‘Er zijn geen uitreizigers meer en er wordt veel minder over radicalisering gesproken, maar dat betekent niet dat jongeren niet meer radicaliseren. De voedingsbodems voor radicalisering, het gedachtegoed en de propaganda  zijn niet verdwenen’, stelt Rozetta Meijer van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS), dat een onderzoeksinstrument heeft ontwikkeld voor gemeenten om de voedingsbodems voor radicalisering in kaart te brengen. In Zwolle is het onderzoek net afgerond.

‘Natuurlijk zijn er landelijke rapporten over radicalisering beschikbaar, maar dan weet je nog niet in hoeverre dat lokaal speelt’, verduidelijkt Silvan Hijlkema, strategisch adviseur veiligheid bij de gemeente Zwolle. ‘Professionals in wijken en buurten horen veel, maar wij wilden graag weten wat er echt in de hoofden van jongeren omgaat. Het gaat juist ook om jongeren die niet bij jongerenwerk of politie in beeld zijn.’

‘Om te voorkomen dat we onnodig drukte gaan maken is het goed om een feitelijk beeld te hebben van onze jongeren’

Juist met een gevoelig onderwerp zoals radicalisering is het volgens Hijlkema belangrijk om het beleid te baseren op feiten. ‘De neiging is om snel allerlei zaken op poten te zetten, terwijl we al heel veel doen in onze stad. Om dit te voorkomen is het goed om een specifiek feitelijk beeld te hebben van onze jongeren.'

Preventief

De gemeente besloot daarom het onderzoeksinstrument Zicht op Radicalisering van KIS in te zetten. Een instrument ontwikkeld om juist de voedingsbodems voor radicalisering in kaart te brengen. ‘Al in 2015 bleek dat gemeenten behoefte hadden om preventief in te grijpen om radicalisering te voorkomen’, verduidelijkt KIS-onderzoeker Rozetta Meijer. Onderzocht werd vervolgens wat de factoren zijn die jongeren vatbaar kunnen maken voor radicalisering en hoe deze factoren gemeten kunnen worden. Dit resulteerde in de doorontwikkeling van het instrument met een pilot in Amsterdam. ‘We hebben veel aandacht besteed aan de vraagstelling omdat we uiteraard willen voorkomen dat jongeren zich gestigmatiseerd zouden voelen.’

‘We hebben veel aandacht besteed aan de vraagstelling: we willen voorkomen dat jongeren zich gestigmatiseerd voelen.’

Enquête

Het Verwey-Jonker Instituut en Bureau Beke hebben in Zwolle een enquête gehouden onder 454 jongeren tussen de 14 en 17 jaar. Rozetta Meijer: ‘Het instrument richtte zich initieel op radicalisering van moslimjongeren. De wens van de gemeente Zwolle was om ook de voedingsbodem van rechts-extremisme te onderzoeken. Dit thema hebben we vervolgens toegevoegd. We hebben de jongeren in de enquête onder andere ook vragen gesteld over hun houding ten aanzien van andere bevolkingsgroepen.’

Lees de evaluatie van het instrument: Het onderzoeksinstrument ‘Zicht op radicalisering’ combineert kwalitatieve en kwantitatieve methodieken. Een onderdeel van het instrument is de afname van een vragenlijst onder jongeren. Deze vragenlijst is op meerdere manieren getest. Tijdens de inzet van het instrument in Zwolle testten we de betrouwbaarheid van de vragenlijst nogmaals, nu tijdens de afname onder een grote groep jongeren. Ook brachten we in kaart wat de beste randvoorwaarden zijn voor het afnemen van de vragenlijst. Lees de resultaten in het rapport Zicht op radicalisering. Een evaluatie van de enquête onder scholieren.

 

Onderzoekers hebben vervolgens in 24 klassen op drie verschillende scholen (vmbo, havo en vwo) in Zwolle de enquête afgenomen. De jongeren zijn vragen gesteld over de thuissituatie en opvoeding, over in hoeverre ze zich thuis voelen in Nederland, over religie, over het vertrouwen in instituties als politiek, media, politie en jongerenwerk. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met professionals en informele sleutelfiguren in Zwolle.

