'Er komt waarschijnlijk een Slavernij Museum in Nederland. Laat de arbeidsmigranten van nu alsjeblieft géén kamer in dat museum krijgen.' Desalniettemin: 'Wat ik heb gezien qua uitbuiting op de werkvloer en qua slechte huisvesting is echt niet mis.' Hiermee bijt oud-fractievoorzitter van de SP en aanstaande gouverneur van de provincie Limburg, Emile Roemer, het spits af van dit KIS Kennisatelier ‘Versterken van weerbaarheid van arbeidsmigranten’ op 1 november in Driebergen. 

Emile Roemer was voorzitter van het ‘Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten’. Zijn team heeft vorig jaar ruim vijftig aanbevelingen gedaan aan de regering, waarvan Roemer verwacht dat die allemaal worden overgenomen. 'Maar dat duurt zo lang', zeggen deelnemers tijdens het Kennisatelier. 'Klopt, om al die veranderingen door te voeren, moeten nieuwe wetten en regels worden gemaakt en dat kan zo’n drie tot vier jaar duren', reageert Roemer. 'Ondertussen moet er worden gekeken naar wat er al wél kan.'

Dit Kennisatelier is door KIS georganiseerd om de werk-, woon- en leefsituatie van arbeidsmigranten te bespreken. Het gaat voornamelijk over mensen uit Oost-Europa. De vraag is hoe de weerbaarheid van deze groep daadwerkelijk kan worden versterkt, hoe we dat samen kunnen doen en het niet blijft bij een enkel initiatief van een gemeente of steunorganisatie. Het Kennisatelier was er één van grote eensgezindheid. Ja, er moet nog veel gebeuren om de positie en de weerbaarheid van arbeidsmigranten in Nederland te verbeteren. Daar zijn vertegenwoordigers van gemeenten, uitzendbureaus, belangengroepen en hulporganisaties deze middag het allemaal over eens.

Huisvesting

Dagvoorzitter en senior-onderzoeker Hans Bellaart laat videobeelden zien uit een nieuwsbulletin. Een werkgever in Venray wordt geïnterviewd die op zijn terrein stacaravans heeft neergezet om zijn arbeiders van een slaapplaats te voorzien. Klinkt allemaal goed en netjes. Tot de arbeidsmigranten zelf aan het woord komen. 'We zitten hier met zijn vieren en betalen samen 1600 euro per maand, zonder enige vorm van privacy en we moeten naar buiten voor sanitair', wordt verteld. Zijn baas zegt dat hij best betere huisvesting zou willen bieden, maar dat dit niet lukt. In het Kennisatelier schudt menigeen het hoofd. Hun reactie op deze ondernemer is eender: 'Ja, en dan gaat de prijs omhoog van 1600 naar 2400 euro. Dan kunnen deze arbeidsmigranten hun volledige salaris inleveren aan het wonen op een campingterrein van de baas. Zo zou het niet moeten zijn.'

Aan de andere kan weten de deelnemers ook dat er momenteel nog niet zoveel mogelijkheden zijn om uitbuiting en woekerprijzen tegen te gaan. Daar is nog veel werk te doen: vanuit het Rijk, vanuit gemeenten, vanuit de werkgevers, vanuit de uitzendbureaus, door sleutelfiguren en hulporganisaties en alle andere betrokken partijen.

 

Eén website met alle informatie

Er is één centraal informatiepunt op het internet: https://workinnl.nl/. Een website waar de arbeidsmigranten vrijwel alle informatie over rechten en plichten in hun eigen taal kunnen vinden, zoals informatie over de corona-maatregelen, maar ook over ‘wonen’, ‘ziekte en zorg’ en nog veel meer. Deze website wordt beheerd door stichting FairWork. De bekendheid van deze website onder de arbeidsmigranten moet worden vergroot. Daarnaast kan de rijksoverheid de informatievoorziening verbeteren voor iedereen die vanuit Oost-Europa naar Nederland wil komen.

