Vrouwen met een (recente) migratieachtergrond hebben een ongunstige positie op de arbeidsmarkt. Om gemeenten en professionals te ondersteunen bij de arbeidstoeleiding van deze diverse groep, ontwikkelde Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) drie participatieprofielen. Nora Kasmi werkt al ruim 18 jaar met deze doelgroep, o.a. als interim beleidsadviseur, binnen het Sociaal Domein. We vroegen haar om een reactie.

Vandaag publiceert KIS drie zogenoemde 'Participatieprofielen Vrouwen met een Migratieachtergrond', het gaat om gezinsmigranten, statushouders en oudkomers. Deze profielen bieden klantmanagers houvast bij de arbeidstoeleiding van deze diverse groep. Nog te vaak hebben vrouwen met een (recente) migratieachtergrond een ongunstige positie op de arbeidsmarkt. Van degenen die minder dan vijf jaar in Nederland wonen, werkt ongeveer een kwart. Van de vrouwen die hier langer dan vijf jaar wonen, ongeveer de helft.

Dit terwijl werk een belangrijke factor is bij de integratie en participatie in de samenleving. Een baan betekent niet alleen economische onafhankelijkheid, maar is ook van belang voor het leren van de taal en het opbouwen van een sociaal netwerk.

Adviseur klantmanagers

Nora Kasmi werkt al ruim 18 jaar met deze doelgroep: in eerste instantie aan de uitvoerende kant - zo was ze zelf onder meer klantmanager. Tegenwoordig werkt ze als zelfstandige in de functies van beleidsadviseur, projectleider en teammanager binnen het sociaal domein. Ook geeft ze regelmatig trainingen aan vrouwen met een migratieachtergrond, bijvoorbeeld over netwerken en solliciteren, weerbaar opvoeden of interculturele communicatie.

Als ik me bezighoud met nieuwe interventies, vraag ik me altijd af: stel dat mijn moeder in deze doelgroep zat, zou ze hier dan wat aan hebben?

Kasmi: ‘Bij elk project houd ik verbinding met de uitvoerende kant: zo zit ik met klantmanagers in de spreekkamer om erachter te komen waar ze tegenaan lopen en wat ze nodig hebben om hun werk nog beter uit te kunnen voeren.’ Ook haar eigen migratieachtergrond speelt een rol: ‘Mijn ouders kwamen uit Marokko naar Nederland. Gelukkig hebben zij zelf nooit gebruik hoeven maken van de bijstand. Maar als ik me bezighoud met nieuwe interventies, vraag ik me altijd af: stel dat mijn moeder in deze doelgroep zat, zou ze hier dan wat aan hebben?’ In de Participatieprofielen staan goede tips, zoals het inzetten van talenten en het werken met rolmodellen. Dat zijn strategieën waar bijvoorbeeld oudkomers echt wat aan hebben.’

Gezinsmigranten, statushouders en oudkomers

De participatieprofielen die KIS ontwikkelde, moeten klantmanagers helpen bij de arbeidsmarkttoeleiding en re-integratie van deze vrouwen. In het rapport worden vrouwen met een migratieachtergrond onderverdeeld in drie categorieën. Gezinsmigranten hebben een referent die met een inkomen garant staat voor hun komst. Aan Statushouders is een verblijfsvergunning asiel verleend. En Oudkomers zijn de vrouwen die al langer dan vijf jaar in Nederland wonen. In het rapport valt te lezen dat ook binnen deze drie categorieën nog behoorlijk wat diversiteit bestaat. Denk aan verschillen in herkomstland, leeftijd en opleidingsniveau.

Ik zou tegen de klantmanagers willen zeggen: beschouw de profielen als een verrijking. Gebruik ze niet als checklist en blijf zelf met je professionele blik kijken

Wat vindt Kasmi als professional van deze participatieprofielen? Kasmi: ‘Het is goed dat de profielen er zijn, want het is belangrijk dat klantmanagers meer cultuur- en gendersensitief gaan werken. De profielen geven de nodige achtergrondinformatie over de doelgroep. ‘Maar’, adviseert ze, ‘ik zou tegen de klantmanagers willen zeggen: beschouw de profielen als een verrijking. Gebruik ze niet als checklist en blijf zelf met je professionele blik kijken.’

 Naar participatieprofielen 

Maatwerk

‘Maatwerk blijft de rode draad’, benadrukt Kasmi. ‘Of het nou om een nareiziger gaat of een oudkomer. Verdiep je echt in de persoon die voor je zit. Dat kan bijvoorbeeld ook een statushouder met een LHBTI-achtergrond zijn. Wees je bewust van de mogelijke culturele worstelingen waar zo’n migrantenvrouw mee te maken heeft.’

‘Het is vooral belangrijk zo open en empathisch mogelijk het gesprek aan te gaan’, adviseert ze. ‘Bedenk dat het voor niemand een pretje is om in de bijstand te zitten. En stel jezelf de vraag hoe jij in zo’n situatie zou willen worden behandeld.’ Kasmi signaleert dat klantmanagers nu nog te vaak onbewust vanuit vooroordelen handelen of alleen in standaardoplossingen denken: ‘Maar niet elke dame met een migratieachtergrond vindt het leuk om naar het buurthuis te gaan.’

