Gemengd wonen met statushouders: een creatieve oplossing voor het tekort aan woonruimte, het benutten van (in veel gevallen) leegstaand vastgoed en het bevorderen van participatie en integratie van statushouders. KIS onderzoeker Kirsten Tinnemans deed er, samen met de onderzoekers Alfons Fermin en Maarten Davelaar, een verkennend onderzoek naar. Dragen deze initiatieven daadwerkelijk bij aan integratie en participatie van statushouders? Wat werkt? En wat zijn aandachtspunten voor andere, vergelijkbare initiatieven?

Door heel Nederland zijn er, sinds in 2015 de komst van asielzoekers toenam, rond de vijftig initiatieven voor ‘gemengd wonen’ opgezet. KIS onderzocht er twaalf. ‘Het is een verkennend onderzoek’, benadrukt onderzoeker Kirsten Tinnemans. ‘De projecten verschillen onderling enorm, liggen in grote en kleine gemeenten, zijn grootschalig of kleinschalig, combineren het wonen met ouderen of juist met jongeren. We hebben daarom ook zoveel mogelijk, bij alles wat we in het rapport schreven, de specifieke projecten vermeld. De geïnteresseerde lezer weet zo waar hij eventueel terecht kan, mocht hij meer informatie over een bepaald initiatief willen.’

Naar het rapport  

Opbrengsten

Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar de opbrengsten van deze projecten. Met het rapport willen de onderzoekers een aanzet geven om in deze kennislacune te voorzien. ‘Per project spraken we, in deze eerste verkenning, met twee mensen, een initiatiefnemer en iemand direct betrokken bij de uitvoering’, vertelt Tinnemans. De geïnterviewden geven aan dat het niet eenvoudig is om concrete effecten op het gebied van integratie van statushouders aan gemengd wonen toe te kennen, maar onderschrijven over het algemeen wel de impliciete veronderstelling dat het gemengd wonen van statushouders met reguliere bewoners een positief effect kan hebben.

SoZa-co-living

Één van twaalf onderzochte projecten is SoZa-co-living. Het project is gehuisvest in ongeveer de helft van het SoZa-gebouw, het voormalige Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, dat pal naast het treinstation Laan van Nieuw-Oost-Indië in Den Haag ligt. In februari 2018 ging daar een co-living project van start met in totaal 175 bewoners, waarvan ongeveer de helft statushouders. De uit Syrië afkomstige Shadi Srewel en de geboren en getogen Drenthenaar Robert-Jan Kregel, beiden 27 jaar oud, wonen in SoZa-co-living.

'Door met mijn neus op de verschillen te worden gedrukt heb ik meer en meer begrip gekregen voor de Nederlandse cultuur' - Shadi Srewel, bewoner

Moeilijke start

Shadi Srewel werd in het SoZa complex geplaatst. Hij had geen keus. Hij moest het opvangcentrum in Utrecht, waar het hem goed beviel, verruilen voor het SoZa-gebouw in Den Haag. ‘Het was dit of de straat.’ De eerste maand was hij de enige bewoner van zijn woongroep en zat hij veel alleen op zijn kamer. Hij verfde de muren rood met wit en besloot er het beste van te maken. Langzaam vulde de unit zich. Er kwamen nog drie statushouders bij en vier jonge Nederlandse vrouwen, die studeerden en/of werkten.

‘In het begin was het heel erg moeilijk’, vertelt Srewel ernstig. ‘We zijn zo verschillend allemaal.’ Maar juist zo met je neus op de verschillen gedrukt worden heeft hem erg geholpen meer en meer begrip te krijgen voor de Nederlandse cultuur, zegt hij. Er ontstond een vriendschap en hij kwam bij één van zijn huisgenoten thuis, leerde haar ouders kennen, kreeg een kijkje in het reilen en zeilen van een Nederlands gezin. ‘Wat ik eerst heel erg indeelde in ‘goed’ en ‘fout’ kan ik nu beoordelen vanuit een ruimer perspectief.’ Srewel ervaart dat als één van de belangrijkste voordelen van het samenwonen met Nederlanders, vertelt hij.

'De selectie van jongeren die hier komen wonen, moet zorgvuldig gebeuren'  - Hassan el Bouzidi,  trajectbegeleider

Verruimd perspectief

Dat ruimere perspectief ervaart ook de Nederlander Robert-Jan Kregel. Hij verruilde het melkveebedrijf van zijn ouders in Geesbrug, in Drenthe, voor een baan op de HR-afdeling van het Planbureau voor de Leefomgeving in Den Haag. De eerste maanden verbleef hij op verschillende locaties in de stad, via Airbnb, tot een collega hem op het SoZa-gebouw attendeerde. De betaalbare huur, de ligging (nabij werk en station) en het idee niet langer alleen te wonen, in een stad die hij niet kende, sprak hem aan.

