De onthoofding van de leraar in Parijs, en die andere recente, afgrijselijke incidenten in Frankrijk en Oostenrijk: Jamila Achahchah volgt het op de voet. De projectleider Inclusie en diversiteit van KIS en Movisie kijkt daarbij vooral naar de reactie van de professionele (jeugd)hulpverlening. ‘Wat als zulke gebeurtenissen in Nederland hadden plaatsgevonden? Wat was er dan gebeurd? Ik maak me daar grote zorgen over. Ik denk echt dat het gebrek aan levensbeschouwelijke competenties in de hulpverlening en de handelingsverlegenheid bij religieuze vraagstukken dan heel pijnlijk aan het licht zouden komen’, zegt Achahchah.

Welke professionals gaan jongeren die met vragen over die incidenten worstelen op weg helpen, wie steunt de ouders die hierover lastige opvoedvragen hebben? Wat doen ze op scholen? Achahchah: ‘Ik snap dat leraren na de moord op Samuel Paty boos zijn, dat ze zich van alles afvragen over de gevaren die zij zelf lopen als zij lastige onderwerpen behandelen. Maar ondanks alle emotie ligt hier een taak. Ze hebben misschien een klas vol met jongeren die vragen hebben over dat incident, die gevoelens hebben over wat er is gebeurd. Wie bekommert zich over hun emotie? Wie voelt zich geroepen met hun de incidenten te bespreken? En wie heeft daar de juiste competenties voor?’

Negeren is geen optie, hier ligt volgens Achahchah absoluut een opvoed- en ontwikkelopdracht. Wat als de ouders het niet doen? Wat als de professional met zijn handelingsverlegenheid het onderwerp vermijdt? Waar moet de jongere dan heen met zijn vragen? Een gevoel van miskenning kan bij deze gelovige jongeren leiden tot verstoring van een positieve identiteitsontwikkeling. Die verstoorde ontwikkeling kan het gevoel er eigenlijk niet bij te horen, versterken. En stel dat dat gevoel, plus de onzekerheid en onbegrip, omslaan in woede.

Het valt op dat professionals snel in een kramp kunnen schieten of religiestress ervaren en in een gesprek over religie hun vakkennis verliezen

E-learning

Achahchah houdt zich al jaren met dit onderwerp bezig, ze werkte mee aan een e-learning van KIS over levensbeschouwelijke competenties in de (jeugd)hulpverlening die vorige week is uitgekomen. Die e-learning is volgens haar een logisch gevolg op het onderzoek dat ze eerder dit jaar deed naar Levensbeschouwing en religie in de hulpverlening. Achahchah stuitte in dat onderzoek op jongeren die zich met hun vragen over religie niet gehoord voelen, op ouders die geen antwoorden krijgen op hun levensbeschouwelijke opvoedvragen en op professionals die zich niet goed genoeg opgeleid achten om ermee aan de slag te gaan.

‘Het valt op dat professionals snel in een kramp kunnen schieten of religiestress ervaren en in een gesprek over religie hun vakkennis verliezen’, aldus Achahchah. ‘Als iemand milieuactivist is bijvoorbeeld, of heel fanatiek bezig is met gezonde voeding, ervaart diezelfde professional dat gevoel van handelingsverlegenheid niet. Hij gaat dan heel makkelijk het gesprek aan over de leefwereld en de argumenten van de cliënt. Terwijl je dus in principe bij al die onderwerpen dezelfde onderzoekende houding nodig hebt.’

Naar de e-learning

Blinde vlek

Volgens Alex Schenkels, docent filosofie bij de opleiding Pedagogiek van Fontys Hogescholen in Eindhoven, komt de onzekerheid en handelingsverlegenheid door een blinde vlek in de opleidingen van de pedagogische professionals. ‘In de hulpverlening lijkt het idee van scheiding van kerk en staat een beetje vastgeroest, het hindert bij de werkzaamheden. Antireligieus, agnostisch of seculier is de norm. De opleidingen doen inmiddels best veel aan diversiteit en intercultureel werken, maar voor het levensbeschouwelijke stuk is nog weinig aandacht. Volgens mij komt dat door het idee dat dat niet wetenschappelijk of niet neutraal is.’

Het gesprek over religie mag geen taboe meer zijn

Dat idee is volgens Achahchah en Schenkels allang over de houdbaarheidsdatum heen. ‘Waarom? Gewoon omdat professionals hier in de praktijk steeds vaker vragen over krijgen. Die kunnen we niet meer negeren. Het gesprek over religie mag geen taboe meer zijn’, aldus Schenkels.

