Steeds meer basisscholen willen vooroordelen, stereotypering en discriminatie aanpakken. Want ook onder kinderen in Nederland komen vooroordelen voor en kinderen met een migratieachtergrond lopen al op jonge leeftijd tegen discriminatie aan. KIS deed daarom een uitvoerig literatuuronderzoek en bestudeerde bijna 200 wetenschappelijke studies. We zetten hier concrete tips op een rij die voortkomen uit dit onderzoek.

Direct naar de publicatie

1. Begin al in de kleuterklas

Al op jonge leeftijd leren kinderen onderscheid te maken op grond van hun etnische achtergrond; zelfs peuters doen dit al. Dat komt omdat jonge kinderen het lastig vinden om elk kind als individu te zien. Ze maken onderscheid tussen mensen op grond van oppervlakkige kenmerken, waardoor verschillen tussen groepen mensen uitvergroot worden. Daarnaast zien kinderen in hun omgeving vooroordelen en nemen ze die over (imitatie). Ze leren dat ze tot een bepaalde groep behoren en ontwikkelen hun identiteit door het verschil te benadrukken ten opzichte van mensen uit andere groepen. De voorkeur om met kinderen uit ‘de eigen groep’ te spelen, zien we dan ook al op peuterleeftijd. Er lijkt zelfs een piek te zijn in vooroordelen bij kinderen in de kleuterleeftijd. Gedurende de basisschool kunnen deze vooroordelen weer iets afnemen of in ieder geval minder expliciet worden. Maar dit gaat niet vanzelf; hier heb je als leerkracht invloed op. Het afnemen van vooroordelen gebeurt bijvoorbeeld alleen als er in de klas duidelijke normen tegen discriminatie zijn.

Waarom is discriminatie voorkomen onder kinderen belangrijk?

Discriminatie kan ernstige gevolgen hebben voor kinderen, zowel op de korte als de lange termijn. Gediscrimineerd worden heeft in de kinderjaren een negatieve invloed op de mentale gezondheid en kan leiden tot sociale uitsluiting, pesten en slechtere schoolprestaties. Ook kan het zich soms uiten in pest- of ander ongewenst gedrag. Op latere leeftijd is er een verhoogde kans op lichamelijke klachten en middelengebruik. Veel van deze gevolgen komen mede door een negatief zelfbeeld dat kinderen door de vooroordelen van anderen over zichzelf vormen.

2. Stel altijd een duidelijke sociale norm

Voor iedere leeftijdsgroep is het belangrijk om duidelijke sociale normen te stellen. Dat betekent onder meer inzetten op een duidelijk ‘wij-gevoel’ als klas: iedereen hoort erbij. De leerkracht stimuleert het groepsgevoel van de klas maar benoemt hierbij ook dat verschillen in onder andere achtergrond en religie er zijn en dat dit oké is. Ook belangrijk is om als leerkracht in het eigen gedrag te laten zien dat je respectvol en goed omgaat met kinderen van een andere achtergrond dan jijzelf: zo stel je een duidelijke norm. Het duidelijk maken in woord en gedrag dat discriminatie niet geaccepteerd wordt op school, is bij iedere leeftijdsgroep belangrijk.

3. Heb je een diverse klas in de bovenbouw? Bevorder de samenwerking

Als kinderen met verschillende achtergronden bij elkaar in de klas zitten, dan heb je al een voordeel boven bijvoorbeeld ‘witte’ scholen. Maar met enkel een meer diverse klas ben je er niet: kinderen hebben de neiging om vriendschappen te ontwikkelen met kinderen met dezelfde achtergrond. Dus als leerkracht is het raadzaam om actief de vriendschappen te bevorderen tussen kinderen die van elkaar verschillen in achtergrond of religie. Doe bijvoorbeeld opdrachten met de klas waarbij je zelf als leerkracht de groepjes indeelt en zorgt dat de groepjes ‘divers’ zijn. Zorg vervolgens in de opdrachten dat de kinderen echt moeten samenwerken en dus afhankelijk van elkaar zijn om een goed resultaat te krijgen; bijvoorbeeld dat ieder kind een stukje informatie heeft waardoor de opdracht samen opgelost kan worden. Zo’n diverse groepsindeling kan bij taal- of rekenles maar ook bijvoorbeeld bij biologie. Herhaal dit regelmatig in verschillende vormen zodat kinderen leren samenwerken met andere kinderen die zij normaal minder snel opzoeken. Kinderen indelen in groepjes op grond van achtergrondkenmerken, zoals achtergrond of gender, werkt averechts als je vooroordelen en stereotypen wilt doorbreken.