Het mixen van nieuwe Nederlanders met Nederlanders werkt heel goed, volgens Kregel. ‘Ik help mijn huisgenoten af en toe met huiswerk, met het opstellen van een CV en met spreekvaardigheid in de Nederlandse taal. Ook als er post komt help ik wel eens met het lezen van brieven van diverse instanties. Of ze gaan naar de teamleden van het Jeugd Interventie Team (JIT) die in het gebouw hun kantoor hebben. Daar kunnen ze ook altijd terecht. Door het samenleven krijgen de statushouders sneller mee wat onze gebruiken zijn.’ Andersom vindt Kregel het ook een verrijking voor hemzelf. ‘Het is een groot verschil om over vluchtelingen op het journaal te horen of om zelf met ze te spreken.’

 Werkzame elementen voor geïntegreerd gemengd wonen:
  • Een getalsmatige balans tussen ‘vragende’ en ‘dragende’ bewoners, 50/50
  • ‘Gespikkelde’ huisvesting, doordacht mixen in ruimtelijke zin (herkomst/leeftijd)
  • Maximale omvang: tussen de 100 en 200 bewoners
  • Zorgvuldige selectie van de ‘reguliere huurders’ (motivatie)
  • Duidelijke huis- of leefregels, duidelijk aanspreekpunt
  • Aanvullende persoonlijke begeleiding / onderling ondersteunen
  • Passende vorm van beheer (complexbeheerder vs community builder)
  • Passende ruimtelijke opzet, inrichting en locatie (gezamenlijke ruimte)

 

Kritiek

Hoewel beide bewoners overwegend positief zijn over de effecten van het samenwonen, hebben ze ook een aantal kritische noten te kraken. ‘Het gebouw is niet ontworpen voor bewoning’, zo vat Srewel de onvrede met betrekking tot het woongenot samen. En Kregel  noemt een aantal organisatorische aspecten die voor verbetering vatbaar zijn, met name rondom de communicatie van de komst van nieuwe bewoners.

Goede begeleiding

De statushouders in SoZa-co-living krijgen individuele begeleiding van leden van het Jeugd Interventie Team. Het JIT, dat jaarlijks zo’n 600 Haagse jongeren tussen de 17 en de 27 begeleidt op het gebied van school, werk, gezondheid, en financiën, heeft kantoorruimte in het SoZa-gebouw. De drempel is laag, waardoor ze goed toegankelijk zijn en een vertrouwensrelatie kunnen opbouwen.

‘In het begin was het moeilijk om contact te maken’, vertelt Chinaida Jeroe, ‘nu komen er soms ook vrienden van bewoners met hun brieven langs en vragen om hulp.’ Trots meldt ze dat, op slechts een paar na, alle statushouders zijn toegeleid naar ofwel een opleiding ofwel werk.

'Het is een groot verschil om over vluchtelingen op het journaal te horen of om zelf met ze te spreken'  - Robert-Jan Kregel, bewoner

Zorgvuldige selectie

Volgens het oorspronkelijke plan zou SoZa-co-living voor de helft bewoond worden door statushouders en voor de andere helft door studenten, maar bij de start bleek februari een slechte maand om studenten aan te trekken, waarna vastgoedbeheerder Gapph breder is gaan zoeken, en ook is gaan werven onder jonge werkende nieuwkomers in Den Haag en onder jongeren die na hun achttiende vanuit de jeugdhulpverlening naar nieuwe woonruimte op zoek moesten.

Hassan el Bouzidi, senior trajectbegeleider van het Haagse JIT dat kantoor houdt in het SoZa-gebouw, signaleert daar een ander aandachtspunt. ‘De selectie van jongeren die hier komen wonen, moet zorgvuldig gebeuren. Statushouders dragen sowieso een rugzak met zich mee. Als je daar Haagse jongeren bij zet met een nog grotere rugzak, dan creëer je problemen, inplaats van aan een oplossing te werken. De selectie van ‘reguliere’ jongeren die hier komen wonen, moet zorgvuldig gebeuren.’

Aandachtspunten

Een waaier aan concrete resultaten, op het gebied van integratie van statushouders, biedt het rapport niet. Maar de systematisering van de ervaringen, opgedaan in de twaalf onderzochte initiatieven, geeft inzicht in diverse aandachtspunten, waar ontwikkelaars en/of gemeenten, die een dergelijk project overwegen, hun voordeel mee kunnen doen. Als in een volgende onderzoeksfase de bewoners, zoals Shadi Srewel en Robert-Jan Kregel en hun huisgenoten gehoord worden, kunnen genoemde inzichten zich nog verder verdiepen.

Auteur: Camie van den Brug

Anderen bekeken ook

  • In een gemengd woonproject wonen verschillende groepen mensen doelbewust samen; bewoners onderhouden contact met elkaar en ondernemen gezamenlijk...

    Bekijk

Jouw bijdrage

5 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.