Het woord polarisatie geeft een wat ongemakkelijk gevoel. Alsof het gebruik van het woord de fenomenen waar het naar verwijst versterkt - een speech act, die het probleem in het leven roept, of op zijn minst onnodig problematiseert. Toch valt het woord vaak en gauw bij sociale of politieke spanningen. Het is een woord van deze tijd, en het heeft geen zin de ogen daarvoor te sluiten.

De actuele aandacht voor ‘polarisatie’ hangt naar mijn mening samen met de identiteitscrisis van ‘het Westen’. Ik werkte deze visie uit in het boek Het nieuwe Westen, dat ik heb kunnen aanbieden aan burgemeester Halsema. Ik stip een aantal noties daaruit aan, aan de hand van drie onderwerpen:

  • wie we zijn
  • hoe we daarover strijden
  • wat we kunnen doen

Wie we zijn … identiteitspolitiek

Kon Francis Fukuyama begin jaren negentig nog uitroepen dat met de westerse liberale rechtsstaat het einde van de geschiedenis was bereikt, we weten nu dat dat ijdel was. Dat zelfbewuste Westen van enkele decennia geleden bestaat niet meer. Het staat van alle kanten onder druk - en niet zonder reden - denk aan het klimaat, aan de geopolitieke verschuivingen en aan de interne tegenstellingen.

Over dat laatste zal ik het vooral hebben. Het Westen verkeert in een identiteitscrisis. Deze vertaalt zich in identitaire strijd. Denk daarbij aan de Black Lives Matter-beweging, islamitisch fundamentalisme, extreem nationalisme, maar ook #MeToo-feminisme en boerenprotest. Geen misverstand: deze bewegingen zijn totaal verschillend van inzet – waarover later meer.

In de 21ste eeuw is alles anders door de digitalisering, door migratiebewegingen en door ideologische erosie

Zoals de twintigste eeuw ideologisch was, zo is de 21ste eeuw identitair, dat wil zeggen de vraag wie we zijn staat centraal: als persoon, als Nederland, als Europa, als het Westen.

Een ideologie is een omvattend pakket van mensbeeld en maatschappijvisie, van organisatie en beweging, van jong en oud, van elite en massa – een ideologie werkt als een pact waarin velen zich kunnen vinden, vaak omdat ouders dat ook al deden. Het collectief definieerde het individu.

In de 21ste eeuw is alles anders door de digitalisering, door migratiebewegingen en door ideologische erosie. We leven in een seculiere, superdiverse, gedigitaliseerde netwerkmaatschappij – sorry, ik kan het even niet anders zeggen. In die context ontwikkelt zich strijd over wie we zijn – vanuit primaire kenmerken of heilige overtuigingen: huidskleur, nationaliteit, gender, religie, beroep. Vanuit het individu naar het collectief, oftewel identiteitspolitiek.

Hoe we daarover strijden - polarisatie

Identiteitspolitiek is de context voor de actuele polarisatie. Wie ik ben bepaal ik in relatie tot anderen: overeenkomsten en verschillen. Dat is diversiteit. De politisering daarvan kan al gauw leiden tot tegenstellingen, en die kunnen leiden tot conflict … en uiteindelijk tot vijandschap. In de ban van de tegenstander – zoals Hans Keilson dat in zijn gelijknamige roman over het nazisme noemde.

De vijand is via de identiteitspolitiek terug op het politieke toneel. Twee bewegingen zijn meer in het bijzonder verontrustend te noemen: politiek islamisme en rechts extremisme. In het eerste geval wordt de eigen identiteit geheiligd via de afwijzing van de anders- of niet-gelovige. In het tweede geval wordt die verheerlijkt via de eigen - vooruit maar - ‘boreale’ cultuur.

Het begrip polarisatie verwijst naar een proces dat kan lopen van gerechtvaardigde strijd voor gelijkheid tot vijand-gedreven politiek

Het zijn in hun kern vijand-gedreven bewegingen. Dat bepaalt ook het verschil tussen ‘inclusieve identiteitspolitiek’ en ‘exclusieve identiteitspolitiek’: de eerste streeft naar gelijkheid (bijvoorbeeld BLM), de tweede bestrijdt juist gelijkheid (bijvoorbeeld Pegida).