Als jongeren vragen hebben over Mohammed-cartoons of als die puber op de biblebelt zich steeds meer afkeert van God en met zichzelf in de knoop ligt, dan moeten professionals daar professioneel mee omgaan. Schenkels: ‘Ze moeten bereid zijn vanuit een ander referentiekader daar volwassen, professioneel mee om te gaan. Met een bereidheid tot perspectiefverplaatsing. We lezen en praten genoeg óver religie. Maar echt vanuit een ander referentiekader kijken, blijkt voor veel hulpverleners erg moeilijk.’

Zelfkennis

Waar Achahchah een e-learning presenteerde voor de huidige generatie professionals, ontwikkelde Schenkels een module gericht op gezinnen met levensbeschouwelijk georiënteerde opvoedvragen voor de toekomstige (jeugd)hulpverleners. Hij werd daarbij mede geïnspireerd door KIS dat al langere tijd aandacht aan dit onderwerp besteedt in de hoop dat hogescholen er mee aan de slag gaan. De eerste groepen studenten van Schenkels hebben de module (‘Opvoeding, Levensbeschouwing en Diversiteit’) twee semesters gevolgd en inmiddels afgerond.

Levensbeschouwelijke diversiteitssensitiviteit is ook een kwestie van dóen

Ze startten met een reflectiesessie, omdat sensitieve professionaliteit staat of valt bij zelfkennis. Welke rol speelt levensbeschouwing in je eigen leven? Hoe kijk jij naar religie? De studenten volgden gastlessen van pedagogische professionals met zeer diverse (levensbeschouwelijke) achtergronden, ze interviewden experts en werden gestimuleerd meer kennis op te doen over godsdiensten. Lezen, lezen en nog eens lezen.

Levensbeschouwelijke diversiteitssensitiviteit is volgens Schenkels ook een kwestie van doen. De studenten hebben gezinnen gecoacht en zo ervaren wat daar bij komt kijken. Ze putten in de praktijk, in het contact met ouders, uit de pedagogische theorieën die al bekend zijn, maar ze leerden ook nieuwe vaardigheden. De aanstaande professional transformeert en promoveert van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam. ‘Dat is de eerste stap richting bewust bekwaam’, stelt Schenkels.

Deskundigen, zoekenden en afzijdigen

De e-learning van KIS die Achahchah mede ontwikkelde is voor professionals die met jongeren werken, zoals jongerenwerkers, docenten en opvoedingsondersteuners. Achahchah identificeerde in haar onderzoek drie typen professionals. Het eerste type heeft de juiste bagage om adequaat op levensbeschouwelijke vragen te reageren. Groep 2 is zoekend en pikt vooral door handelingsverlegenheid signalen niet op. In groep 3 plaatst zij de afzijdigen. Dat zijn de professionals die weerstand voelen ermee aan de slag te gaan. Zij zijn opgegroeid en professioneel opgevoed met de opvatting dat religie privé is.

Onthoud je van waarde-oordelen, voer een open dialoog

De e-learning is een introductie in levensbeschouwelijk vakmanschap. De professional leert reflecteren op eigen houding en handelen en een aantal basiscompetenties zoals: religieuze overtuigingen niet schuwen maar (h)erkennen en bespreken en inclusieve taal spreken om geen (levensbeschouwelijke) perspectieven uit te sluiten.

Het lesmateriaal omvat ook leuke opnames met jongeren die vertellen over de betekenis van de levensbeschouwing in hun dagelijks leven. Ze geven de professionals tips en bieden een mooi inkijkje in hun leefwereld. In casussen ervaren de professionals welke vaardigheden ze nodig hebben en hoe je die kunt inzetten. ‘In de e-learning zul je leren dat je veel van de gevraagde competenties al in je rugzak hebt. Namelijk actief luisteren en de juiste vragen stellen. Nieuwsgierig en objectief. Onthoud je van waarde-oordelen, voer een open dialoog’, aldus Achahchah.

Pioniers

KIS is blij met pioniers als Schenkels. Goed voorbeeld doet goed volgen. Nu is het tijd dat de huidige lichting professionals zich openstelt, met dit onderwerp aan de slag gaat en zich laat bijscholen. De opleidingen moeten aan de slag met de volgende generatie. Schenkels: ‘Uit recent onderzoek blijkt dat er zowel in het werkveld als op de beroepsopleidingen incidenteel iets aan levensbeschouwing wordt gedaan. Het is nu aan mij om ervoor te zorgen dat de module die ik heb bedacht niet het volgende incident wordt. De tijd vraagt erom: dit vak moet structureel worden ingebed in het lesprogramma. Dus niet als facultatieve module of minor. Dit is bagage die alle studenten moeten meekrijgen om straks goed hun werk te kunnen doen.’

Naar de e-learning

Auteur: Rob Pietersen

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Ik ben erg blij met deze optie om breder kijken te stimuleren en zo meer begrip voor de verschillende levensovertuigingen te kweken.

Jouw bijdrage

1 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.