Veel arbeidsmigranten gaan bij vragen of problemen naar een steunpunt, een sleutelpersoon of een kerk waar veel migranten komen. Deze organisaties worden grotendeels door vrijwilligers gerund en verdienen de ondersteuning van de overheid. Deelnemers stellen voor om vanuit de overheid een landelijk steunpunt op te richten die deze lokale of regionale organisaties ondersteunt. En die informatie kan geven over lokale steunorganisaties. Want die informatie is nog te weinig te vinden op WorkinNl.nl.

Taal als weerbaarheidsinstrument 

Taal is dé rode draad in deze problematiek. Niet alleen bij inburgering, maar ook bij arbeidsmigratie is taal hét middel om deze mensen weerbaarder te maken tegen allerlei praktijken. In de zaal klinkt door: 'Er worden voor vluchtelingen en asielzoekers inburgeringscursussen verplicht gesteld, maar niet voor arbeidsmigranten. Er wordt gedacht dat deze maar tijdelijke bewoners zijn, maar dat is vaak helemaal niet zo. Voor hen is gewenst dat taalcursussen actief worden aangeboden en dat werkgevers ruimte creëren om op de werkvloer de taal te leren.'

Ok, dat is de taal. Duidelijk! Dat helpt de arbeidsmigrant zeker om zelfstandiger te worden. Maar hoe kunnen ze aan betere huisvesting komen? Overbrugging van de taalbarrière zou al veel helpen, maar tijdens een aparte sessie over deze vraag kwamen er ook verschillende andere praktische oplossingen naar boven.

De arbeidsmigranten zelf moeten niet elke situatie zomaar accepteren, vinden deelnemers. Ze kunnen zelf ook betere huisvesting zoeken in hun eigen netwerken. Ze komen vast collega’s tegen die betere huisvesting hebben en kunnen via hen ook verder kijken.

Gemeenten en steunorganisaties kunnen meer informatie geven via social media, zoals Facebook, in de verschillende talen als Pools, Bulgaars, Roemeens en welke taal er dan ook nodig is. Gemeenten zouden ‘outreachend’ moeten werken en actief moeten vragen aan deze groep wat ze nodig hebben en daarop handelen.

Subsidieprobleem

Verschillende hulpverleningsorganisaties die zich vanuit betrokkenheid richten op arbeidsmigranten en kunnen helpen in de eigen taal, hebben moeite het hoofd boven water te houden. Ze krijgen geen structurele subsidie, maar tijdelijke financiering op projectbasis. Zo moeten zij ieder jaar weer afwachten of ze het komende jaar wel verder kunnen, zeggen verschillende vertegenwoordigers van steunorganisaties. Tijdens het Kennisatelier wordt vaker gezegd dat de lokale steunpunten voor arbeidsmigranten moeten worden versterkt. Structurele subsidie is daar een oplossing voor.

Onvoldoende woningen

Een belangrijk probleem is ook volgens de deelnemers dat er onvoldoende woningen zijn. Bij de gemeente Hollands Kroon – in het noorden van Noord-Holland – zouden ze graag meer woningen bouwen, maar hoeveel ruimte daar ook is, veel land is daar al gebruikt door landbouwbedrijven. Of het mag niet worden gebruikt, omdat het natuurgebieden zijn of anderszins is bestemd.

Verder zou er gekeken moeten worden naar het vergunningstelsel. Een ‘short stay’-vergunning voor huisvesting op het eigen terrein van de werk- of opdrachtgever is een manier om toezicht te houden. Immers, een vergunning betekent dat de gemeente daar mag controleren op ongewenste of illegale activiteiten.

Machtmisbruik

Een ander issue dat deze middag wordt behandeld, is dat van machtsmisbruik door ‘voormannen’ of ‘coördinatoren’ en de onderlinge discriminatie. Ook al is het een probleem tussen individuen onderling, het wordt wel degelijk gezien als een probleem op grotere schaal. Vaak krijgen arbeiders die de Nederlandse taal beter machtig zijn een voorname positie op de werkvloer. Het begint met het ‘even’ vertalen voor de baas en zo klimmen ze op naar de functie van bijvoorbeeld voorman. Om hun positie in stand te houden en van bepaalde privileges gebruik te kunnen blijven maken, worden andere arbeiders klein gehouden. Hiervoor worden verschillende oplossingen geopperd, zoals het scholen van de ‘voormannen’ hoe het anders kan, maar ook door het vaker verstrekken van vaste contracten, zoals OTTO Workforce dat al doet. Daar heeft ruim veertig procent een vast dienstverband na het eerste tijdelijke contract van zeven maanden. Verder zouden er onafhankelijke vertrouwenspersonen moeten komen, die objectief naar de werknemers kunnen luisteren en hen kunnen helpen met de problemen waar ze tegenaan lopen, zonder dat daar ‘voormannen’, coördinatoren of bazen tussen zitten. De vakbonden FNV en CNV spelen hier steeds meer een rol in.

