Hoe kan het melden van moslimdiscriminatie bij antidiscriminatiebureaus worden gestimuleerd? Daarover overlegden deze bureaus, gemeenten én vertegenwoordigers van de moslimgemeenschap in Oost-Nederland en Zeeland. Een proef, in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die navolging verdient.

Aanleiding voor de ‘Proeftuin Moslimdiscriminatie Melden’ is de schatting dat slechts 1 op de 5 mensen die zich gediscrimineerd voelt, op wat voor grond dan ook, daarvan melding doet bij een antidiscriminatiebureau. 'Ik herken Zeeland in dat beeld', vertelt Stefano Frans, beleidsadviseur bij Anti Discriminatie Bureau Zeeland. 'Uit onderzoek blijkt dat 1 op de 6 Zeeuwen zich gediscrimineerd voelt. Vorig jaar kwamen hiervan 151 meldingen bij ons binnen, op 385.000 inwoners. Dan weet je dat die meldingen slechts het topje van de ijsberg vormen.'

Bij antidiscriminatievoorziening Vizier in Oost-Nederland, waar 60 gemeenten onder vallen, werden afgelopen jaar 712 meldingen van discriminatie gedaan, waarvan 11 op grond van de islamitische godsdienst. 'Dan gaat het vooral om incidenten in de woonomgeving', weet klachtenconsulent Marten Verheijen. 'Maar er zijn ook meldingen van islamitische vrouwen die op hun werk of tijdens een stage bij cliënten of collega’s tegen weerstand aanlopen vanwege hun hoofddoekje.'

Geen cijfers, geen aanpak

Als ‘Zeeuws voorbeeld uit de praktijk’ vertelt Stefano Frans over een afgestudeerde accountant die drie keer solliciteerde bij eenzelfde werkgever. 'De eerste twee keer, onder zijn eigen naam, werd hij afgewezen. Toen hij vervolgens onder een Nederlandse naam solliciteerde, mocht hij wel op gesprek komen. Het gebeurt. Maar ook dit geval werd niet bij ons gemeld. En dan kunnen we er niets mee. Ik kan geen beleid maken voor de aanpak van moslimdiscriminatie als er geen cijfers zijn die tonen dat het plaatsvindt.'

Het doel van de gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen is om onafhankelijke bijstand te verlenen bij de afwikkeling van meldingen van discriminatie. 'Discriminatie op basis van geloof, handicap, etniciteit, leeftijd, zwangerschap, of combinaties daarvan, discriminatie is er in zoveel soorten en maten', aldus Carla van Dijk, directeur-bestuurder van Vizier. 'De melder bepaalt wat er met de melding gebeurt. We kunnen deze registreren, maar we kunnen de melder ook adviseren over hoe een gesprek met een werkgever aan te pakken of we kunnen begeleiden bij het doen van aangifte of ondersteuning bieden in een rechtsgang. Mensen kunnen ook anoniem melding doen.'

Ook ik heb ervaren dat ik anders word behandeld. Maar omdat ik niet wist dat er iets aan gedaan kon worden, heb ik dat destijds niet gemeld

Wantrouwen in instanties

Waarom wordt discriminatie, en in het bijzonder moslimdiscriminatie, dan toch niet gemeld? Het was de eerste vraag waarover tijdens de proeftuin, onder begeleiding van onafhankelijk bureau Kennisland, door verschillende betrokken partijen van gedachten werd gewisseld. 'Ik wist daarvoor niets van het meldpunt af, net als heel veel mensen', vertelt Betül Ceyda Bakir, een 20-jarige inwoonster van Enschede die aanschoof bij de vijf bijeenkomsten namens de moskee waar ze actief is. 'Ook ik heb ervaren dat ik anders word behandeld. Maar omdat ik niet wist dat er iets aan gedaan kon worden, heb ik dat destijds niet gemeld bij Vizier.'

Naast onbekendheid met de mogelijkheid tot het melden van discriminatie, kwam wantrouwen in overheidsinstanties naar voren als belangrijke reden om moslimdiscriminatie niet te melden. 'Ik kan me dat levendig voorstellen', vertelt Carla van Dijk van Vizier. 'Wij coördineren meldingen van discriminatie in de toeslagenaffaire, in samenwerking met het College voor de Rechten van de Mens, en bieden begeleiding aan mogelijke slachtoffers ervan. Daarbij merken we dat mensen een groot wantrouwen hebben tegen instituties, omdat ze mogelijk benadeeld zijn op basis van hun naam.'

'Een verzwarende factor binnen de moslimgemeenschap is dat mensen niet uit de school willen klappen. Klachten over discriminatie blijven daardoor binnenskamers', vermoedt Stefano Frans. 'Het is een aanname, maar ik proef het uit de gesprekken die ik voer.' Deze gesprekken vinden meer plaats sinds de proeftuin. 'Daarvoor hadden we nauwelijks contact met moskeeën in Zeeland. Dat we elkaar nu weten te vinden, samen naar oplossingen zoeken en concreet met elkaar aan de slag gaan, is winst.'

