Veel leerkrachten en jongerenwerkers hebben er mee te kampen: handelingsverlegenheid in gesprek met moslimleerlingen over gevoelige onderwerpen. Of het nu gaat om de strijd in Syrië, de aanslagen in Parijs of cartoons van de profeet Mohammed. De gemakkelijkste weg lijkt om deze kwesties dan maar uit de weg te gaan. Niet doen, blijf in dialoog. Maar hoe doet u dat?

Kennisplatform Integratie & Samenleving organiseerde op 10 maart de themabijeenkomst ‘Wij, of wij-zij’ om meer inzicht te verwerven in de wijze waarop professionals effectief kunnen communiceren met (moslim)jongeren. Hoe nemen we de angst weg om het gesprek aan te gaan? Een van de aanwezige professionals verklaarde dat veel collega’s al snel in discussie gaan als de standpunten tussen hen en de jongeren ver uiteen liggen. Vaak loopt zo’n discussie echter uit de hand, en blijft een goed gesprek achterwege. Met als gevolg dat een leraar of jongerenwerker zegt: ‘Ik begin er niet meer over, want ze reageren zo heftig. Ze noemen mij soms racist en dat doet pijn.’

Wij-zij bijeenkomst

Onze belevingswerelden verschillen

Het is van belang dat professionals zich bewust zijn van de belevingswereld van moslimjongeren en dat deze kan verschillen van de eigen visie. De professional heeft vaak het idee dat hij of zij iedereen gelijkwaardig behandelt en objectief is. Nederlandse kernwaarden zijn voor hem of haar vanzelfsprekend en de leerkracht of jongerenwerker wil deze overdragen. Jongeren ervaren echter geen respect voor hun godsdienst en cultuur en voelen zich gediscrimineerd. Een voorbeeld: de professional meent dat nieuws in de landelijke media meestal correct en waardenvrij is. De jongeren vinden het echter eenzijdig Westers, gemanipuleerd of zelfs verzonnen. Op Al Jazeera zien zij ook andere berichten. Wanneer de docent of jongerenwerker spreekt over 'moslimterroristen in Parijs' kunnen jongeren daar fel op reageren. Hoezo wordt de koppeling gelegd tussen religie en terroristen en 'wie noemt hen moslims?'.

Dus hoe doet u dat; communiceren over gevoelige onderwerpen? Samen met professionals kwamen wij tot de volgende tips:

  1. Benoem dat het een lastig onderwerp is.
    En dat u er daarom gezamenlijk goed naar moeten kijken. Zo zet u een open sfeer neer voor discussie.
  2. Keur de uitlatingen van jongeren niet direct af, luister eerst naar het verhaal.
    Ga niet te snel in discussie. Pas wanneer de jongere zich gehoord voelt, kunt u hem of haar confronteren met een ander perspectief.
  3. Zet uw eigen vanzelfsprekendheden opzij, ga onbevooroordeeld het gesprek aan.
    Geheel objectief is niemand.
  4. Stel vragen zodat de jongeren zich in de rol van de ander moet inleven.
    Bijvoorbeeld: ‘Verplaats je in de burgemeester, wat zou jij doen?’ Of: ‘Hoe zou je vader reageren?’
  5. Spreek niet te snel over ‘radicalisering’.
    Ga met de jongeren het gesprek aan over religie en de zoektocht naar hun identiteit.
  6. Kies uw woorden zorgvuldig.
    Met ‘moslims hebben de aanslag gepleegd’ koppelt u religie direct aan een aanslag. Beter is: ‘De mannen die de aanslag hebben gepleegd’.
  7. Pas op voor overgevoeligheid
    De media besteden veel aandacht eraan en overal duiken ook trainingen op in het herkennen van vervreemding en radicalisering. Pas wel op voor uw eigen overgevoeligheid voor het onderwerp. Blijf kritisch; is die uitspraak echt gevaarlijk of is het ‘typisch’ pubergedrag?
  8. Ben bewust van de dynamiek in de klas.
    Is er al een polariserende sfeer tussen de jongeren? Wie is in de minderheid of meerderheid? Vraag bijvoorbeeld niet direct aan de enige moslim in de klas wat hij vindt van de aanslagen.
  9. Ga het gesprek aan met twee professionals.
    Bij gevoelige onderwerpen kan het handig zijn om met twee professionals het gesprek te leiden, eventueel met iemand die wat meer weet over de islam. Let er op dat iemand met dezelfde etnisch-culturele achtergrond niet per definitie deskundig is.
  10. Durf u kwetsbaar op te stellen.
    Vraag raad aan collega’s en reflecteer vooral. Wat kunt u de volgende keer beter doen tijdens een gesprek over een gevoelig onderwerp?

 

Meer informatie?

 

 

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Deze mensen zijn het niet zelf schuld,ze hadden in hun eigen land moeten blijven met hun eigen cultuur Ze kunnenzich niet aan passen denken steeds dat ze gedicremineerd worden ,maar zo voelen wij dat ook. De overheid heeft dat veroorzaak door het verschil te maken,tussen onze mensen en de mensen wat ze hier toe laten.Dus laat die het ook maar op knappen is niet onze taak vindt ik persoonlijk.

Jouw bijdrage

7 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.