Schrijver en docent Asis Aynan betoogt in ‘Eén erwt maakt nog geen snert’ dat de zogenoemde gastarbeiders die eind jaren vijftig vanuit Marokko naar Nederland kwamen, geen arbeidsmigranten maar politieke vluchtelingen waren.

‘Het is een Riffijns gezegde’, vertelt Asis Aynan over de titel van zijn als boek uitgegeven essay. ‘Letterlijk vertaald luidt het: één boon maakt nog geen bonensoep. Ik heb het vrij vertaald en eigenlijk klinkt het in het Nederlands beter.’

Aynan heeft een dubbele nationaliteit: zowel de Marokkaanse als de Nederlandse. Zijn ouders komen uit het Noord-Marokkaanse gebied dat tegenwoordig de Rif heet. ‘Net als verreweg de meeste Nederlanders met een Marokkaanse nationaliteit, bijna negentig procent. We zijn opgevoed als Riffijnen en spreken Riffijns. De claim die Marokko op mij legt, namelijk dat ik een Marokkaan zou zijn, vind ik dan ook niet kloppen.’

Misverstanden

‘Er zijn zoveel misverstanden over mijn achtergrond’, stelt Aynan. Hij wil die ophelderen. ‘Ik ben altijd wijsgemaakt dat mijn vader een gastarbeider was. Maar het was voor mijn vader, en daarmee voor ons, duidelijk dat we nooit zouden teruggaan naar de hel, zoals hij zijn geboorteakker beschouwde. Hij kwam niet als gast en niet alleen voor de arbeid. Hij was politiek vluchteling.’

In 1958 brak oorlog uit tussen de Riffijnen en het Marokkaanse koningshuis, nadat van 1920 tot 1927 ook al oorlog woedde in het gebied. ‘De oorlog die mijn ouders meemaakten, duurde maar een paar maanden. Maar in die tijd werd door de mensen van de toenmalige kroonprins Hassan II massaal verkracht, met napalm en witte fosfor gegooid, opstandelingen vanuit helikopters de Middellandse Zee in gegooid. Als gevolg daarvan vond er een exodus plaats.’

Het is nooit te laat om persoonlijke geschiedenissen woorden te geven, daar word je beter van, het heelt

Oorlogstrauma

‘Ik leefde met ouders met een oorlogstrauma’, omschrijft Aynan. ‘Er was voortdurend angst. Met dat sentiment ben ik grootgebracht.’ Net als volgens hem de meeste kinderen van zogenoemde gastarbeiders, in weerwil van wat er in de geschiedenisboeken staat. ‘Als je in de archieven duikt, vind je een akkoord tussen het Koninkrijk Marokko en het Koninkrijk der Nederlanden voor het werven van arbeidsmigranten. Maar deze afspraken werden pas gemaakt aan het eind van de jaren zestig. Er is in de praktijk nauwelijks gebruik van gemaakt.’

Dat deze omissie niet werd rechtgezet, verklaart Aynan door erop te wijzen dat de Riffijnen die eind jaren vijftig naar Nederland kwamen ‘allemaal analfabeet en bang’ waren: ‘Ze wilden niet gezien worden.’ Pas nu beginnen leeftijdsgenoten van Aynan hun Riffijnse achtergrond een plek te geven, merkt hij. ‘Ik hoop met mijn essay vooral te bereiken dat zij in gesprek gaan met hun ouders. Het is nooit te laat om persoonlijke geschiedenissen woorden te geven. Daar word je beter van, het heelt.’

Dictatuur versus vrijheid

Aynan raadt de Nederlandse maatschappij aan te luisteren naar de mensen die Nederland binnenkomen, niet naar hun land van herkomst. ‘Je luistert toch ook niet naar het regime van Assad om te weten wie de Syrische Nederlanders zijn?’

Marokko is volgens hem net zo goed een dictatuur. ‘Ik wil niet de onvrijheid voelen dat zo’n land een claim op mij legt. Ik ben Nederlander. En ik wil eigenlijk ook alleen de Nederlandse nationaliteit. Mensen denken dat je niet van de Marokkaanse nationaliteit af kan, maar in artikel 19 van het Marokkaanse familierecht staat gewoon dat het wel kan. Ik wil de keuze krijgen, dat is vrijheid.’

Auteur: Hester Heite

Toch de podcast beluisteren? Ga naar de podcastpagina.

Jouw bijdrage

13 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.