‘Sleutelpersonen zijn nodig; zij komen wel achter de voordeur’

Leestijd: 8 min

Zelfbeschikking betekent: zelf keuzes kunnen en mogen maken. Hoewel (lokale) instellingen als Veilig Thuis en wijkteams hulp en bescherming moeten bieden aan slachtoffers wiens zelfbeschikking in het gedrang komt, lukt het deze formele organisaties lang niet altijd om deze slachtoffers tijdig te bereiken en het contact vast te houden. Informele zelforganisaties zoals vrouwen- en migrantenorganisaties en hun sleutelpersonen lukt dat wel. We spreken met KIS-onderzoeker Hans Bellaart over samenwerking rond zelfbeschikking tussen formele en informele organisaties. Hoe ziet deze samenwerking eruit? En hoe leidt dit in de praktijk tot het vergroten van het zelfbeschikkingsrecht van burgers?

Artikel
Zelfbeschikking

Op donderdag 10 november is er een landelijke bijeenkomst van zelfbeschikking en de samenwerking tussen formele en informele organisaties.

Lees meer en meld je aan

Zelfbeschikking is kiezen waar je werkt, welke studie je wilt doen, op welke plek je gaat wonen of met wie je trouwt. Zelfbeschikking betekent dus: zelf keuzes kunnen en mogen maken. Toch is zelfbeschikking niet voor iedereen vanzelfsprekend. In sommige families en gemeenschappen zijn groepsnormen over hoe mensen - vooral meisjes en vrouwen - moeten leven belangrijker dan individuele vrijheid. Dit levert strijd op tussen partners of tussen ouders en kinderen. Het kan leiden tot een gedwongen leven in isolement, tot huwelijksdwang, achterlating en andere vormen van eergerelateerd geweld. Hoewel (lokale) instellingen als Veilig Thuis en wijkteams hulp en bescherming moeten bieden, lukt het deze formele organisaties lang niet altijd om de slachtoffers tijdig te bereiken en het contact vast te houden. Informele zelforganisaties zoals vrouwen- en migrantenorganisaties en hun sleutelpersonen lukt dat wel. Door middel van een - structurele- samenwerking kunnen formele en informele organisaties elkaar bekrachtigen, waardoor zij betere hulp kunnen bieden aan burgers in kwetsbare posities. Hoe ziet deze samenwerking eruit? En hoe leidt dit in de praktijk tot het vergroten van het zelfbeschikkingsrecht van burgers?

‘Formele organisaties gaan ervan uit dat mensen zelfstandig en vanzelf naar hen toekomen wanneer zij hulp nodig hebben. In de praktijk is dat echter niet zo’, legt KIS-onderzoeker Hans Bellaart uit. Bellaart heeft onderzoek gedaan naar diversiteitvraagstukken in het sociaal domein, rond toegankelijkheid, intercultureel vakmanschap en de ontwikkeling van cultuursensitieve zorg. In 2019 hield hij zich onder andere bezig met informele organisaties zoals lokale migrantenorganisaties. Hij bekeek hoe deze organisaties, samen met formele organisaties, duurzaam bij kunnen dragen aan het verbeteren van de positie van maatschappelijk kwetsbare burgers en toegankelijkheid van de hulpverlening. ‘Maatschappelijk kwetsbare groepen, zoals laagtaalvaardige burgers met een migratie- of vluchtachtergrond, of gezinnen die in armoede leven, kunnen een wantrouwend of onzeker gevoel hebben tegenover formele instanties’, vertelt hij verder. ‘Ze hebben soms moeite om zelfstandig een hulpvraag te verwoorden en stappen niet zelf op de hulpverlening af, door onbekendheid, angst of een taalbarrière.’ Hoewel er hulpvoorzieningen beschikbaar zijn, maken deze burgers hier daarom te weinig of niet tijdig gebruik van. Zo krijgen ze ook niet de hulp die ze nodig hebben. Om deze groepen beter te bereiken, zijn informele organisaties nodig: zelforganisaties, belangengroepen of individuele sleutelpersonen die dicht bij de groep staan. ‘Wanneer mensen hulp nodig hebben, spreken zij vaak eerst een sleutelpersoon aan’ ziet Bellaart in de praktijk. ‘Ze kunnen zo met iemand praten op een manier die aansluit op hun eigen leefwereld.’ Sleutelpersonen bieden herkenbaarheid en kunnen laagdrempelig benaderd worden door burgers. Zo krijgen informele organisaties eerder zicht op de problemen die spelen onder burgers in kwetsbare posities. En zo kunnen informele organisaties als tussenpersonen fungeren: zij kunnen kwetsbare inwoners in beeld krijgen en vervolgens begeleiden naar de nodige hulpinstanties. 

