Marokkaans-Nederlandse jongeren voelen zich sterk verbonden met de zogenoemde achterstandswijk waarin ze wonen. ‘Ze voelen zich er thuis’, concludeert Patricia Wijntuin in haar proefschrift Mijn buurt is leuk en gezellig!.

Wijntuin werkt als docent onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht. Voor haar promotieonderzoek interviewde ze dertig jongeren (tussen de 13 en 18 jaar) met een Marokkaanse achtergrond, woonachtig in de Utrechtse wijken Kanaleneiland en Hoograven. 'Bij een eerder onderzoekje in Zuilen gaven twee jongens aan dat ze trots waren op hun buurtje, dat destijds juist heel negatief in het nieuws was. Ik vond dat spanningsveld fascinerend: hoe kan het dat Marokkaans-Nederlandse jongens, die worden ervaren als lastig en vervelend, trots zijn op een buurt met een negatief imago?'

De jongeren voelen zich verbonden met hun buurt, ondervond Wijntuin. 'Jongens komen op centrale plekken samen met hun vrienden, bijvoorbeeld om te voetballen. Meisjes verbinden zich met de buurt door erin rond te lopen. Ze kunnen er praten over privé onderwerpen waarvoor thuis geen ruimte is.' Dat rondlopen noemt Wijntuin ‘een tactiek’: 'De publieke ruimte wordt vooral gezien als een plek voor mannen. En van Marokkaans-Nederlandse meisjes in het bijzonder wordt verwacht dat ze geen aanstoot geven met hun gedrag, want dat kan ten koste gaan van de naam van de familie. Dus doen zij er alles aan om niet op te vallen. Rondlopen is een manier om te voorkomen dat er over je geroddeld wordt.'

Gelijkgestemden

Bijna alle jongeren noemden hun buurt ‘gezellig’. 'Dat ze een oer-Hollands woord gebruiken om hun binding met de buurt te benadrukken laat zien dat ze goed zijn ingebed in de Nederlandse samenleving. Anderzijds heeft de gezelligheid betrekking op wie ze in de buurt ontmoeten: gelijkgestemden, met dezelfde afkomst en leeftijd. In een kleine actieradius gebeurt alles. De winkel, ooms en tantes, vrienden, alles is dichtbij. Dat maakt het vertrouwd. Maar het sluit anderen uit: de buitenstaander kent hen niet en snapt hen niet.'

Ga het gesprek met ze aan

'Het negatieve imago dat op de buurt rust, is best een bepalende factor', stelt Wijntuin desgevraagd. 'De jongens snappen ook echt wel dat de wijze waarop zij zich gedragen als overlastgevend wordt ervaren.' Ze vraagt zich af of dat altijd even terecht is. 'Het gaat er om verder te kijken: is voetballen op de stoep vervelend of voorstelbaar tijdverdrijf? Die jongens zijn ook buurtbewoners. Ga het gesprek met ze aan. Dan is het probleem nog niet opgelost, maar kun je elkaar de volgende dag wel gedag zeggen.'

Gezien en gehoord worden

Wijntuin roept beleidsmakers op om ook aan deze jongeren te denken bij de inrichting van publieke ruimtes, met name bij herstructurering van wijken. 'Ga niet zomaar alles slopen en herbouwen. Dan heb je hele mooie buurten, maar het gaat erom dat mensen zich er thuis voelen. Deze jongeren, die veel aanwezig zijn in de publieke ruimte, weten feilloos wat belangrijke plekken zijn. Ze willen geen speciaal voor hen ingerichte ruimte ergens ver achteraf in de wijk waar niemand last van ze heeft. De jongens die ik sprak wilden juist gezien worden. Luister naar hen. En zorg dat er ontmoetingsplekken en doorgangsruimten zijn waar buurtbewoners elkaar toevallig tegenkomen. Als je elkaar vaak ziet, wordt het vertrouwd en minder eng.'

Toch de podcast beluisteren? Ga naar de podcastpagina.

Jouw bijdrage

8 + 11 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.