Het begrip polarisatie verwijst naar een proces dat kan lopen van gerechtvaardigde strijd voor gelijkheid tot vijand-gedreven politiek, gericht op eliminatie van de Ander, en alles wat daar tussen zit. De mate van escalatie tot vijandschap is bepalend. Het hoeft weinig betoog dat we in de 21ste eeuw getuige zijn van de opkomst van vijand-gedreven politiek.

Wat we kunnen doen

Is het mogelijk de gepolariseerde verhoudingen te overbruggen? Kan er sprake zijn van een nieuw Westen? Alom klinkt de roep om een nieuw groot verhaal. Maar hoe zou dat in zo een gepolariseerde toestand in vredesnaam moeten klinken?

Het nieuwe Westen begint naar mijn idee bij de westerse ‘Vergangenheitsbewältigung’ – zoals de Duitsers dat noemen. Het oude Westen moet in het reine komen met zijn gewelddadige en koloniale verleden. Dat is een pijnlijk proces voor alle partijen – het vraagt om begrip en respect, en voor het open gesprek hierover.

Het dwingt ons gezamenlijk in de spiegel te kijken: wie waren we en wat willen we zijn?

Dat verwijst naar de vraag wat samenleven eigenlijk is. Wat houden we over als we alles afpellen? Wat zijn de primaire condities voor samenleven in het nieuwe Westen? Ik zou drie dingen willen noemen.

  1. We moeten door – dat is het algemeen belang. Het is een evolutionaire notie, die geldt voor elk systeem, dus ook de samenleving. Het dwingt ons gezamenlijk in de spiegel te kijken: wie waren we en wat willen we zijn?
  2. De liberale democratische rechtsstaat die in principe bescherming biedt aan elk individu, elk geloof, elke gemeenschap. Onder twee voorwaarden: dat dat individu, dat geloof of die gemeenschap daarmee instemt, ook als het over anderen gaat. En dat het Westen die ook weet waar te maken. Een rechtsstaat moet niet alleen juridisch, maar ook moreel, sociaal en politiek op orde zijn. Het is een uitspraak van Vaclav Havel - de Tsjechische dissident en latere president van Tsjechië. We zouden het ‘een grote rechtsstaat’ kunnen noemen.
  3. Het nieuwe Westen kan zich daarvoor herbronnen door terug te grijpen op de basis van elke relatie: het principe van de wederkerigheid: geven, ontvangen, teruggeven of doorgeven. Het werd begin 20ste eeuw ontdekt bij inheemse volken, maar is bij uitstek relevant voor de actuele seculiere, superdiverse, gedigitaliseerde netwerkmaatschappij.

Actuele wederkerigheid

De wederkerigheid van onze relaties zit diep weggestopt of is uit evenwicht geraakt in onze verbureaucratiseerde, geprofessionaliseerde en geprotocolleerde verhoudingen. Het is de reden waarom velen het gevoel hebben dat de overheid en haar organisaties niet voor, maar tegen hen werken.

Maar de wederkerigheid van onze praktijken is te reactiveren. De rechtstaat beschermt jou onder de conditie dat je de rechtsorde respecteert; de samenleving vraagt om participatie naar jouw mogelijkheden en biedt daarvoor onderwijs en goed werk. Je bent vrij als je de vrijheid van anderen ook respecteert.

Denk bijvoorbeeld aan een school: ‘wij leveren naar vermogen het beste onderwijs voor uw kind. Kunt u zorgen dat het goed gevoed en uitgerust naar school komt, help het wat bij het huiswerk en wilt u ook op de ouderavonden komen?’ Een grote democratische rechtsstaat van wederkerige praktijken – we zouden het de hoop van het nieuwe Westen kunnen noemen.

Hans Boutellier, Het nieuwe Westen. De identitaire strijd om de sociale verbeelding. Amsterdam: Van Gennep.

Omslag boek Het Nieuwe Westen

Anderen bekeken ook