Geen zorgelijke situatie

Dit alles resulteerde in het rapport Voedingsbodems voor radicalisering in Zwolle. Prevalentie en implicaties voor beleid, gepubliceerd op de site van het Verwey-Jonker Instituut. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een zorgelijke situatie in Zwolle. Voedingsbodems voor radicalisering komen slechts in beperkte mate voor. Maar, er zijn wel degelijk punten die aandacht verdienen, stelt Rozetta Meijer. ‘Een klein deel van de jongeren met een migratieachtergrond is kwetsbaar. Het is goed om in beleid aandacht te besteden aan zaken als ervaren achterstelling, aan wij-zij denken en aan de thuissituatie.’

‘Een kwart van de ondervraagde jongeren in Zwolle is negatief over vluchtelingen’

Opvallend is ook dat een kwart van de ondervraagde jongeren in Zwolle negatief over vluchtelingen denkt. Rozetta Meijer: ‘Dit heeft waarschijnlijk te maken met het publieke debat over dit thema. Verder bleek ook dat een vijfde van de jongeren met een autochtone afkomst negatief denkt over migrantengroepen.’ De onderzoekers raden de gemeente dan ook aan om in het preventiebeleid ook aandacht te besteden aan rechts-radicalisme.

Beleid tegen radicalisering

Het onderzoeksinstrument is volgens Rozetta Meijer bij uitstek geschikt om het antiradicaliseringbeleid ‘handen en voeten te geven.’ ‘Vorig jaar bleek nog uit een onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie dat verschillen tussen gemeenten groot zijn en dat de helft van de gemeenten nog geen antiradicaliseringbeleid voert. Veel gemeenten weten vaak ook niet waar te beginnen. Dit instrument kan daar bij helpen.’ Ze benadrukt dat het niet nodig is om vervolgens allerlei nieuw beleid te ontwikkelen. ‘Gemeenten en onderwijs doen vaak al ontzettend veel. Maar, is het goed om te weten waar de focus moet liggen.’

‘Vorig jaar bleek nog uit een onderzoek van de Inspectie Veiligheid en Justitie dat de helft van de gemeenten geen antiradicaliseringbeleid voert.’

Het feit dat in het publieke debat de aandacht voor radicalisering is afgenomen en dat er nauwelijks meer mensen naar Syrië uitreizen, betekent volgens Meijer zeker niet dat radicalisering onder jongeren is gestopt. ‘De voedingsbodems zijn er nog, evenals het gedachtengoed en propaganda. Gemeenten moeten daar de ogen niet voor sluiten en aandacht voor radicalisering zeker niet laten verslappen.’

Grondige analyse

Veiligheidsadviseur Hijlkema is blij met het grondige analyse van de situatie in de gemeente Zwolle. ‘We hebben veel energie gestoken in de voorbereiding en in gesprekken met de scholen. Ook ouders zijn geïnformeerd. Het is belangrijk om daarin te investeren. Zorgvuldigheid gaat voor snelheid bij dit soort thema’s. Maar de samenwerking verliep erg goed, scholen hebben er uiteraard ook belang bij om kwetsbare jongeren binnen boord te houden. En wij hebben nu een goed onderbouwd beeld waar we in het beleid echt wat mee kunnen.’

Aanbevelingen voor de gemeente Zwolle:
  • Verbreed het beleid aangaande radicalisering, zodat dit niet alleen gewelddadig jihadisme maar ook links- en rechtsextremisme omvat.
  • Investeer in preventief beleid in alle domeinen als cultuur, onderwijs, jeugd, sociale wijkteams, sport, werk, participatie en veiligheid.
  • Besteed aandacht aan het voorkomen van, en het omgaan met discriminatie onder jongeren.
  • Integreer het tegengaan van wij-zij denken in bestaand beleid en initiatieven.
  • Investeer in diversiteits-sensitief werken binnen de sociale wijkteams om ouders met een migratieachtergrond beter te bereiken en beter bij hun hulpvraag aan te sluiten.
  • Onderzoek in hoeverre initiatieven die een bijdrage (kunnen) leveren aan het vergroten van het vertrouwen van jongeren in instituties (bijvoorbeeld jongerenraden, democratiespelen, en lessen mediawijsheid) daarin slagen en in hoeverre zij de juiste doelgroepen bereiken.
  • Communiceer helder over de wijze waarop professionals melding kunnen maken van vermoedens van radicalisering (bij wie, waar, hoe).

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

9 + 8 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.