Stijn Sieckelinck is een bevlogen filosofische pedagoog, gespecialiseerd in jongeren en idealen. Hij pleit voor re-radicalisering. Het is een pleidooi voor warmte en aandacht dat de hele samenleving aangaat, niet alleen professionals zoals docenten en jongerenwerkers.

Stijn Sieckelinck werkte in Gent, België, als jongerenwerker voor Oxfam Novib, toen het minder gewoon was om na te denken over de vraag waar je eten eigenlijk vandaan komt. De idealen van jongeren waren altijd zijn onderwerp, ook al ging dat over ontwikkelingssamenwerking en fair trade. Toen hij net in Nederland was om te promoveren aan de VU in Amsterdam, werd Theo van Gogh vermoord. In zijn proefschrift over jongeren en idealen, Het beste van de jeugd (2009), kwam een hoofdstuk over radicalisering. Sieckelinck: ‘Ook deze jongeren willen een andere wereld, ook al denken ze dat ze daarvoor hun tegenstander moeten vernietigen.’ Nu, in een tijd van terreurdreiging, ontwikkelt hij het idee van re-radicalisering: radicale idealen van jongeren ombuigen naar iets positiefs, zonder dat ze hun bevlogenheid verliezen.

De-escaleren

Het moet blijven gaan over de jongeren en niet alleen om radicalisering te voorkomen

Sieckelinck werkt als filosofisch pedagoog aan de Universiteit Utrecht. Samen met collega’s ontwikkelde hij de training Omgaan met idealen voor professionals die met jongeren werken om radicalisering te voorkomen. De training wordt inmiddels driehonderd keer per jaar gegeven door het hele land. Sieckelinck: ‘Veel sociaal werkers, onderwijzers en jongerenwerkers zijn bang voor radicalisering. Ze denken bijvoorbeeld, “ik heb niet genoeg kennis van de islam”, of ze laten zich afschrikken door de afwerende houding van sommige jongeren. Bovendien komt het heel dichtbij sinds de aanslagen in Europa. In die trainingen merk je dat als je het er maar met elkaar over hebt, als je het oefent, dat al helpt. Professionals hebben de mogelijkheden om te de-escaleren. Met de cursus zetten we hen in positie: we zeggen, dit is jouw werk. En dat gesprek is mogelijk.’

Vanuit overheid en media zit radicalisering in de koker van veiligheid, beheersing en angst. Volgens Sieckelinck is dat een valkuil voor de werkers in de praktijk: ‘Het moet geen instrument worden, het moet intrinsiek blijven gaan over de mensen die het aangaat, en niet alleen zijn om radicalisering te voorkomen. Dat is een lastig evenwicht voor de sociale sector, maar het is tegelijkertijd de kracht. Het is het werk van jongerenwerkers en docenten om vanuit de jongere te kijken.’

jonge man in bus

Investeer meer in jongerenwerkers

Voor het onderzoek Idealen op drift (2012) interviewde hij radicale jongeren, zowel jihadistisch als extreem-rechts. ‘Wat mij opviel was dat jongeren heel graag praten. Ze grepen de gesprekken aan om hun hart uit te storten. En dat is logisch, want waar kunnen jongeren dat? Er wordt weinig serieus met ze gepraat. Bijvoorbeeld over hoe wijdverspreid discriminatie is, hoe weinig toekomst ze zien voor zichzelf, hoe ze willen leven voor het hiernamaals en hoe aantrekkelijk IS is. Dat gesprek vindt niet plaats. Ouders zijn er bang voor of zijn er niet toe in staat. Als professionals er voor terugschrikken en de media het veroordelen, ontstaat er een gedachtenpolitie. De enige uitlaatklep is dan online onder gelijkgestemden.’

Deze jongeren groeien op met problemen, in armoede, in een harde thuissituatie, vaak zonder vader, en hebben moeite om hun werelden van thuis en de samenleving te overbruggen, aldus Sieckelinck. ‘Als je hen een steuntje in de rug geeft, hen over hun schaamte heen helpt, kun je een belangrijke rol spelen in hun ontwikkeling.’ Het gaat om aandacht, om betrokkenheid. ‘Investeer dus meer in jongerenwerk: breng ze terug op straat, die straathoekwerkers. De gemeente heeft nu die bevoegdheid. Geef ze gezag, ze kunnen goed met jongeren en hun ouders praten, hebben aansluiting bij gezinnen en in de moskee, kunnen verbindingen leggen en schuwen lastige thema’s niet.’

Datzelfde geldt voor leerkrachten en docenten. Zijn oproep, onderstreept Sieckelinck, gaat de hele maatschappij aan. ‘We moeten hen het gevoel geven, hier doe ik het voor. Want hoeveel sociale en pedagogische professionals kampen met een burn-out? We hebben klassen waar de docent overspannen voor staat en waarin de jongere met grote levensvragen worstelt. Het is interessant om die docenten te voeden zodat zij de jongeren kunnen begeleiden in die zoektocht, omdat ze echt verschil kunnen uitmaken in het leven van de jongeren.’

Zoektocht

'We moeten jongeren handvaten geven om het leven te leiden omdat dit niet vanzelf goed gaat'

En hoe zit het met re-radicalisering? Volgens Sieckelinck is er geen overtuigend bewijs dat jongeren echt de-radicaliseren. ‘We hebben jongeren gesproken die diep in de extreem-rechtse of jihadistische beweging zaten, en die nog steeds gepassioneerd zijn over rechtvaardigheid en spiritualiteit. Hun behoefte aan zingeving gaat niet weg. Je kunt wel de energie anders sturen. Daarvoor moet er iemand op het juiste moment op de juiste manier laten zien dat het ook anders kan. Niet als verbod, maar als zoektocht. We moeten praten met jongeren over hun idealen, spiritualiteit een plek geven, depressie serieus nemen. We moeten ze handvaten geven om het leven te leiden, omdat dat niet vanzelf goed gaat.’ En dan gaat het volgens Sieckelinck niet alleen over veerkracht, maar ook over idealen. ‘Het is volgens mij resilience en resistance. We moeten ze leren om ergens om te geven, om tegenslagen te incasseren én om ergens voor te staan.’

Daarbij is het belangrijk om met jongeren te praten over de manier waarop ronselaars te werk gaan. Want dat is precies wat extremisten doen die jongeren werven, zo meent Sieckelinck: ‘Ze maken die jongeren belangrijk, geven ze aandacht en lossen hun problemen voor ze op. Ze spelen de vaderrol en haken daarmee in op de situatie van jongeren uit eenoudergezinnen. Als je dat bespreekt, maak je jongeren weerbaar.’

Anderen bekeken ook

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Ik ben het helemaal eens met de aanpak. Wel is het belangrijk om op te merken dat de media inderdaad een dubieuze rol speelt in deze. De jongeren worden door de media zodanig zwart gemaakt, dat dit leid tot het halen van hun gelijk elders. Maar aan de andere kant is het wel begrijpelijk dat de media geen sociaal-werkers of therapeuten zijn. Het is de taak van de overheid om niet mee te gaan met de hype van de media en om met constructieve oplossingen te komen.

Jouw bijdrage

1 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.