De inzet van verhalen in de lobby om de meerderheid ergens van te overtuigen, werkt beter dan statistieken. Hoe persoonlijker het verhaal hoe beter. En toon in die verhalen vooral de overeenkomsten die de geportretteerde heeft met mensen uit de meerderheidsgroep die de boodschap moet oppikken: we lijken meer op elkaar dan u nu misschien denkt.

Dat zijn enkele aanbevelingen van onderzoeker Zsuzsa Kovács van KIS in haar rapport ‘Narratief als lobbystrategie van minderheden bij het beïnvloeden van beleid’. Kovács bestudeerde tal van studies en onderzoeken over storytelling in binnen- en buitenland en raakte overtuigd van de kracht van het verhaal om de publieke opinie te bespelen en politieke invloed te kunnen uitoefenen. ‘Maar besef allereerst en bovenal: verhalen vormen slechts een stuk van de puzzel’, aldus Kovács die in haar rapport naast de do’s ook enkele don’ts beschrijft.

Victim blaming

Gevaar ligt op de loer dat als iemand uit een minderheidsgroepering vertelt hoe hij slachtoffer is geworden van geweld, discriminatie of stigmatisering, hem een slachtofferrol wordt verweten. Het beeld kan ontstaan dat hetgeen het slachtoffer is overkomen, meer aan hemzelf, aan zijn karakter ligt, dan aan de daders, of de samenleving. Als zo’n persoonlijk verhaal leidt tot victim blaming is het effect vaak averechts, stelt Kovács: het veroorzaakt eerder een negatieve houding in plaats van motivatie om de positie van de minderheid te versterken.

Kovács waarschuwt ook voor persoonlijke verhalen die te persoonlijk, te individueel zijn. Ze stuitte op een casus van een vrouw die in de media vertelde dat zij als kankerpatiënt baat had bij een bepaalde (niet vergoede) medische handeling. Door de enorme media-aandacht werd de behandeling door verzekeringen opgenomen in de lijst van vergoede behandelingsmiddelen. Later bleek dat de behandelingsmethode bij een grotere onderzoekspopulatie totaal niet effectief was. Hier, zo stelt Kovács, had de emotionele overtuigingskracht van het narratief een negatief effect, beleid was slechts op basis van één verhaal aangepast.

Bij het horen of lezen van een verhaal verlaten mensen tijdelijk hun eigen realiteit, ze maken een cognitieve en emotionele ervaring mee: de transportatie

Emotionele aantrekkingskracht

Er zijn valkuilen, blijkt uit het rapport, maar de conclusie is toch vooral dat goede persoonlijke verhalen de publieke opinie over minderheden en het beleid kunnen beïnvloeden. Verhalen, voorbeelden en getuigenissen zijn gemakkelijk te begrijpen en te herinneren en hierdoor zijn ze - veel meer dan droge statistieken - een geschikt middel om informatie over te brengen. Ze hebben emotionele aantrekkingskracht. Bij het horen of lezen van een verhaal verlaten mensen tijdelijk hun eigen realiteit, ze maken een cognitieve en emotionele ervaring mee: de transportatie. De ervaring van opgenomen zijn in het verhaal zorgt ervoor dat deelnemers meer open staan voor de narratieve boodschap.

Transportatie werkt vooral als mensen zich kunnen identificeren met de personages van een verhaal. Dat bewerkstellig je als verhalenverteller door op gemeenschappelijke waarden en normen te wijzen. Kovács: ‘Laat zien dat je anders bent, maar ook gewoon Oranje ondersteunt tijdens het EK, of van hetzelfde eten en dezelfde muziek houdt. Door meer de nadruk te leggen op overeenkomsten dan op de verschillen, krijgen verhalen een affectieve dimensie: ze wekken empathie op.’

Spitsroeden lopen

Ook van belang: een goede timing en met je lobby bij de goede mensen aankloppen. En wees als lobbyist consistent. Door steeds dezelfde, overduidelijke boodschap uit te stralen, met heldere ‘eisen’, kom je bij de meerderheid als zelfverzekerd en toegewijd over.

Verhalen kunnen echt als katalysator werken en ondanks het kuddegedrag bij de meerderheidsgroep discussie opwekken, twijfel zaaien en mensen ‘bekeren’ in hun overtuigingen

In een gepolariseerde samenleving is het lobbywerk van bijvoorbeeld vluchtelingen- en migrantenorganisaties soms spitsroeden lopen, erkent Kovács. Pro en contra staan met de hakken in het zand, soms lijnrecht tegenover elkaar. De groepsdruk is daarbij enorm. En hoe meer de publieke opinie lijkt te verschuiven - zo blijkt bijvoorbeeld in het Zwarte Pieten-debat - des te heviger wordt het verzet. ‘Het is vaak een strijd van de lange adem. Maar verhalen kunnen dus echt als katalysator werken en ondanks het kuddegedrag bij de meerderheidsgroep discussie opwekken, twijfel zaaien en mensen ‘bekeren’ in hun overtuigingen. Zo kun je als lobbyist uiteindelijk, stap-voor-stap, veranderingen in opvatting en beleidsaanpassingen teweegbrengen’, aldus Kovács.

Tekst: Rob Pietersen

Meer tips?

Meer informatie en tips vind je in het onderzoeksrapport.

Naar het rapport

Jouw bijdrage

1 + 14 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.