel mensen die, lijkt mij, hetzelfde doen. M.i. zou het overal kunnen werken, maar het is mogelijk dat de cultuur dat belet. Namelijk door het manipulatie te noen=men. Dat is het niet. Het is een manier om tot open gesprekken te komen. Ik noem een voorbeeld. Ik heb veel met MBO en HBO stagiaires gewerkt. De MBO stagiares gingen in Utrecht op Kanaleneiland naar school. Een van mijn 1e vragen was vaak: 'Welke taal spreek je straks als je weer thuiskomt'. Dat gaf aanleiding tot een rood hoofd en e.d. Vervolgens zei ik dat ik thuis nooit Nederlands spreek maar altijd dialect. Dan was het ijs zodanig gebroken dat er gesprekken met diepgang volgden. Wie een confronterende vraag niet durft te stellen, bang om discriminerend te zijn, komt minder gemakkelijk tot een open gesprek. Hartelijke groet, Toine Goossens

Jouw bijdrage

7 + 13 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.