Wanneer mensen hulp nodig hebben, spreken zij vaak eerst een sleutelpersoon aan

Niet serieus genomen 

Formele en informele organisaties vullen elkaar dus aan. Informele organisaties hebben een nabijheid tot de burger die formele organisaties, ook wanneer cultuursensitief wordt gewerkt, niet altijd hebben. Informele organisaties kunnen op hun beurt niet altijd hulp bieden die nodig is, dus begeleiden zij mensen door naar formele hulpinstanties die dit wel kunnen. Dit onderstreept wederom het belang van een samenwerking tussen het formele en informele. Deze samenwerking gaat echter niet vanzelf. Bellaart: ‘We horen uit het veld dat sleutelpersonen vaak het gevoel hebben niet serieus genomen te worden.’ Vrijwilligers, zoals sleutelfiguren, kunnen zich bijvoorbeeld ondergewaardeerd of ongehoord voelen in hun deskundigheid. Anderzijds kunnen beroepskrachten het moeilijk vinden om hun eigen werkwijzen los te laten en te leren van de benaderingswijze van informele organisaties. 

Voor de potentiële slachtoffers wiens zelfbeschikking in het gedrang komt is de samenwerking tussen formele en informele organisaties cruciaal, omdat dit kan leiden tot meer vroegtijdige signalering. In geval van eergerelateerd geweld, huwelijksdwang, achterlating of gedwongen isolement is deze vroegtijdige signalering van groot belang. Het kan betekenen dat iemand tijdig geholpen wordt om een schadelijke situatie te voorkomen. Of in het ergste geval, kan het betekenen dat het slachtoffer op tijd in veiligheid kan komen. ‘Jonge vrouwen die worstelen met zelfbeschikking ervaren relatief veel depressieklachten, omdat zij veel innerlijk verscheurd worden tussen loyaliteit aan de familie en hun eigen wensen. Het is belangrijk hen op tijd te helpen’, ligt Bellaart toe. ‘Ook situaties van eergerelateerd geweld of gedwongen verplaatsing naar het thuisland, hoewel zeldzaam, kunnen door vroege signalering worden voorkomen.’

Sleutelpersonen zijn nodig; zij komen wel achter de voordeur

Achter gesloten deur

Taboeonderwerpen zoals huwelijksdwang worden verborgen gehouden en zijn daarom slecht zichtbaar voor formele organisaties. Hulpinstanties kunnen slachtoffers niet helpen, omdat ze deze slachtoffers niet zien. Ook wanneer zij wel een hand uitsteken, wordt deze vaak niet aangenomen. Bellaart: ‘Professionals worden gezien als de out-group en mogen zich er niet mee bemoeien. Zonder sleutelpersonen die een brug slaan is het voor de professional daarom moeilijk om binnen te komen. Sleutelpersonen lukt het vaker achter de voordeur te komen en vanuit een vertrouwensrelatie stappen vooruit te maken.’ 

Formele organisaties die goed samenwerken met informele organisaties kunnen daarnaast ook sleutelpersonen zelf ondersteunen. Wat deze vrijwilligers zien achter de deur, kan heel zwaar voor hen zijn. Daarnaast zijn sleutelpersonen vaak ook persoonlijk bekend met slachtoffers en hun sociale omgeving. ‘Ze kunnen met heftige dingen te maken krijgen in hun werk, zoals kindermishandeling en suïcidepogingen’, vertelt Bellaart. ‘Bij de Schilderswijkmoeders in Den Haag bijvoorbeeld, vinden de contactvrouwen het prettig dat aan hen training, coaching en ondersteuning wordt geboden door professionals.’   

