Artikel

Stichting Piëzo: ‘We doen dingen die nodig zijn’

PiëzoMethodiek stimuleert persoonlijke ontwikkeling van mensen in kwetsbare positie

Artikel - 30 augustus 2017

Werken aan de persoonlijke ontwikkeling van mensen in een kwetsbare positie en het vergroten van hun maatschappelijke participatie door het doen van betaald werk, vrijwilligerswerk of het volgen van een opleiding. Dat is de kern van de PiëzoMethodiek. Ook voor statushouders is de aanpak inmiddels beproefd. KIS ging kijken in Zoetermeer, waar Piëzo zijn oorsprong vindt.

Het is vakantietijd, dus tamelijk rustig in de ambachtenwerkplaats in het activiteitencentrum in een jarenzeventigwijk in Zoetermeer. Niemand in de houtwerkplaats en ook bij de fietsenreparatie is het stil. Dat is de rest van het jaar wel anders, vertelt Mirjam van Bijnen, directeur van de stichting Piëzo, die de verslaggever een korte rondleiding geeft. Verderop, in een open ruimte zitten vijf vrouwen aandachtig te handwerken. Een jongeman van een jaar of dertig geeft enthousiast uitleg over wat er hier zoal aan lessen wordt gegeven en over zijn rol. Zes weken geleden was het nog maar dat hij zelf hier als vrijwilliger binnenkwam. ‘Ik ben twee jaar depressief geweest, ik zat hele dagen thuis, niets te doen’, zegt hij. Ooit opgeleid als kleermaker is hij en inmiddels al begeleider van de handwerkworkshop in de ambachtenwerkplaats. Op zijn beurt wordt hij gecoacht door een trajectbegeleider. De PiëzoMethodiek in de praktijk.  

Brabant

Mirjam van Bijnen is de ontwikkelaar van de methodiek. Zelf komt ze uit Brabant. Zo’n dertig jaar geleden streek ze neer in het nog tamelijk nieuwe Zoetermeer. ‘Ik vond het hier eerst helemaal niets’, bekent ze. ‘In Brabant kende je iedereen. Hier kende niemand elkaar.’ Van Bijnen is afkomstig uit een ondernemersfamilie, van huis uit verpleegkundige en heeft later de opleiding cultureel maatschappelijke vorming gevolgd. Met volle energie dook ze in de gemeentepolitiek en werd ze maatschappelijk actief in de Zuid-Hollandse gemeente. Elf jaar geleden startte ze de stichting Piëzo: een sociaal maatschappelijke organisatie die mensen in de gelegenheid stelt om hun talenten en vaardigheden te ontdekken en verder te ontwikkelen.

Piëzo in een notendop: aan de hand van de methodiek ontwikkelen mensen zich naar een voor hun gewenste en passende rol in de maatschappij. De methodiek kent een stappenplan met vijf fases. Aan het einde van iedere fase heeft de deelnemer iets nieuws geleerd. Deelnemers kunnen in iedere fase in- of uitstromen, afhankelijk van hun (voor)opleiding, capaciteiten en wensen. Beoogd eindresultaat is dat mensen optimaal meedoen in de maatschappij. Dat kan het volgen van een opleiding zijn, het verrichten van betaald werk of vrijwilligerswerk.

Rekenles stichting Piëzo

Zwemkampioen

Belangrijk kenmerk van de methodiek is de individuele begeleiding – toch een beetje atypisch in welzijnsland – en het daaraan gekoppelde deelnemersvolgsysteem. Dat maakt de opbrengst goed meetbaar, zegt Van Bijnen. ‘Vanaf de start waren we ons bewust van het belang daarvan. We weten precies hoeveel deelnemers uitstromen naar opleiding en werk bijvoorbeeld en kunnen ook op een dieper niveau meten, op het niveau van de individuele deelnemer.’

Een integrale netwerkaanpak waarbij wordt samengewerkt met partners – organisaties en individuen – zo typeert Van Bijnen een andere typische eigenschap van de methode. ‘We gaan niet zitten wachten tot mensen hier komen, we zoeken ze op.’ Om zo te werken is bij veel andere instellingen in welzijn een cultuuromslag nodig vindt ze. ‘Er wordt vaak nog teveel vanuit het aanbod gedacht. Soms word ik gebeld met de vraag: “Heb je vrijwilligers voor ons?” Bijvoorbeeld om een bardienst te draaien. Dan zeg ik nee, tenzij de organisatie bereid is te begeleiden. Omdat het gaat om de ontwikkeling van die vrijwilligers. Niet puur om die dienst, de bardienst in dit geval.’

‘We gaan niet zitten wachten tot mensen hier komen, we zoeken ze op’

‘Wij doen dingen die nodig zijn’, vervolgt ze. We vragen aan mensen: “Waar ben je goed in?”’ Wat volgt is een anekdote over een Syrische zwemkampioen die zwemlessen aan statushouders is gaan geven. ‘Hij had jaren niet gezwommen, vooral veel ellende aan zijn hoofd gehad. En laatst kreeg ik een appje van een collega: de man bleek iemand te hebben gered uit een zwemplas hier in Zoetermeer.’