4. Heb je een diverse klas in de onderbouw? Lees boeken voor met goede voorbeelden

Voor kinderen onder de acht, kan het ook helpen om boekjes voor te lezen over vriendschappen tussen kinderen die van elkaar verschillen in achtergrond of religie. Let op dat het geen boekjes zijn waarin stereotiepe beelden te zien zijn of waar ruzie wordt gemaakt of gediscrimineerd wordt. Het gaat juist om te laten zien dat kinderen van verschillende achtergronden heel goed elkaars vriendje kunnen zijn. Je kunt eventueel ook aan kinderen zelf vragen om aan elkaar te vertellen over hun vriendschappen met kinderen die een andere achtergrond of religie hebben dan zijzelf. Dat werkt ook voor kinderen van boven de acht. Naast boeken kan er ook gebruik worden gemaakt van films of series. Daarvoor gelden dezelfde tips als bij boeken. 

5. Heb je een ‘witte’ klas in de boven- of onderbouw? Zet in op inleven en empathie

Natuurlijk is het ideaal als kinderen al op jonge leeftijd ervaring opdoen met kinderen die een andere achtergrond hebben dan zijzelf. Maar op sommige scholen is dat nu eenmaal niet het geval. In die situatie is het extra belangrijk om in te zetten op het voorkomen van vooroordelen, want met name ‘witte’ kinderen hebben sterke vooroordelen. Dit komt omdat zij in de meerderheid zijn en vooroordelen over mensen met een migratie-of vluchtelingenachtergrond meekrijgen via bijvoorbeeld de media. Wat je kunt doen is onder meer inzetten op inleving en empathie: kinderen leren dan om zich al op jonge leeftijd in te leven in iemand die zij in eerste instantie beschouwen als ‘anders’ dan zijzelf. Dit vermindert vooroordelen. Inleven in elkaars situatie kan door het spelen van een rollenspel. De kinderen verplaatsen zich bijvoorbeeld mentaal in de situatie van iemand met een migratie- of vluchtelingachtergrond door situaties na te spelen. Pas wel op dat er geen stereotyperende beelden worden herhaald of uitvergroot. Goede begeleiding is hierbij essentieel. Het voorlezen van een verhaal dat wordt verteld vanuit het perspectief van een kind met een andere achtergrond kan ook helpen. De leerkracht stelt de kinderen vragen, zoals: ‘Wat zou jij doen als jij dit kind was?’ Of: ‘Hoe zou jij je voelen in die situatie?’. Deze aanpak is al toepasbaar bij kinderen vanaf 4 jaar maar werkt ook bij 12-jarigen.

6. Werk aan weerbaarheid bij kinderen ‘van kleur’ en kinderen met een migranten- of vluchtelingenachtergrond

Terwijl kinderen uit de meerderheidsgroep (‘witte’ kinderen) vaak al op jonge leeftijd vooroordelen hebben over kinderen die wat betreft achtergrond in de minderheid zijn, is dat andersom vaak niet het geval. Sterker nog: kinderen die in de minderheid zijn hebben vaak zelfs negatieve gevoelens over hun eigen achtergrond en denken vaak positiever over ‘witte’ kinderen. Waarschijnlijk komt dit doordat zij allerlei stereotiepe beelden meekrijgen over mensen met dezelfde achtergrond. Bij deze kinderen is het dus met name zaak om hen te helpen een positief zelfbeeld te ontwikkelen. Zie ook dit artikel.

Naar de publicatie

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

4 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.