Het opkomen voor de eigen rechten is voor veel arbeidsmigranten ook een groot probleem. Zij zijn onvoldoende op de hoogte van hun rechten en de gebruiken in Nederland. Gemeenten kunnen meer informatie geven bij vestiging en ook via sociale media. Belangrijk is om de bron van de informatie te melden, zodat iedereen kan zien of het een betrouwbare bron is. Een aanbeveling is dat bij de aanvraag van een BSN-nummer bij één van de 19 RNI-loketten (Register Niet-Ingezetenen) er basisvoorlichting wordt meegegeven en wordt gewezen op de website van WorkinNl.nl.

Het verhaal van Olga

De Poolse arbeidsmigrant Olga vertelt haar verhaal via een video-interview. 'Elf jaar lang heb ik in Nederland zes dagen per week gewerkt. Ik woonde in een huis met acht anderen. Ik werd zwanger en later moest ik mij als alleenstaande moeder zien te redden. Gelukkig kreeg ik bij een goede werkgever de mogelijkheid om de taal te leren en heb ik mij kunnen ontwikkelen. Gaandeweg heb ik mijn rol gevonden om mijn ervaring in te zetten en anderen te helpen. Ze heeft de ambitie om op korte termijn een zelfhulpgroep voor Poolse alleenstaande moeders op te starten. Ik zou graag willen dat er actief taalcursussen worden aangeboden en dat werkgevers ruimte bieden om de taal te leren. Ook hoop ik dat er voldoende brochures in de eigen taal komen om arbeidsmigranten de weg te wijzen om hun plek te vinden in Nederland.'

Voor Olga verliep dit succesvol, maar er zijn velen anderen die hier jarenlang blijven werken en nauwelijks een woord Nederlands spreken en geen goede huisvesting krijgen.

Vertrouwen

Naast deze aanbevelingen is er nog één punt dat moeilijk is te vatten: vertrouwen. Verschillende gemeenten en overheidsdiensten komen niet zonder meer ‘binnen’ bij de arbeidsmigranten, omdat er wantrouwen heerst richting de overheid. Ze vrezen dat de Nederlandse overheid net zo onbetrouwbaar is als hun eigen regering.

Verder zijn veel arbeidsmigranten bang om voor hun rechten op te komen uit angst hun werk of huisvesting te verliezen. Om de negatieve cirkel van machtsmisbruik en uitbuiting te doorbreken, zouden zij meer moeten kunnen rekenen op vakbonden en ondersteuningsorganisaties.  

Het verhaal van Mariuzs

Mariuzs is een Poolse arbeidsmigrant in de bouw die ook bij het Kennisatelier aanwezig is. Hij is ambassadeur voor hoe het wél kan met arbeidsmigranten. Hij heeft jaren hier gewerkt zonder ook maar iets van de taal en samenleving te hebben geleerd. Er was ook zeer weinig gelegenheid voor. Nu heeft hij met hulp van de gemeente Rotterdam de mogelijkheid aangegrepen om zich verder te ontwikkelen. Saillant detail: hij moet iets eerder weg, want hij moet naar zijn Nederlandse taalles. De gemeente Rotterdam tracht de situatie van arbeidsmigranten te verbeteren. Er wordt toegezien op louche praktijken van bijvoorbeeld ‘foute boekhouders’, die bijvoorbeeld honderden euro’s vragen voor een simpele inschrijving voor een ‘woonpas’. Rotterdam wijst arbeidsmigranten op dergelijke misstanden en tracht hen goed te informeren.