Statushouders in het mbo lopen tegen allerlei struikelblokken aan, waardoor het voor hen lastig is hun opleiding succesvol af te ronden - zo blijkt uit een nieuw rapport van KIS. We spraken met twee professionals die zich inzetten voor verbetering.

‘Jonge statushouders, die nog maar een paar jaar in Nederland wonen, weten vaak weinig over de Nederlandse manier van studeren. Ze zijn gewend rijtjes te stampen en op te dreunen. Zelf verbanden leggen en conclusies trekken is volkomen nieuw voor ze,’ observeert Marinka Pet, coördinator van een schakeltraject mbo voor statushouders op het VAVO-lyceum in Utrecht. Pet: ‘Dit soort studievaardigheden leren ze bij ons op school. Net als zelfstandig werken, het gebruik van een studiewijzer en hoe je met docenten omgaat: bijvoorbeeld dat je als student zelf vragen moet stellen en fouten mag maken.’

 Download hier de publicatie 'Statushouders in het mbo' 

Startkwalificatie

Uit het rapport ‘Statushouders in het mbo - Onderwijsroutes, struikelblokken en goede voorbeelden van ondersteuning’ blijkt dat statushouders vaak blijven steken bij de doorstroom op het mbo. De entreeopleiding, mbo-1, gaat hen over het algemeen prima af, omdat daar veel begeleiding is en extra aandacht voor de Nederlandse taal. Maar de overstap naar mbo-2 en hoger is voor veel statushouders te groot. Terwijl mbo-2 gelijkstaat aan een startkwalificatie - en daarmee de kansen op een geslaagde integratie en participatie in de samenleving aanzienlijk vergroot. 

Jonge statushouders, die nog maar een paar jaar in Nederland wonen, weten vaak weinig over de Nederlandse manier van studeren. Ze zijn gewend rijtjes te stampen en op te dreunen

Struikelblokken en oplossingen

In het rapport brengen we zowel de struikelblokken als een aantal mogelijke oplossingen in kaart. Gebrek aan studievaardigheden is zo’n struikelblok, net als een beperkte taalvaardigheid en persoonlijke problemen. Pet: ‘Veel statushouders hebben traumatische ervaringen opgedaan die zich uiten in psychische of psychosomatische klachten. Ook de thuissituatie kan lastig zijn. Denk aan een vader die na jaren afwezigheid weer terugkeert in een gezin, waardoor de rollen ineens veranderen. Of studenten die in afwachting van zelfstandige woonruimte nog in een AZC wonen, vervolgens een huis krijgen in een andere gemeente en ineens veel verder moeten reizen, maar dat niet kunnen betalen. Al dit soort zaken leiden af van de studie.’

Wegwijzer in Onderwijs

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat statushouders te weinig weten over het Nederlandse onderwijslandschap en de mogelijke beroepsperspectieven. Daardoor kiezen ze vaak ‘zomaar’ een studie, zonder te weten wat het bijbehorende beroep inhoudt, wat leidt tot teleurstelling en uitval. Marieke van Zantvoort, werkzaam als Consulent Integratie bij de afdeling Expertise van het Landelijk Bureau van VluchtelingenWerk, herkent dit beeld: ‘Zelfs voor Nederlandse maatschappelijk begeleiders is het onderwijssysteem lastig te doorgronden. Het is heel complex en bevat een wirwar aan doorstroom- en subsidiemogelijkheden.’

Om statushouders te helpen bij deze zoektocht ontwikkelde Van Zantvoort samen met SBB, Nuffic, het UAF en Expertisepunt LOB een Wegwijzer in Onderwijs: ‘De Wegwijzer probeert het complete Nederlandse onderwijslandschap inzichtelijk te maken. We richten ons nu op de begeleiders van statushouders, maar misschien maken we in de toekomst nog een versie die ook toegankelijk is voor de statushouders zelf.’

Reality check

De Wegwijzer bevat niet alleen praktische informatie over onderwijs, vertelt Van Zantvoort: ‘We willen begeleiders ook handvatten geven om de juiste vragen te stellen: Wat vind je belangrijk? Wat wil je? Maar ook: is het haalbaar? Ben je je bewust van de hogere kosten aan het begin van het studiejaar, omdat je moet investeren in studiemateriaal? Wat betekent de overgang van bijstand naar studiefinanciering voor je financiële situatie? In de Wegwijzer brengen we al deze aspecten bij elkaar. De Wegwijzer fungeert dus ook als reality check: om teleurstelling te voorkomen.’