‘Het gaat om aandacht’, zegt ze. ‘Je kruipt in de huid van mensen. Samen bekijk je: wat heb je nodig? En wezenlijk vind ik ook dat we beseffen dat we allemaal gelijk zijn. Iedereen kan te maken krijgen met pech in zijn leven.’

piezomethodiek

Schaalvergroting

'We bouwen aan een landelijk netwerk, zo kunnen er meer mensen worden geholpen. Daar zit mijn drive'

De PiëzoMethodiek is inmiddels een begrip aan het worden. Ooit gestart in Zoetermeer dus, hebben inmiddels twintig gemeenten de methode geadopteerd. In 2016, rond het tienjarig jubileum, werd de methodiek uitverkoren als een van de groeiprogramma’s van het Oranjefonds. Twintig sociale initiatieven worden daarin begeleid door bedrijven als McKinsey en de Baak om de methodiek verder te ontwikkelen. Ook voor nieuwkomers in de Nederlandse samenleving, zoals statushouders, is de PiëzoMethodiek een gewilde methode voor participatie: inmiddels zijn er in het land zo’n 2.500 vluchtelingen die zo werken aan hun deelname aan de samenleving. Van Bijnen: ‘We bouwen nu aan een landelijk netwerk. De schaalvergroting – er zijn nu over het hele land verspreid nu zo’n tienduizend deelnemers – maakt dat er meer mensen kunnen worden geholpen.’ Daar zit mijn drive’, zegt ze stralend.

Landelijk Piëzocongres

Op 2 november is in Leiden – een van de gemeenten die werkt met Piëzo – het landelijk Piëzocongres Transformatie in de praktijk. Meer info: www.stichtingpiezo.nl

Onderzoek naar effectiviteit PiëzoMethodiek

Succesmethode of niet: de PiëzoMethodiek is momenteel onderwerp van een onderzoek. Movisie onderzoekt wat effecten en werkzame mechanismen zijn voor de participatie en toeleiding naar opleiding en werk van vergunninghouders en de invloed van de methodiek op de gezondheid van de deelnemers. Van Bijnen: ‘In het begin vond ik het onderzoek wel een beetje eng. Je gaat met je billen bloot. Maar het is goed dat het gebeurt, zegt ze er meteen achteraan. ‘Ik denk altijd in kansen, ik geloof in de aanpak en de effectiviteit ervan.’

'Het is belangrijk om inzicht te krijgen in hoe het werkt en of het nog beter kan'.

Maar zelfs als de resultaten anders uitpakken dan ze denkt, ook dat geeft inzicht, vindt ze. ‘De intentie is dat we goede dingen doen. En we werken met gemeenschapsgeld, dus het is belangrijk dat we weten of het werkt, hoe het werkt en hoe het nog beter kan.’

Het onderzoek kijkt specifiek naar vluchtelingen met een verblijfsstatus die deelnemen aan het programma. Het onderzoek meet of deelnemers bijvoorbeeld werk of een opleiding vinden, hoe het staat met het leren van de Nederlandse taal en of het hen lukt sociale contacten te vinden en onderhouden. Daarnaast zijn er onder andere interviews met deelnemers en betrokkenen, en wordt literatuuronderzoek gedaan. Het onderzoek beslaat twee jaar en de resultaten zullen eind volgend jaar bekend zijn.

Waarom onderzoek naar de PiëzoMethodiek?

Onderzoeker Thijs van den Enden van Movisie: ‘Het is een relevante methodiek, gezien de hoeveelheid deelnemers in het land. Natuurlijk ook vanwege de Participatiewet, die ervoor zorgt dat mensen die dat nodig hebben ondersteuning krijgen bij het zoeken naar opleiding en werk. Bovendien bestaat de methodiek al elf jaar. Er is wel op onderdelen onderzoek gedaan, maar niet integraal.’ Met de uitkomsten kunnen verschillende partijen hun voordeel doen, zegt Van den Enden. ‘De resultaten zullen illustreren wat de werkzame elementen zijn en welke aandachtspunten er zijn. Wat werkt nu goed en wat kan beter? Dat is niet alleen relevant voor iedereen die nu al met de methodiek werkt, maar ook voor alle gemeenten die de inzet van de methodiek overwegen. En uiteindelijk ook voor de deelnemers zelf natuurlijk. Verbeteringen van de methodiek komen ten goede aan hun participatie, zou je kunnen zeggen.’

Behalve Piëzo worden ook andere methoden op hun werking onderzocht door het Verwey-Jonker Instituut en Regioplan. Dat zijn onder andere Project VIP van Vluchtelingenwerk Nederland en NVA.

Reageer