Opvoeding is een belangrijk onderdeel van de preventieve aanpak van radicalisering. Met deze woorden opende 16 juni de SZW-werkconferentie Weerbaar Opvoeden voor professionals uit beleid, praktijk en wetenschap. Hoogleraar Trees Pels gaf er een pitch over risicofactoren in de opvoeding waarvan ouders en andere opvoeders zich niet altijd bewust zijn.

Een eerste risicofactor is voorbeeldgedrag. Trees Pels, bijzonder hoogleraar Opvoeden in de multi-etnische stad aan de Vrije Universiteit en adviseur van Kennisplatform Integratie & Samenleving, licht toe: ‘Het blijkt dat wanneer ouders zich afzetten tegen Nederland of de Westerse wereld, de kans groot is dat jongeren hun negatieve opvattingen overnemen. We weten de omvang niet, maar uit kwalitatieve onderzoeken onder ouders en jongeren blijkt dat het voorkomt dat ouders zich negatief uitlaten over bijvoorbeeld de Nederlandse cultuur of politiek. De meeste ouders vertonen dat gedrag niet bewust, en staan er niet bij stil welk effect het op kinderen kan hebben. Het laatste wat ze willen is dat jongeren extreme idealen ontwikkelen.’

Zowel bij ouders als bij opvoeders buiten het gezin moet volgens Pels het besef doordringen dat op deze manier wordt bijgedragen aan een voedingsbodem voor radicalisering. ‘Ik ben me ervan bewust dat aan de koppeling van radicalisering aan opvoeding het risico kleeft van wijzen met een beschuldigende vinger. Ik denk echter dat veel opvoeders, zeker in Marokkaanse kring, zich zorgen maken over dit onderwerp en met veel vragen zitten, ook over de opvoeding.’ De hulplijn radicalisering van Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN), gestart in januari dit jaar, verdubbelde bijvoorbeeld onlangs het aantal vertrouwenspersonen vanwege de grote toeloop. Ook organiseert SMN op verzoek van ouders steeds meer bijeenkomsten over dit onderwerp.

'Een orthodoxe islamitische leer kan voor meiden een uitweg zijn uit een benauwde thuissituatie'

Opvoeding en gender

Een andere risicofactor die Pels noemt, zijn de grote genderverschillen in de opvoeding. ‘Islamitische meiden kunnen zich beperkt voelen in hun bewegingsruimte en hun mogelijkheden tot zelfontplooiing. In tegenstelling tot wat men zou verwachten kan een orthodoxe islamitische leer een uitweg zijn uit een penibele en benauwde thuissituatie. De zoektocht naar de “zuivere” islam geeft hen, figuurlijk uiteraard, meer wapens in handen tegen een vader of broer die hun bewegingsruimte beperkt.’ Volgens de hoogleraar kunnen jonge moslima’s hun omgeving vanuit hun kennis van de bronnen van een weerwoord voorzien: ‘Ik ben een goede moslima en ik ben alleen verantwoording verschuldigd aan Allah, niet aan mijn vader.’

Bij islamitische jongens is in de opvoeding een bijna tegenovergesteld risico. Pels: ‘Jongens worden vaak op jongere leeftijd “klaar” geacht. In de Nederlandse context pakt dat slecht uit: leeftijdgenoten krijgen zo meer invloed en in hun zoektocht naar hun identiteit gaan ze hun heil zoeken op internet met alle mogelijke gevolgen van dien.’

Opvoedonzekerheid

Een derde risicofactor is opvoedonzekerheid. Ouders hebben het beste met hun kinderen voor, maar kunnen met de handen in het haar zitten, zoals blijkt uit de vragen die bij de hulplijn binnenkomen. Ze weten vaak niet hoe ze moeten reageren op extreme uitingen of gedrag van hun kinderen. Dit kan leiden tot wegkijken of bagatelliseren ervan. Ze grijpen niet pedagogisch in door in gesprek te gaan, te reflecteren of tegenwicht te bieden. ‘Terwijl we weten dat openstaan voor vragen en problemen van kinderen een buffer kan vormen tegen radicalisering, zien we dat ouders niet reageren óf autoritair en bestraffend reageren in antwoord op extreem gedrag. Autoritaire opvoeding en een gebrek aan responsiviteit blijken risicofactoren. Radicaliserende jongeren vertellen nogal eens over een communicatiekloof en ervaren gebrek aan emotionele steun vanuit het gezin, ook als het gaat om hun zoektocht naar religieuze zingeving en identiteit’, aldus Pels.

Uiteindelijk voed je samen op

Dat idealen op drift raken, heeft in aantoonbare gevallen vaak ook te maken met de (non)reactie of verkeerde reactie van de omgeving. Naast ouders vertonen ook leerkrachten en andere bij jeugd betrokken professionals vergelijkbare handelingsverlegenheid. Ook daar is wegkijken of straffen vaak een eerste reflex. Pels: ‘Belangrijk punten van aandacht tijdens de werkconferentie waren om zowel ouders als professionals beter te ondersteunen en om vanuit het professionele netwerk beter verbinding te maken met de expertise en voorzieningen vanuit de eigen netwerken. Hierbij moet aangesloten worden op de agenda en behoefte van ouders zelf. Uiteindelijk voed je samen op. Het is doodzonde als je niet gezamenlijk voor een vangnet zorgt. Als er gaten komen in wat de wetenschap ‘pedagogische civil society’ noemt, dan kunnen kinderen en jongeren ook door die gaten vallen. Beleid, praktijk en wetenschap moeten elkaar versterken om hieraan te werken.’

Meer weten? Trees Pels gaf onlangs een Engelstalige lezing. Bekijk de film:

3 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Lees ook over het project Parallelle pedagogische civil society van migranten van dit kennisplatform.

Jouw bijdrage

5 + 8 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.