We willen begeleiders ook handvatten geven om de juiste vragen te stellen: Wat vind je belangrijk? Wat wil je? Maar ook: is het haalbaar?

Ook Pet is enthousiast over de Wegwijzer: ‘Het is een handige tool, waar hulpverleners veel aan kunnen hebben. Ik heb hem meteen doorgestuurd naar onze loopbaanoriëntatie-docenten.’

Schakeltraject

Net als de Wegwijzer biedt ook het schakeltraject mbo dat zij coördineert een inspirerende oplossing voor de in het rapport genoemde struikelblokken. Binnen het schakeltraject is veel aandacht voor de Nederlandse taal. En naast een standaard-vakkenpakket voor de middelbare school krijgen de leerlingen uitgebreide loopbaanoriëntatie. 

Via ons schakelprogramma stromen ze in 90% van de gevallen door naar niveau 3 of 4, of zelfs naar de havo

Pet: ‘Leerlingen hebben in eigen land slechts een paar jaar middelbare school gehad en geen diploma gehaald. Na de Internationale Schakelklas (ISK) komen ze dan vaak op mbo 1 of 2 terecht omdat hun niveau Nederlands te laag is, terwijl ze veel meer in hun mars hebben. Via ons schakelprogramma stromen ze in 90% van de gevallen door naar niveau 3 of 4, of zelfs naar de havo.’

Pionieren

Het schakeltraject mbo op het VAVO-lyceum is redelijk uniek: ‘Alleen in Groningen en Brabant bestaan vergelijkbare opleidingen, die zich eveneens op het mbo richten,’ vertelt Pet: ‘We gingen zes jaar geleden van start met één klas van twintig leerlingen. Drie jaar geleden is dat verdubbeld - en dat lijkt in principe genoeg voor deze regio.’ Alleen de financiële ondersteuning laat te wensen over: ‘Onze studenten hebben geen recht op studiefinanciering, dus het is vaak een heel gedoe om de financiering rond te breien.’

Nieuwe inburgeringswet

Het schakeltraject op het VAVO-lyceum zou je kunnen zien als een voorloper van het taalschakeltraject, dat deel zal worden van de onderwijsroute binnen de nieuwe inburgeringswet die 1 januari 2022 van kracht wordt. Van Zantvoort: ‘Ik hoop dat de nieuwe Inburgeringswet de doorstroom van statushouders in het onderwijs vergemakkelijkt. De gemeentes krijgen een centrale rol in het begeleiden van statushouders. Dat sluit aan bij de aanbeveling voor meer maatwerk, die ook KIS in het rapport staat.’ 

Maatwerk

Zowel Pet als Van Zantvoort onderstrepen het belang van maatwerk. Van Zantvoort: ‘Deze jongeren hebben met zoveel verschillende zaken te maken. Als pubers gaan ze al door een emotionele achtbaan. Net als andere jongeren moeten ze als ze 18 jaar worden ineens van alles regelen met de overheid. Daar komt het vluchteling-zijn bij, vaak zitten ze bijvoorbeeld midden in een gezinsherenigingsprocedure. Goede, doorlopende begeleiding kan voor hen echt het verschil maken.’

Hoe meer begeleiders een statushouder heeft, hoe lastiger het wordt. Bij ons op school zit een meisje dat wel vijf verschillend begeleiders heeft en vaak niet weet bij wie ze terecht moet met welke vraag

Pet: ‘Hoe meer begeleiders een statushouder heeft, hoe lastiger het wordt. Bij ons op school zit een meisje dat wel vijf verschillend begeleiders heeft en vaak niet weet bij wie ze terecht moet met welke vraag. Het is dus goed dat de nieuwe wet inzet op maatwerk.’ Maar, merkt ze op: ‘Ik ben wel benieuwd hoe het in de praktijk zal uitwerken. Er is weinig geld beschikbaar voor het onderwijstraject, dus waarschijnlijk blijft het uiteindelijk toch de school, die zich over de leerlingen bekommert.’ 

Investeren in onderwijs loont

Inzetten op een betere doorstroom van statushouders binnen het mbo is volgens beide professionals essentieel. Van Zantvoort: ‘Gemeenten moeten zich realiseren dat het investeren in opleidingen zich uitbetaalt. Dit geldt voor alle statushouders. Vaak ligt de focus op het verlaten van de bijstand en zo snel mogelijk betaald werk vinden. Terwijl een starkwalificatie veel meer kans geeft op duurzame uitstroom richting de arbeidsmarkt. Het is een investering voor de lange termijn.’

Download hier de publicatie 'Statushouders in het mbo'

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

7 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.