Jongeren uit etnische minderheidsgroepen blijken vaker dan Nederlandse jongeren te kampen met gedragsproblemen en psychotische ervaringen die kunnen leiden tot psychose en schizofrenie. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Marcia Adriaanse, psychiater in opleiding bij de Parnassia Groep. Sociale factoren spelen vermoedelijk een grote rol. Een interview met de onderzoeker.

Uit het onderzoek komt naar voren dat jongeren uit etnische minderheidsgroepen (10-16 jaar) ten minste evenveel psychische problemen hebben als kinderen en jongeren van Nederlandse herkomst, en waarschijnlijk meer. Anders dan Nederlandse kinderen zijn zij vrijwel niet in beeld bij de reguliere geestelijke gezondheidzorg (GGZ). Bij de forensische GGZ zijn zij juist oververtegenwoordigd.

Een andere opvallende bevinding is dat de problematiek verschilt. Jongeren uit etnische minderheidsgroepen kampen vaker met symptomen van Oppositional Defiant Disorder (ODD) en Conduct Disorder (CD).

Wat verstaat u precies onder psychische stoornissen?
Adriaanse: ‘Psychische stoornissen verschillen van psychische problemen. Vrijwel iedereen is psychisch wel eens uit balans, door drukte op het werk of na het overlijden van een naaste. Dat kan zich uiten in kortdurende slaapproblemen, somberheid of concentratieproblemen. Van een stoornis is sprake, als iemand disfunctioneert, het bijvoorbeeld niet meer lukt om mee te komen op school of als een kind door teruggetrokken gedrag geen vrienden heeft. Een voorbeeld van een psychische stoornis is schizofrenie. Mensen horen, zien en denken dingen die niet stroken met de realiteit. Het is een ernstige stoornis, die vaak chronisch is.’

Dit onderzoek bestond uit twee fasen: 
 
  1. Een vragenlijst, voorgelegd aan 1563 jongeren van verschillende etniciteiten, op scholen verspreid over heel Nederland.
  2. Diagnostische interviews, afgenomen onder 152 Marokkaans-Nederlandse jongeren. Ook ouders en leerkrachten werden gevraagd naar hun bevindingen.

Kwetsbaar

Sociale factoren spelen vermoedelijk een grote rol bij oververtegenwoordiging

Jongeren uit etnische minderheidsgroepen blijken kwetsbaar voor psychische stoornissen te zijn, net als voor gedragsstoornissen en voor delinquent gedrag. Eerder onderzoek van copromotor Wim Veling toonde aan dat een psychotische stoornis zeven keer zo vaak voorkomt onder Marokkaanse Nederlanders. Uit de eerste fase van het promotieonderzoek bleek dat Marokkaans-Nederlandse kinderen het vaakst psychotische ervaringen hadden. In de vervolgfase heeft Adriaanse zich daarom specifiek op hen gericht.

Is er een verklaring waarom jongeren met een niet-westerse achtergrond en met name Marokkaanse Nederlanders vaker kampen met deze problemen? 
‘Over de oorzaken bestaat nog veel onduidelijkheid. Maar we hebben een sterk vermoeden dat sociale factoren een grote rol spelen. Belangrijk zijn het contact met de ouder en de opvoeding. Ook de buurt waarin een kind opgroeit. De sociaal-maatschappelijke positie is van invloed. Daarnaast discriminatie. Marokkaanse Nederlanders springen er in het onderzoek het minst positief uit. De beeldvorming over hen is dan ook het negatiefst.’

Hoe valt dit te rijmen met bijvoorbeeld schizofrenie, een psychiatrische ziekte?
‘Bij schizofrenie worden inderdaad veel biologische kenmerken gezien. Ons brein is een orgaan, maar wel het orgaan met de grootste mogelijkheden tot interactie. Daarom vormt ook onze omgeving het brein. Het is fascinerend om te zien hoe vaak deze ziekte met biologische kenmerken voorkomt in een bepaalde sociale situatie.’

Jonge vrouw alleen

 

Beschermende factoren

Marokkaanse Nederlanders die hier zijn geboren of op jonge leeftijd naar Nederland zijn gekomen, lopen het grootste risico om psychische stoornissen en gedragsproblemen te ontwikkelen. Er zijn ook beschermende factoren. Zo zijn jongeren die een groter zelfvertrouwen hebben en jongeren die zich verbonden voelen met de Nederlandse en/of de Marokkaanse cultuur, psychisch gezonder. Het beste af zijn de jongeren die zich met beide culturen verbonden voelen.

Screening

Ondanks het hoge risico op psychische stoornissen zijn maar weinig jongeren uit etnische minderheidsgroepen bekend bij de reguliere GGZ. Dat heeft te maken met culturele verschillen. Taboe en schaamte spelen waarschijnlijk een rol, waardoor zij niet makkelijk hulp zoeken. Maar ook met de hulpverlening, die niet altijd aansluit bij de behoeften van deze groepen.

Een vroege screening op psychische problemen op school is volgens Adriaanse daarom des te belangrijker. Zij pleit ervoor om alle kinderen standaard de vragenlijst te laten invullen. Vroege interventies kunnen ernstige psychische stoornissen op latere leeftijd voorkomen. De oorzaken liggen in de omgeving, maar het kind kan wel handvatten aangereikt krijgen om beter met bijvoorbeeld zijn achterstandspositie of discriminatie te leren omgaan.

 

Op 30 oktober vindt ter gelegenheid van de promotie van Adriaanse een symposium plaats, getiteld Kinderen en jongeren met diverse culturele achtergronden in Nederland: hun ontwikkeling, op school en in zorg. Locatie: Rosarium te Amsterdam. Dit symposium is bedoeld om onderwijzers, hulpverleners, beleidsmakers en politici te informeren over de huidige stand van kennis omtrent de ontwikkeling van kinderen en jongeren met diverse culturele achtergronden.
 

Marcia Adriaanse (32) studeerde geneeskunde aan het VUmc. Na haar opleiding startte zij haar promotieonderzoek, waarvan de dataverzameling in 2011 resulteerde in eindrapportage Psychische problemen en stoornissen bij Marokkaans Nederlandse kinderen en jongeren. In 2012 startte zij aansluitend de opleiding psychiatrie en schreef zij tegelijkertijd haar proefschrift, dat zij op 2 oktober verdedigde.
 

Anderen bekeken ook