Hoe komt het dat opvoedondersteuners en migrantenorganisaties elkaar zo moeilijk weten te vinden? En hoe kun je zorgen dat ze elkaar kunnen versterken? Elena Ponzoni deed hier uitvoerig onderzoek naar en vertelde hierover tijdens het afscheidssymposium van Trees Pels als bijzonder hoogleraar Opvoeden in de multi-etnische stad (Vrije Universiteit).

Ponzoni stelt dat zowel de migrantenorganisaties (informele werkers) als de reguliere opvoedondersteuning (formele werkers) overtuigd zijn van het belang van samenwerken. Beide willen ook graag samenwerken, maar hebben de perceptie dat ‘de ander’ dat niet wil. Hoe komt dat? Volgens Ponzoni ligt dat vooral aan een groot verschil in de verwachtingen. De migrantenorganisaties verwachten dat de formele werkers hun organisatie komen versterken. De opvoedondersteuners zien deze organisaties echter vooral als brug naar de migranten.

Veilige ruimte

Hoe doorbreek je nu deze impasse? Ponzoni pleit voor het creëren van wat zij een ‘veilige ruimte’ noemt. De formele werkers moeten hiertoe hun oordeel tijdelijk opschorten om zo ruimte te geven aan de kracht van de migrantenorganisaties. De opvoedondersteuners en de migrantenorganisaties kunnen dan samen werken om het negatieve discours te doorbreken. Dat klinkt abstract, maar Ponzoni heeft drie concrete voorbeelden. Een in Amsterdam Slotervaart en twee in de Zaanse wijk Poelenburg. Professionals werkten in deze drie gevallen samen met migrantenorganisaties. Ze luisterden naar de behoefte van de organisaties, formuleerden vervolgens samen een positief doel en werkten daar ten slotte samen aan. Door samen te werken aan iets positiefs, groeide het onderlinge vertrouwen en dat was de basis voor verdere samenwerking.

Samenwerking versnellen

Als spin off van haar proefschrift, formuleert Ponzoni een aantal richtingen om samenwerking te bevorderen:

  • Trek samen op, ondanks de verschillen in benadering en ideeën
  • Geef (en neem) tijd en ruimte om op zoek te gaan naar de dingen die je deelt
  • Onverwachte vormen van verbinding bieden tegenwicht aan de ontwrichtende kracht van polarisatie en verschillen

Hoe werkt dat in de praktijk?

Monique Schweitz, teammanager Jeugd Zaanstad-Zuid, ging tijdens het symposium dieper in op de samenwerking van het Jeugdteam met migrantenorganisaties in de Zaanse wijken Poelenburg en Peldersveld. “We wilden het anders doen, want we zagen dat onze ideeën niet aansloegen.” En dat was toch wel een probleem in wijken waar de bevolking voor 65 procent uit migranten bestaat, aldus Schweitz.

Een van de oorzaken is vooral het wij-zij-denken. Wij, de opvoedondersteuners, hadden het beste voor met de kinderen, maar ‘zij’ de migranten wilden gewoon niet komen. Waarom, dat wilden ze in Zaanstad weten en ze vroegen het de migrantenorganisaties. Schweitz: “Zij vertelden ons dat zij zich door ons slechte ouders voelden omdat ze het toch nooit goed konden doen. En dan 'pakten' we ook nog eens hun kinderen af. Dan kunnen wij wel zeggen dat we het zo niet bedoelen, maar zo ervaren zij het wel.”

Het Jeugdteam gooide hierop het roer om en vroeg de zelforganisaties naar hun behoeften en verwachtingen. Ze keek waarin de organisaties goed waren en ondersteunde hen daarin. Dat wekte vertrouwen met als resultaat dat ze nu ook met opvoedvragen bij het Jeugdteam komen.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

1 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.