Hoe zijn de huidige woon- en leefomstandigheden van Roma en Sinti in Nederland? Deze vraag staat centraal in de Monitor sociale inclusie (2020). Deze tweejaarlijkse monitor komt tot stand op basis van gesprekken met sleutelfiguren uit de Roma- en Sinti-gemeenschap en met sociaal professionals die met Roma en Sinti te maken hebben. De monitor wordt sinds 2013 gehouden, dit is inmiddels de vierde monitor.

Reactie ministerie SZW op de monitor

Als reactie op de monitor heeft minister Koolmees van SZW laten weten dat het rijksbeleid gericht is op aanpak van discriminatie en dat ingezet wordt op onderwijs en arbeid als belangrijke routes naar participatie in de samenleving. In zeven gemeenten wil het Rijk Roma- en Sinti-intermediairs aanstellen om onderwijs en arbeidsmarkttoeleiding van Roma- en Sinti-jongeren te bevorderen. Dit beleid wordt samen met de betrokken gemeenten in 2023 geëvalueerd. Lees ook de Kamerbrief hierover.

Positie op alle levensdomeinen zwak

De monitor bestrijkt de terreinen onderwijs, arbeid, gezondheid, wonen, veiligheid, keuzevrijheid en contact met de (lokale) overheid. Op al deze terreinen wordt de positie van Roma en Sinti door respondenten als zwak omschreven. Om de gezondheidssituatie uit te lichten: zowel professionals als de doelgroep zelf kenmerken de levensstijl van Roma en Sinti als ongezond. De indruk bestaat dat dit deels wordt veroorzaakt door een lage levensstandaard en deels samenhangt met culturele gebruiken. Volgens respondenten bestaat de leefstijl veelal uit ongezonde voeding en weinig beweging. In combinatie met stress en (groeps)druk zorgt dit voor een relatief slechte gezondheid. Een deel van de Roma en Sinti overlijdt volgens respondenten als gevolg daarvan relatief jong.

Ook psychische klachten zoals stress en trauma’s zouden regelmatig voorkomen. Er lijkt tegelijkertijd een taboe te bestaan op het spreken over psychische problemen onder de doelgroep. Oorzaken van deze psychische problemen worden gezocht in de financiële situaties, bestaansonzekerheid, slachtofferschap, statenloosheid, (oorlogs)trauma’s, groepsdruk vanuit de gemeenschap en een gebrek aan keuzevrijheid.

Betrokkenheid bij criminaliteit

De indruk bestaat dat met name Roma (Sinti, Balkan Roma en Nieuwe Roma in mindere mate) bovengemiddeld vaak betrokken zijn bij criminaliteit. Het zou in veel gevallen gaan om incidentele criminaliteit zoals vermogensdelicten. Daarnaast wordt er melding gemaakt van betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit zoals drugshandel of uitbuiting. Professionals die met Roma en Sinti werken hebben ook de indruk dat conflicten worden beslecht door middel van de eigen rechtspraak (de Kris), die boven de Nederlandse rechtspraak wordt geplaatst.

Vanuit de gemeenschap bestaat een grote druk om de tradities en levenswijze te beschermen en dit kan ertoe leiden dat kinderen in een keurslijf worden gedwongen

Gevoelens van discriminatie en sociale veiligheid

Roma en Sinti zelf ervaren veel discriminatie door veiligheidsinstanties. Zij benoemen vaak dat er sprake is van stigma’s en vooroordelen. Wanneer er wordt gesproken over de keuzevrijheid van Roma en Sinti dan wordt daarmee de mate van vrijheid bedoeld die Roma en Sinti ervaren om zelf hun leven zo in te richten als zij willen. In het algemeen beoordelen de respondenten de keuzevrijheid van Roma en Sinti als beperkt. Volgens professionals en enkele Roma/Sinti spelen groepsdruk en opvoeding volgens een traditioneel verwachtings- en rollenpatroon hierbij een belangrijke rol. Vanuit de gemeenschap bestaat een grote druk om de tradities en levenswijze te beschermen en dit kan ertoe leiden dat kinderen in een keurslijf worden gedwongen.

Huwelijken binnen de cultuur zijn veelal traditioneel en ceremonieel van aard, trouwen voor de Nederlandse wet komt weinig voor. Roma en Sinti trouwen relatief jong, wat volgens de doelgroep uit eigen wil gebeurt. Professionals betwijfelen dit. Zij hebben het idee dat uithuwelijking voorkomt, voornamelijk binnen traditionele Roma-gemeenschappen. Roma-respondenten zelf geven aan dat uithuwelijking niet (vaak) meer plaatsvindt en een stigma is dat aan de groep blijft kleven.

Contacten met (lokale) overheid

Ook het contact met de (lokale) overheid wordt als zeer problematisch omschreven. Uit de interviews komt naar voren dat er in veel gemeenten sprake is van wederzijds wantrouwen. Veel Roma en Sinti wantrouwen officiële instanties, vaak ingegeven vanuit de lange geschiedenis van vervolging van Roma en Sinti (o.a. tijdens de Tweede Wereldoorlog) en negatieve voorvallen uit het nabije verleden. Professionals wantrouwen Roma en Sinti vaak, omdat er in het verleden voorvallen hebben plaatsgevonden waarbij afspraken niet zijn nagekomen. Zo wordt in veel gemeenten het voorbeeld gegeven dat subsidieafspraken zijn geschonden of dat mensen uit de gemeenschap zichzelf als slachtoffer naar buiten toe presenteren, terwijl ambtenaren een andere kijk op de werkelijkheid hebben.

Bekijk de volledige monitor sociale inclusie (pdf)

De ontwikkeling van de monitor en de eerste meting zijn gedaan door Movisie (2013), de vervolgmetingen zijn uitgevoerd door onderzoeksinstituut Risbo, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Jouw bijdrage

5 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.