Zichtbaarheid vergroten

De proeftuin moet leiden tot een hogere bereidheid in de moslimgemeenschap om discriminatie te melden. Zeeland en Oost-Nederland kozen voor een verschillende aanpak. 'Zichtbaarheid van en vertrouwen in het antidiscriminatiebureau vergroten, doe je vooral door er te zijn', stelt Stefano Frans. 'Daarom zullen wij ons bijvoorbeeld aansluiten bij de braderie die binnenkort wordt georganiseerd door een moskee. We hebben gezorgd voor een zekere basiskennis bij sleutelfiguren binnen de moskee, die een doorverwijsfunctie hebben. En er komt een campagne, met foldermateriaal in Turks en Marokkaans.'

Vertrouwenscontactpersonen gaan het melden van discriminatie zeker makkelijker maken. Met mensen die je kent en vertrouwt, heb je een betere band

In Enschede is vol ingezet op contactvertrouwenspersonen. 'Dat zijn sleutelfiguren in de gemeenschap', legt gemeentelijk beleidsadviseur Lotte ten Vaarwerk uit. 'Een jongerenwerker, zelf ook moslim, kwam met het idee dat er gewoon mensen in de wijk moeten zijn die zich bewust zijn van het nut en de waarde van antidiscriminatiebureaus. Zij kunnen mensen daarover op het juiste moment en de juiste manier vertellen.'

Elkaar helpen met informatie

Nog dit jaar worden twaalf vertrouwenscontactpersonen getraind om deze rol te vervullen, op vrijwillige basis. Betül Ceyda Bakir heeft zich hiervoor opgegeven. 'Ik ga nu leren voor onderwijsassistent, maar dit kan ik erbij doen. Ik ben toch al vaak bij de moskee. Ik help activiteiten organiseren voor jongere dames tussen de 16 en 25 jaar: zaalvoetbal, lezingen, een bingoavond. Op deze leeftijd ben je onzeker, een beetje zoekend. We helpen elkaar daarbij, met informatie.'

De sleutelfiguren in Enschede - en binnenkort ook Arnhem - krijgen een veel grotere rol toebedeeld dan in Zeeland, vertelt Lotte ten Vaarwerk namens de gemeente: 'Ze worden verlengstuk van het antidiscriminatiebureau, een eerste aanspreekpunt in de wijk waar je je verhaal kwijt kunt, en die ook zelf klachten kunnen registreren in een eigen systeem. De verwachting is dat dit de drempel voor het melden van discriminatie verlaagt.'

Eigen oplossingen

'In het begin was ik sceptisch over het meldpunt', vertelt Betül Ceyda Bakir, 'maar omdat ik nu zelf heb meegedacht, heb ik er een goed gevoel bij. Vertrouwenscontactpersonen gaan het melden van discriminatie zeker makkelijker maken. Met mensen die je kent en vertrouwt, heb je een betere band. De dames voor wie we activiteiten organiseren voelen zich al op hun gemak bij ons. Discriminatie is gewoon nooit goed. Als er meer meldingen komen, wordt het probleem serieus genomen en word je gehoord, zo werkt de samenleving.'

'Ik kan de proeftuin zeker aanraden. Het is goed om de binding met de gemeenschap aan te halen; het geeft nieuwe inzichten en draagvlak', concludeert Stefano Frans van antidiscriminatiebureau Zeeland. 'Het mooie aan deze pilot is dat het de doelgroep zelf de regie geeft en eigen oplossingen laat aandragen, die we samen met hen kunnen uitvoeren', vindt Carla van Dijk van antidiscriminatievoorziening Vizier in Oost-Nederland. 'Onderling praten over discriminatie en dit kunnen melden in een daarvoor gemaakt registratiesysteem, het is nog een experiment. Ik ben benieuwd of het gaat werken, maar dat zou zomaar kunnen lukken. Vooral omdat de doelgroep het zelf heeft bedacht en ook wil gaan uitvoeren. Mogelijk werken we over een jaar veel meer samen met deze doelgroep dan nu.'

Het door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gesubsidieerde proefproject heeft ook geresulteerd in een handreiking, die gemeenten kunnen gebruiken voor het organiseren van soortgelijke proeftuinen. Daarover is Carla van Dijk sceptisch: 'Er zit nog geen eigenaarschap op de handreiking, dus antidiscriminatievoorzieningen moeten er nu zelf de boer mee op. Ik vraag me af of gemeenten dit soort voorbereidingstrajecten gaan financieren en organiseren, nu nog niet gebleken is of het tot een aanpak leidt die echt werkt. Het ministerie zou dit beter nog een poosje kunnen blijven aanjagen, met bijvoorbeeld een subsidieregeling of campagne.'