Cultuursensitief

‘Wat betreft cultuursensitief werken is er nog een wereld te winnen’, vindt Kasmi. ‘In de praktijk gaat het nog vaak mis.’ Zo ontstond er eens ophef in het gemeentehuis waar ze werkte, omdat een collega klantmanager een vrouw met nikaab vroeg zich te identificeren. Kasmi: ‘Als hij iets meer van haar achtergrond had begrepen, had hij mij gevraagd om even met haar naar achteren te lopen, zodat ik haar gezicht met de foto op het paspoort kon vergelijken. Onder vrouwen is het geen probleem je gezicht te laten zien, maar dat een man dat aan haar vroeg, was een oneerbaar voorstel voor haar.’

E-learning

‘Het willen begrijpen van een andere cultuur, betekent niet dat je het er altijd mee eens bent’, benadrukt Kasmi. ‘Dat doet er niet toe. Vanuit je beroepsopdracht hoor je iedereen die bijstand aanvraagt de juiste begeleiding en ondersteuning te bieden, ongeacht culturele achtergrond of denkwijze van die persoon. Gelukkig zijn de meeste klantmanagers die ik tegenkom nieuwsgierig en bereid te leren.’

Het willen begrijpen van een andere cultuur, betekent niet dat je het er altijd mee eens bent

Volgens Kasmi zou het goed zijn als trainingen in cultuur- en gendersensitief werken standaard onderdeel van het aanbod worden: ‘De e-learnings van KIS zijn daarom een goede ontwikkeling.’ KIS ontwikkelde eerder een e-learning intercultureel vakmanschap voor sociaal professionals. In 2021 gaat KIS het aanbod uitbreiden met een e-learning over gendersensitieve begeleiding, primair voor de doelgroep klantmanagers. Deze e-learning is onder andere gebaseerd op de drie participatieprofielen.

 Naar participatieprofielen 

Duurzame uitstroom

Vrouwen met een migratieachtergrond blijven nu nog te vaak buiten beeld van gemeenten, zo bleek in 2020 uit de Monitor Arbeidsparticipatie Statushouders. Klantmanagers kiezen er vaak ook voor eerst de man aan een baan te helpen omdat hij het makkelijkste naar werk begeleid zou kunnen worden. ‘Ik herken dit beeld dat ook in de participatieprofielen wordt geschetst’, zegt Kasmi. ‘Het is zonde dat klantmanagers zich primair op de man richten: je kunt je beter afvragen wie je het beste duurzaam kan laten uitstromen uit de bijstand. Zet in op gemotiveerde vrouwen, want motivatie is uiteindelijk de belangrijkste factor voor succes.’

Behoeften

Kasmi raadt klantmanagers aan daarbij meer naar de behoeften van de vrouwen zelf te kijken: ‘Zo hielp ik een keer een vrouw die graag buschauffeur wilde worden. Ik hoor soms van klantmanagers dat deze groep zo moeilijk te bemiddelen zou zijn. Dat valt best mee. Je moet niet alleen kijken naar het arbeidsverleden in Nederland, maar ook wat deze vrouwen in het land van herkomst deden.’

Je moet niet alleen kijken naar het arbeidsverleden in Nederland, maar ook wat deze vrouwen in het land van herkomst deden

Een andere tip van Kasmi is om rekening te houden met de klantreis die iemand al heeft gemaakt: ‘Bij welke hulpverleners is iemand al geweest? Stel niet weer dezelfde vragen, die soms pijnlijk kunnen zijn. Goede communicatie is essentieel.’ En werk samen: ‘Je kunt het als klantmanager niet alleen, een integrale aanpak is noodzakelijk.’

Divers aanbod

Om al deze vrouwen naar werk te bemiddelen is natuurlijk ook een divers aanbod nodig. Kasmi: ‘Durf verder te kijken dan de standaardoplossingen zoals ongeschoold werk.’ Daarvoor is medewerking van de werkgevers vereist. Kasmi: ‘Aan de werkgeverskant is nog vaak sprake van discriminatie en vooroordelen. Daarom ben ik voorstander van anoniem solliciteren. Maar het is net zo belangrijk met de werkgevers in gesprek te gaan en hen te vragen wat zij nodig hebben.’

Caseload

Net als in de Monitor Arbeidsparticipatie Statushouders naar voren kwam, benadrukt Kasmi dat maatwerk uiteindelijk het beste werkt: ‘Maar of daar genoeg ruimte voor is, verschilt per gemeente. Als ik dit verhaal aan klantmanagers vertel, zullen zij zeggen: “Ja, ik wil best meer maatwerk leveren, maar dan moet ik daar wel tijd voor hebben.” Dat betekent een lagere caseload, dus meer capaciteit. En dat moet wel gefinancierd worden. Uiteindelijk is dit een politieke keuze op ministerieel niveau.’

Iedereen heeft een talent

‘Maar ook met een hoge caseload kun je mensen helpen’, zegt Kasmi. ‘Ik vraag graag aan klantmanagers waarom ze dit werk doen. Wil je het verschil maken? Want die positie heb je: je kan deze vrouwen net dat steuntje in de rug geven dat ze nodig hebben.’ Volgens de Participatiewet moet iedereen naar vermogen meedoen in de maatschappij. Kasmi is ervan overtuigd dat dit kan: ‘Iedereen heeft een talent.’

Naar participatieprofielen

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

4 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.