Vrijwel meteen is het duidelijk: de pakweg honderd hulpverleners die aanwezig zijn bij het congres over psychotrauma bij migranten en vluchtelingen hunkeren naar kennis. Zij worstelen met vragen als: hoe herken je psychotrauma bij cliënten met een migratieachtergrond? Hoe lang laat je ouders en kinderen wennen aan het nieuwe thuisland voordat je hulp inschakelt? En wat doe je als je cliënt zijn emoties niet kan verwoorden omdat hij simpelweg niet over de taal beschikt die dit mogelijk maakt?

‘De aandacht voor culturele verschillen in de psychologie en psychiatrie is de afgelopen tien jaar toegenomen’, zegt emeritus-hoogleraar psychotraumatologie Rolf Kleber (Universiteit Utrecht) tijdens zijn inleidende presentatie. Vooral vanwege de specifieke problematiek van vluchtelingen en de grote aantallen nieuwkomers uit Syrië en Eritrea is die aandacht hard nodig. Want hoewel vluchtelingen over het algemeen zeer veerkrachtig zijn, blijkt uit een meta-analyse van de Gezondheidsraad dat ongeveer 13 tot 25 procent van hen te maken krijgt met een depressie en/of, zij het in mindere mate, een posttraumatische-stressstoornis (PTSS).

Daarnaast blijken ook Nederlanders met een migratieachtergrond kwetsbaar voor het ontwikkelen van psychische klachten. In tegenstelling tot mensen met een Nederlandse achtergrond, ontwikkelen zij vaker een depressie, angststoornis of PTSS, terwijl de behandelingen bij cliënten met een migratieachtergrond minder goed lijken aan te slaan en zij vaker vroegtijdig de therapie beëindigen.

Kortsluiting in de behandelkamer

'Als je patiënt niet meer komt opdagen, steek dan eerst je hand in eigen boezem'

‘We moeten véél meer praten’, zegt professor transculturele psychiatrie Frank Kortmann van de Radboud Universiteit tegen de aanwezige hulpverleners. ‘Steek bij therapie-ontrouw eerst je hand in eigen boezem. Als een patiënt niet komt opdagen, ligt het voor de hand dat je hem of haar daarvan de schuld geeft, maar dan ga je veel te gemakkelijk voorbij aan je eigen rol. Heb jij je patiënt wel dusdanig geprikkeld om terug te komen? En heb je je wel voldoende verdiept in de context van zijn verhaal?’

Bij de presentatie van Kortmann wordt duidelijk hoe nauw verdriet, onbegrip, maar ook humor met elkaar verweven kunnen zijn bij het begeleiden van migranten en vluchtelingen met psychotrauma. De nieuwkomer die bijvoorbeeld door oorlog zijn thuisland is ontvlucht, die niet alleen zijn materiële bezittingen is kwijtgeraakt, maar ook zijn basale assumpties als het vertrouwen in anderen en het geloof in controle. Een immens verdriet, een grote ontworteling en vervolgens culturele kortsluiting in de Nederlandse behandelkamer.

Verschillen in communicatiestijlen, een totaal andere omgang met het begrip tijd of culturele opvattingen over ziekte en genezing die diametraal van elkaar verschillen, kunnen allemaal een goede werkrelatie tussen behandelaar en cliënt in de weg staan. ‘Elk mens vindt zijn eigen normen en waarden het beste’, stelt Kortmann. ‘Dat is een natuurlijke reflex die we niet kunnen onderdrukken, maar je kunt wel leren hoe je ermee om kunt gaan.’

Je verdiepen in het verhaal van de cliënt en het relativeren van je eigen normen en waarden spelen daarbij een belangrijke rol, zegt Kortmann. Net als het afstemmen van de therapie op de cliënt en diens achtergrond. ‘Je moet protocollaire behandeling verpakken in verpakkingsmateriaal waardoor je patiënt denkt: ja, daar zie ik wel wat in.’ Zo kun je bij een patiënt met Aziatische roots mindfullness noemen als een methode voor angstregulatie en kan het bij cliënten van Afrikaanse komaf helpen om de invloed van voorouders en het bovennatuurlijke in het genezingsproces ter sprake te brengen.

psychotrauma vluchtelingen

Onderzoek nog in de kinderschoenen

De aanwezige hulpverleners hangen aan Kortmanns lippen. ‘Het onderzoek naar trauma bij vluchtelingen en migranten staat nog in de kinderschoenen’, zegt Suzanne Koeman, praktijkbegeleider bij Stichting Jeugdformaat in Den Haag, een organisatie die minderjarige vluchtelingen uit onder meer Eritrea en Syrië ondersteunt bij hun integratie en participatie. Hoewel Koeman zelf geen behandelaar is, is het voor haar wel degelijk van belang om psychische klachten te kunnen signaleren en adequaat te kunnen doorverwijzen. ‘De basisadviezen over omgaan met psychische klachten bij migranten en vluchtelingen: die zijn er. Maar hoe je als hulpverlener de juiste competenties ontwikkelt om cliënten met een breed scala aan culturele achtergronden goed te kunnen begeleiden, is een hele andere zaak.’

Maurice Leunissen, mentor voor alleenstaande minderjarige nieuwkomers bij Rubicon Jeugdzorg in Noord-Limburg, herkent dat. Hij worstelt bijna dagelijks met de vraag welk gedrag voortkomt uit trauma, welk gedrag cultureel bepaald is en welke gedragingen bewust worden ingezet. ‘Zijn de jongeren met wie ik werk regelmatig psychisch niet in staat om naar school te gaan? Begrijpen zij vanuit hun achtergrond het belang van school niet? Of is het luiheid?’ Zowel Koeman, Leunissen als veel andere hulpverleners gaan zelf op onderzoek uit om hun cliënten beter te leren begrijpen of leggen hun oor te luister bij collega’s met een migratieachtergrond.

Cultuursensitieve therapie

'Als hulpverlener moet je leren navigeren langs verschillende referentiekaders'

Toch kan ook de wetenschap hen veel bieden, blijkt op het congres. Hoewel er nog niet veel onderzoek is verricht naar psychotrauma bij migranten en vluchtelingen, geven de onderzoeken die er zijn gedaan wel degelijk een idee van wat werkt en wat niet. Jeroen Knipscheer, senior onderzoeker en coördinator van de ontwikkellijn Trauma en Diversiteit bij Stichting Centrum ’45, licht in zijn presentatie bijvoorbeeld toe dat cultuursensitieve therapie – het aanpassen van je interventies zodat taal, cultuur en context meer zijn aangesloten op de cliënt – bewezen effectiever is dan reguliere therapie. Met name het bereiken van afstemming of overeenstemming over de betekenis van de klachten en de behandeling, speelt daarbij een grote rol. ‘Het gaat erom dat je als hulpverlener leert navigeren langs verschillende referentiekaders’, aldus Knipscheer.

‘Als ik als hulpverlener in Amsterdam te maken heb met 150 verschillende nationaliteiten hoeft dat helemaal geen probleem te zijn’, zegt Kortmann, die de aanwezige hulpverleners eerder die middag een hart onder de riem steekt. ‘Ik hoef in zo’n geval geen kennis te hebben van al die verschillende culturen, want uiteindelijk heb ik maar één patiënt tegenover me zitten. Práát met je patiënt en zie werken met andere culturen als extra interessant in plaats van als extra moeilijk. Het is een avontuur en je patiënt is je beste leermeester.’

 

Lees meer over dit onderwerp:

 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage