Wat zijn werkzame factoren die ervoor zorgen dat ex-gedetineerde jongeren en jongvolwassenen met een migratieachtergrond niet terugvallen in de criminaliteit? Die vraag stond centraal bij een nieuw KIS-onderzoek.

Recidive voorkomen onder criminele jongeren is een complex vraagstuk; dat geldt voor alle jongeren ongeacht afkomst. Zowel vanuit het perspectief van de maatschappij als vanuit het perspectief van de jongeren zelf is het van groot belang dat de vicieuze cirkel van criminaliteit bij deze jongeren doorbroken wordt.

Er zijn weinig interventies die zich specifiek richten op ex-delinquenten met een migratieachtergrond. Om meer kennis te krijgen over ‘wat werkt’ voor deze doelgroep, is in het onderzoek ingegaan op de vraag: Welke specifieke werkzame elementen dragen bij aan het voorkomen van recidive van ex-gedetineerde jongeren met een migratieachtergrond?

Het onderzoek bestond uit een literatuuronderzoek en een praktijkgedeelte waarbij diepte-interviews zijn gehouden met experts en professionals die met de doelgroep werken – jongeren en jongvolwassen met en zonder migratieachtergrond.

Direct naar de publicatie

Maatwerk van belang

Hoe zorg je dat ex-gedetineerden niet in de criminaliteit terugvallen, wat werkt bij de hulpverlening? Maatwerk, dat blijft altijd van belang, zo blijkt uit het onderzoek. En het is niet zo dat je voor jongeren en jongvolwassenen met een migratieachtergrond er een compleet andere werkwijze op moet nahouden dan bij autochtone leeftijdsgenoten, stelt Anouk Visser, onderzoeker bij KIS*. ‘Veel dingen blijven hetzelfde. Dat blijkt ook uit de onderzochte literatuur. Maar er kunnen wel nuanceverschillen zijn.’

Stel de vraag: ‘Wie is jou tot steun?’

Gebruik netwerk

Als voorbeeld van verschillen geven Visser en mede-onderzoeker René Broekroelofs het aspect netwerk. Hou dan wel in het achterhoofd dat iemand een migratieachtergrond heeft. Visser: ‘Een netwerk is natuurlijk altijd belangrijk. Maar bij een jongere en jongvolwassene met een migratieachtergrond is dat netwerk vaak groter. Een oom, neef of tante kan daarbij een net zo belangrijke rol spelen als vader, moeder, broer of zus. Vraag: “Wie kan helpen om iemand te ondersteunen om niet terug te vallen in criminaliteit? Wie is jou tot steun?”’

Broekroelofs noemt de actor ouders (zie ook bij kader werkzame elementen). ‘Die zijn erg belangrijk om mee te werken – ook in de periode dat de jongere in detentie zit. Als je goede afspraken maakt met ouders hoe jongeren kunnen worden geholpen, kunnen worden gemonitord, dan vergroot je de kans dat het goed blijft gaan.’

Maak onderwerpen bespreekbaar

Broekroelofs: ‘Soms komen onderwerpen niet aan bod in gesprekken tussen hulpverlener en cliënt. Terwijl sommige onderwerpen een sleutelrol kunnen spelen, of op zijn minst ertoe kunnen bijdragen dat iemand niet terugvalt in criminaliteit.’ Visser: ‘Bijvoorbeeld een onderwerp als geloof. Veel hulpverleners laten dat thema liggen. Maar het kan een belangrijke steun zijn, een hulpmiddel.’

Verander de dynamische factoren

Visser benadrukt dat er veel factoren een rol spelen die bepalen of iemand terugvalt in de criminaliteit of niet. Daar heb je als hulpverlener niet zomaar invloed op. ‘Er zijn statische en dynamische factoren. Je kunt het IQ van iemand niet veranderen of de buurt waarin iemand is geboren, dat zijn statische factoren waar je geen greep op hebt. Maar met dynamische factoren als netwerk – waar we het net over hadden – of verslavingsproblemen of agressie, kun je wel aan de slag. Daar valt iets aan te veranderen.’
*Inmiddels is Anouk Visser niet meer voor KIS werkzaam.

Negen werkzame elementen

Op basis van literatuuronderzoek en interviews met mensen uit de praktijk, zijn een aantal werkzame elementen geformuleerd:

1. Aansluiting vinden en maatwerk bij de nazorg
Door zo goed mogelijk aan te sluiten bij wat de jongere nodig heeft en maatwerk te leveren verkleint de kans op recidive.

2. Rekening houden met de migratieachtergrond van de jongere
Wanneer de normen en waarden en het taalgebruik van ex-gedetineerde en professional uiteenlopen, is het van belang hier bewust van en sensitief voor te zijn. Dit vergroot de kans dat hulpverlening aanslaat.

3. De inzet van een positief rolmodel
Rolmodellen zijn mensen die het goede voorbeeld geven, iemand waarmee de ex-gedetineerde zich kan identificeren. Positieve rolmodellen dragen bij aan het ontwikkelen van zelfreflectie om zo de eigen kracht te versterken. Mogelijke rolmodellen zijn mensen uit de familie van de jongere, of bijvoorbeeld een imam, een bekend persoon, of een maatje met een vergelijkbare culturele achtergrond.

4. Inzetten op identiteitsontwikkeling
Als jongeren en specifiek jongeren met een migratieachtergrond niet goed hun identiteit hebben ontwikkeld, is de kans groter dat zij vervallen in crimineel gedrag. Het risico terug te vallen in delinquent gedrag wordt groter als de ‘identiteitscrisis’ niet wordt aangepakt.

5. Vergroten moreel besef
Het moreel besef vergroten gaat over de natuurlijke ontwikkeling van moreel beoordelingsvermogen, maar ook over het ontwikkelen van emotionele onderdelen als schuld, schaamte en empathie. De afwezigheid van moreel besef hangt samen met recidive.

6. Herstelbemiddeling
Herstelbemiddeling is een aanpak die ex-gedetineerde jongeren een kans geeft om de aangerichte schade recht te zetten en het slachtofferleed te herstellen. Door de reflectie die ontstaat bij het slachtofferherstel wordt de kans op recidive verkleind. Dit werkzame element hangt samen met het element ‘vergroten moreel besef’.

7. Binding met de samenleving bevorderen
Sommige jongeren ervaren een beperkte binding met de samenleving. Deze binding verslechtert vaak door verblijf in een (jeugd)gevangenis omdat iemand tijdelijk niet mee kan doen in de maatschappij. Om recidive te voorkomen moet er aandacht zijn voor de binding met thuis en de maatschappij.

8. Vergroten van het sociale netwerk
Een sterk sociaal netwerk leidt tot sociale banden waarbij gedeelde normen en verplichtingen centraal staan. De aanwezigheid van gedeelde normen en waarden is met name belangrijk om crimineel gedrag van jongeren te vermijden. Mensen in het sociale netwerk zouden een voorbeeldfunctie moeten hebben. Een voorbeeldfunctie waarbij er sprake is van positieve omgangsvormen, rolmodellen en sociale controle, steun op emotioneel gebied en steun bij praktische ondersteuning. Daarnaast is het van belang om sociale contacten met mensen die een negatieve invloed hebben op de jongere (denk bijvoorbeeld aan peers) te verminderen.

9. Binding en herstel met ouders of opvoeders
De binding met de ouders is bij sommige jongeren met een migratieachtergrond niet goed. Door schaamte en schuldgevoelens zijn de ouders soms niet in staat om de jongere goed op te vangen als hij of zij weer vrijkomt, waardoor de kans groter wordt dat de jongere terugvalt in crimineel gedrag. Het is dus belangrijk om de relatie met de ouders te herstellen, omdat juist ouders een grote invloed kunnen hebben op de jongere. Een goede ouder-kindrelatie is ook beschermend voor delinquent gedrag.

Naar de publicatie

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

8 + 11 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.