Welke vragen hebben statushouders, die nog maar kort in Nederland zijn, met betrekking tot de opvoeding van hun kinderen? Hoe kunnen professionals en andere ondersteuners inspelen op vragen van deze ouders? ‘Met één bezoekje krijg je echt niet boven tafel wat er precies speelt..’

‘Wat zijn volgens u de belangrijkste opvoedvragen van ouders die in Nederland een verblijfsvergunning hebben gekregen?’ Vijftien experts en (ervarings)deskundigen vullen, tijdens een virtuele expertmeeting, georganiseerd door het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS), in rap tempo de interactieve flip-over: ‘Hoe geef ik mijn kind de tradities van onze eigen cultuur mee in Nederland?’ ‘Keuze maken voor opvoeden om hier te blijven of terug te gaan.’ ‘Uitleggen van opvoedkeuzes aan familie in buitenland.’ Trees Pels, als kwaliteitsadviseur verbonden aan het KIS, reageert tijdens de sessie: ’Die twijfel over blijven of niet blijven’, die geef je als ouders door aan je kinderen: waar hoor ik?’

Abdallah Mouahbi, coach van migranten-gezinnen en ervaringsdeskundige, herkent de problemen die voortkomen uit de spagaat, veroorzaakt door het conflict in opvoedingsstijlen, waarin ouders na aankomst in Nederland terecht kunnen komen. ‘Vaak leren ouders elkaar in Nederland voor het eerst kennen als opvoeders’, licht hij toe. Want ook de rolverdeling tussen vader en moeder komt vaak in een ander perspectief te staan. ‘Traditioneel is de man vaak kostwinner en neemt de vrouw de zorg- en opvoedtaken binnenshuis op zich’, vertelt Mouahbi. ‘Als beiden een uitkering ontvangen, of als de gemeente er op aandringt dat ook de vrouw, in het kader van de integratie, buitenshuis gaat werken, dan kan dat tot spanningen leiden.’

Verschillen in opvoedstijlen variëren afhankelijk van:

  • mate van machtsafstand tussen volwassenen en jongeren
  • mate van gebruik autoritaire of meer autoritatieve middelen
  • mate van nadruk op conformiteit en gehoorzaamheid versus autonomie
  • vasthouden aan traditie versus open voor nieuwe ontplooiingskansen
  • meer of minder gender gerelateerde scheiding van taken (man werkt / vrouw zorgt)
  • meer conservatieve of meer open beleving van religie
  • verschillende opvattingen over de taken van de school en de ouders
  • mate waarin onderwerpen als seksualiteit open bespreekbaar zijn

Hoe zit Nederland in elkaar?

Veel (opvoed)vragen van statushouders hebben ook te maken met hoe onze samenleving functioneert. Hoe zit de wet- en regelgeving in elkaar? Er bestaat onbekendheid ten aanzien van de mogelijke dienstverlening in het geval er problemen ontstaan. Tegelijkertijd heerst er ook angst voor instanties, angst voor het uit huis plaatsen van kinderen en wantrouwen ten aanzien van professionals en hulpverlenende instanties. Negatieve ervaringen met overheidsbemoeienis in het land van herkomst en het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal zorgen hier vaak voor extra barrières en een grotere kans op misverstanden.

Het gebeurt te vaak dat er miscommunicatie is tussen bijvoorbeeld school en ouders wat leidt tot onnodige problemen

Saskia Sliedrecht, als gz-psychologe werkzaam bij YOIN met minderjarige vluchtelingen, benadrukt dat alleen vertalen vaak onvoldoende is. ‘Bij een term als ‘ouderparticipatie’ bijvoorbeeld is het van belang om het begrip uit te leggen. Nederlandse scholen hebben vaak niet in de gaten wat voor de ander ‘normaal’ is, daardoor ontstaan onnodige problemen.’ ‘Uitleg, uitleg, uitleg en erkennen dat er een kloof is’, zo vat Meta Kuipers, gedragswetenschapper bij Nidos, de uitdaging samen. ‘Het gebeurt te vaak dat er miscommunicatie is tussen bijvoorbeeld school en ouders wat leidt tot onnodige problemen’.

Latente vragen

Het is niet altijd duidelijk welke vragen er precies leven. Daphne Westerhoff, sinds vier jaar begeleider van zwangere moeders uit Eritrea, in het kader van het ‘eerste 1.000 dagen project’ van de Stichting Al Amal, wijst erop hoe veel er voor hulpverleners onzichtbaar blijft. ‘Bij de eerste moeder die ik begeleidde heb ik een half jaar lang alleen maar koffie gedronken’, vertelt ze. ‘Er kwam niets uit. Ik dacht “hier is niks aan de hand”. Pas na een half jaar werd me duidelijk wat er allemaal gaande was. Ze had nog een dochter die in Ethiopië verbleef en waarvoor ze gezinshereniging probeerde te organiseren. Haar man verbleef illegaal in Duitsland en bezocht haar regelmatig, waarna ze opnieuw een kindje verwachtte. Maar daar durfde ze niet over te praten… Met één bezoekje krijg je echt niet boven tafel wat er allemaal speelt..’

Lauren Ekkelboom, werkzaam bij Trias Pedagogica, beaamt dat het niet eenvoudig is om over de complexiteit van alle veranderingen die een vlucht veroorzaakt en de consequenties die daaraan vast zitten, te praten. ‘Met name Syrische vaders worstelen erg met hun rol als man’, vertelt ze. ‘Doordat ze hier soms niet (of niet direct) kunnen werken, raken ze in een identiteitscrisis, wat het steunen van hun kinderen nog verder bemoeilijkt.’

Download publicatie

Ondersteunen bij het opvoeden binnen twee (of meer) culturen

Na de inventarisatie van de belangrijkste opvoedkundige vragen buigen de deelnemers aan de expert-meeting zich over de vraag hoe de statushouders het beste te ondersteunen zijn bij de opvoeding van hun kinderen. Cecil Winkelman, die zich bezig houdt met de Triple P methode voor positief opvoeden, signaleert dat we in Nederland enerzijds goed opgeleide hulpverleners hebben en anderzijds mensen die goede contacten onderhouden met de doelgroep. ‘Die twee moeten nader tot elkaar komen om de juiste dingen te kunnen doen’, aldus Winkelman.

Omar Sirre, mede oprichter van Saeda, ziet een speciale taak weggelegd voor ‘cultuurtolken’, ofwel een soort ‘tolk plus’, iemand die niet alleen de taal machtig is, maar ook het land van herkomst persoonlijk kent. ‘Het beeld dat een klantmanager van een gemeente, of een leerplichtambtenaar, heeft van een gezin, is maar al te vaak gebaseerd op ‘verhalen over’ het betreffende gezin, veel te weinig op ‘gesprekken met’ het gezin en/of de leerling zelf’, aldus Sirre.

Intercultureel mediators of cultuurtolken?

Saeda, genoemd naar het Arabische woord voor geluk, ofwel het ‘streven naar het hoogst haalbare’, zet zich sinds twee jaar in voor jeugdhulpverlening aan niet westerse migranten, met name afkomstig uit Somalië, Syrië en Eritrea. Sirre, zelf opgegroeid met een Nederlandse moeder en een Marrokkaanse vader, had veel affiniteit met het werken met mensen met een migratieachtergrond, maar voelde zich onvoldoende toegerust om Somaliërs en Eritreërs te ondersteunen. ‘Ik liep er tegenaan dat wij niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk een andere taal spraken,’ licht hij toe.

Mensen vanuit dezelfde cultuur met elkaar in gesprek brengen is ook Trias Pedagogica goed bevallen. Ze faciliteren ‘vader debatten’, waarbij onder andere Syrische vaders, die worstelen met hun rol in het gezin, in een veilige omgeving met elkaar kunnen spreken over hun eigen opvoeding, over de rolverdeling die bestond tussen hun eigen vader en moeder en over hoe ze daar in de nieuwe context zelf invulling aan willen geven.

Tips van het Nederlands Jeugd Instituut, voor gemeenten en professionals:

  • zie de doelgroep zelf als belangrijke partner
  • waarborg de privacy (voor vluchtelingen niet vanzelfsprekend)
  • zet in op vergroten welzijn, betrek bruggenbouwers & sleutelpersonen
  • sluit aan bij bestaande structuren/voorzieningen, bv van vluchtelingenwerk
  • begeleidt gezinshereniging, is risicovolle periode
  • zet extra in op eerste lijn (huisarts, POH-er, wijkteam, verloskundigen.. )
  • optimaliseer samenwerking tussen professionals en vrijwilligers
  • stimuleer lokaal buurtwerk (welzijnswerk, woningbouw, sociaal buurtwerk)
  • besteed aandacht aan cultuursensitief werken (zie ook pdf Handreiking).

Vertrouwensband

Volgens Westerhoff is vooral een luisterende houding nodig bij het ondersteunen van ouders. Ze was niet bekend met de taal en de cultuur van de Eritrese moeders die ze begeleidt. ‘Dat is nooit een barrière geweest’, benadrukt ze. ‘Het is belangrijk om met echte belangstelling naast de persoon te gaan staan. Snel, snel, snel en doelgericht iets voor elkaar willen krijgen, werkt niet’, vertelt ze. ‘Maar met geduld kan je een vertrouwensband opbouwen en daarna kan je enorme stappen zetten.’

‘Ik heb eens een ziekenhuisbevalling begeleid. Twee uur lang zat ik samen met een broeder aan het bed van de moeder. Toen de geboorte inzette, was ik net even op het toilet. De broeder kwam mij met spoed halen: ‘U moet nu komen! U moet weer vertalen.’ Na afloop van de bevalling vroeg ik hem: ‘Weet u eigenlijk welke taal ik met haar spreek?’ De broeder had geen idee. ‘Ik spreek gewoon Nederlands met haar!’

Vertalen van Nederlands naar Nederlands

Westerhoff vertaalt wel, maar op een heel ander niveau. ‘Als de arts vraagt: “Heeft u vocht ingenomen vandaag?”, dan vraag ik haar: “Heb je vandaag al iets gedronken?” Verder heb ik aan één blik genoeg. Ik zie het wanneer ze het niet begrepen heeft, of wanneer ze “OK” zegt, maar het eigenlijk niet snapt. Op die momenten verzorg ik een brugfunctie.’

Veel misverstanden zijn met aandachtig luisteren en je inleven in de ander te voorkomen, meent Westerhoff. Zo drong een wijkverpleegster er bij één van de moeders op aan dat ze flesvoeding ging geven, omdat de borstvoeding onvoldoende op gang kwam. De moeder weigerde, omdat ze erop vertrouwde dat het vanzelf wel goed zou komen. De wijkverpleegster dreigde een zorgmelding te maken. Westerhoff wist dat te voorkomen. ‘Het is zelden zo dat mensen weigeren, omdat ze niet willen. Ze begrijpen het niet. Flesvoeding geven? Wat voor fles? Waar koop je die? Dat ga ik dan samen met haar doen. Na een paar dagen was het kindje op gewicht. Die zorgmelding was helemaal niet nodig en zou een hoop ellende hebben veroorzaakt.’

 Download publicatie 

 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

3 + 17 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.