Roza en Blanka: hoe zit een goede samenwerking eruit?

De Pools-Nederlandse Roza, een alleenstaande moeder van 3 kinderen, woont sinds twee jaar in Nederland. Door de taalbarrière heeft ze het erg zwaar: ze is werkloos en leeft geïsoleerd. Haar kinderen gaan naar school en komen thuis in een kale, en in de wintermaanden koude, sociale huurwoning. De brieven van de gemeente en belastingdienst begrijpt ze slecht, waardoor ze in de schulden raakt. Op het schoolplein ziet Blanka hoe Roza haar kinderen vaak vermoeid en bleek op komt halen. Blanka is een sleutelpersoon binnen de Pools-Nederlandse gemeenschap. Ze spreekt Roza aan en na enkele koffiemomentjes heeft Roza genoeg vertrouwen om haar situatie te delen met Blanka. Blanka heeft ervaring met zulke situaties. Ze kan Roza doorverwijzen naar schuldhulp en helpt met een aanvraag voor kinderpakketten. Roza durfde eerder geen hulp te zoeken voor haar kinderen. Ze was bang dat de overheid haar kinderen van haar zouden afpakken. Blanka neemt dit wantrouwen weg. Blanka ziet welke hulp er allemaal voor Roza is en blijft haar doorsturen naar contactpersonen binnen formele organisaties die Roza en haar kinderen direct hulp kunnen bieden.  

Werk aan de winkel 

De KIS-handreiking Duurzaam Bruggen Bouwen, geschreven door Bellaart en mede-onderzoekers Jamila Achahchah en Mariam Badou, geeft concrete ideeën voor vormen van structurele samenwerking tussen formele en informele organisaties. Een goede en duurzame samenwerking heeft een duidelijke meerwaarde. Het bereik en de toegankelijkheid van hulpverlening verbetert, het vertrouwen in elkaar als professionals en vrijwilligers groeit snel, er wordt kennis en kunde uitgewisseld en de dienstverlening aan kwetsbare en moeilijk bereikbare groepen krijgt al snel een positief kwaliteitsimpuls. Sinds het publiceren van de handreiking Duurzaam Bruggen Bouwen en het bijbehorende onderzoek in 2019, ziet Bellaart hier en daar een betere samenwerking. ‘Maar nog lang niet overal’, reflecteert Bellaart. ‘Vaak gaat het om samenwerkingsverbanden op projectbasis en blijft structurele samenwerking uit. Er is dus nog werk aan de winkel.’   

Jaarbijeenkomst Platform Eer en Vrijheid 

Op donderdag 10 november staat de jaarlijkse bijeenkomst van het Platform Eer en Vrijheid stil bij het thema: ‘samenwerking rond zelfbeschikking tussen formele en informele organisaties’. Net zoals in het onderzoek van Bellaart, Achahchah en Badou wordt gekeken naar de duurzame samenwerking tussen het formele en het informele. Onder de leiding van Naima Azough beantwoorden we de vraag: hoe kunnen formele en informele organisaties het beste samenwerken om de problemen rond zelfbeschikking beter en eerder aan te pakken? Esmah Lahlah belicht dit vanuit haar rol als wethouder van de gemeente Tilburg. In het plenaire gedeelte zal ook MT-lid directie van ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Nathalie Harrems spreken over de preventieve aanpak op zelfbeschikking, en wordt een theatraal intermezzo verzorgd door schrijfster en theatermaker Halime Yarba. 

In de middag volgen vijf boeiende workshops waarin verschillende gemeenten, formele en informele werkers presenteren hoe zij succesvol met elkaar samenwerken. Er is volop tijd en ruimte om elkaar ook informeel te ontmoeten. 

Het volledige programma vind je hier.

Meer informatie?Neem contact op met:

Hilde Bakker

icon_chevron Stuur een e-mail
icon_chevron 06-55440625
Afbeelding