Tips voor het tegengaan van openlijk racisme

De laatste jaren wordt er in de publieke ruimte en op sociale media steeds vaker openlijk negatief gesproken over mensen met een migratieachtergrond en/of mensen van kleur. Denk bijvoorbeeld aan politici die roepen om ‘minder Marokkanen’, de racistische ‘memes’ die rondgaan op sociale media of in WhatsAppgroepen, aan gezinnen die de wijk uit worden gepest vanwege hun afkomst, of vrouwen met een hoofddoek die worden uitgescholden op straat. In 2020 deed KIS onderzoek naar dit type ‘openlijk en onomwonden racisme’, zoals dat wetenschappelijk wordt genoemd.

Artikel
Discriminatie

Naast KIS hebben vele anderen ook relevante kennis en ervaringen over dit thema. Daarom heeft KIS een aantal leerkringen georganiseerd. Daarbij ging het enerzijds om experts die anti-racisme- en anti-discriminatie-methoden en/of interventies ontwikkelen en anderzijds om beleidsmakers die zich richten op de aanpak van racisme in hun gemeente. In dit artikel lees je de belangrijkste tips die naar voren kwamen tijdens de sessies.

Op 17 januari is artikel 1 van de Grondwet aangepast: voortaan is discriminatie op grond van een beperking of seksualiteit ook verboden. Al verboden was discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht.
Het kabinet benoemde in 2021 voor de periode van drie jaar een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme. Deze twee ontwikkelingen geven de urgentie aan van het probleem. Het kabinet wil er nu echt mee aan de slag. Er is bijvoorbeeld een campagne ontwikkeld tegen discriminatie op de woningmarkt, en stagediscriminatie wordt onder andere aangepakt met een meldpunt.
KIS ontwikkelt kennis over hoe je discriminatie en racisme aanpakt. In dit artikel en in Om racisme aan te pakken moet je niet kleurenblind zijn vind je de belangrijkste tips.

Dit artikel verscheen eerder op kis.nl (19 januari 2022)

Racisme is een wereldwijd probleem en komt voor onder verschillende bevolkingsgroepen. In de sessies die we hebben gehouden, hebben we met name ingezoomd op openlijk racisme in de Nederlandse samenleving door mensen zonder migratieachtergrond, ook wel witte mensen genoemd. Hieronder volgen een aantal tips om dit type racisme aan te pakken.

De beleidsmatige aanpak van discriminatie is een taak die grotendeels belegd is bij gemeenten. In de handreiking lokaal antidiscriminatiebeleid wordt beschreven hoe gemeenten deze taak vorm kunnen geven. Voor de aanpak van openlijk racisme zijn er een aantal specifieke aandachtspunten, aldus beleidsmakers die we hebben gesproken:

Tips voor en door beleidsmakers van gemeenten

Goed voorbeeld: Blue Eyes Brown Eyes

In 1968 verraste de Amerikaanse lerares Jane Elliott de wereld met een even ingrijpend als spraakmakend sociaal experiment. Wat gebeurt er als je een klas verdeelt in bruinogige machthebbers en een blauwogige minderheid? Gaan de als ‘inferieur’ en ‘superieur’ bestempelde leerlingen zich ook zo voelen en gedragen? Wat zijn de gevolgen als je individuen niet beoordeelt op basis van hun gedrag en inzet maar op basis van een willekeurig aangeboren of toegewezen kenmerk? Wat voor effect hebben vooroordelen en irrationele privileges?

Anno 2019 heeft het Brown Eyes Blue Eyes experiment nog niets aan relevantie ingeboet. Şeydâ – in 1996 door Jane Elliott zelf opgeleid en gecertificeerd – verzorgde honderden succesvolle Brown Eyes Blue Eyes trainingen in binnen- en buitenland. Ze liet directies, besturen en medewerkers van bedrijven, gemeenten, zorg- en maatschappelijke instellingen zelf het verschil ervaren.

Een korte variant van de interventie wordt ook gegeven op scholen onder de naam ‘de filmworkshop’. In de Brown Eyes Blue Eyes (BEBE) Filmworkshop kijken deelnemers naar de film Het Grote Racisme Experiment. Hierin zijn fragmenten te zien uit de originele BEBE-training. In deze training krijgen bruinogigen een voorkeursbehandeling en worden ze behandeld als machthebbers, terwijl blauwogigen als de minderheidsgroep worden behandeld. Door middel van ervaringsleren, wisseling van perspectief en confrontatie worden deelnemers zich bewust van de mechanismen die discriminatie in stand houden en hun eigen rol daarin. Lees hier meer over de workshop.

In buurten en wijken, op scholen en in bedrijven; op veel plekken worden al interventies en methodieken ingezet om racisme tegen te gaan. In dit stappenplan staan tips beschreven voor de ontwikkelaars van interventies en methoden om racisme tegen te gaan. De volgende tips zijn specifiek voor het tegengaan van openlijk racisme.

Tips voor de ontwikkelaars van methoden en/of interventies gericht op het tegengaan van openlijk racisme

Goed voorbeeld: Gelijk = Gelijk

In het prijswinnende lesprogramma Gelijk=Gelijk? maken drie ‘peer educators’ die zich allen op een verschillende manier identificeren, taboes bespreekbaar in het primair en voortgezet onderwijs. Zij delen hun persoonlijke ervaring met discriminatie of uitsluiting vanuit bijvoorbeeld een Joods, islamitisch of LHBTIQ+ perspectief. Hiermee houden zij de leerlingen een spiegel voor als het gaat om religieuze, culturele en seksuele diversiteit. In de tweede les onthullen de peer educators hun eigen achtergrond aan de klas. Ze vertellen dan ook hun ervaringsverhaal. KIS observeerde eerder bij de uitvoering op een middelbare school en zag hoe leerlingen die zich eerder openlijk discriminerend uitlieten, daarna aandachtig luisterden naar een peer educator uit de betreffende gediscrimineerde groep. Gelijk= Gelijk gaat ook uitgevoerd worden bij sportclubs.

Casus: Meisjes met hoofddoek worden uitgescholden in de buurt en op school

Stel, een meisje met een hoofdoek wordt uitgescholden in de buurt en op school vanwege haar hoofddoek. Als gemeente wil je daar wat aan doen. Wat kun je dan doen? De experts die aanwezig waren, gaven de volgende tips:

  • Als eerste met de meisjes en samen met de ouders in gesprek gaan en goed naar hen luisteren. Bij hen nagaan: wat gebeurt er? Wie doet het? Welke stappen zijn er ondernomen? En welke oplossingen zien de gedupeerden zelf? Willen ze eventueel ook aangifte bij de politie doen? (discriminatie is namelijk strafbaar) Of een melding doen bij een antidiscriminatiebureau? Aandachtspunt is dat de gedupeerden niet het idee krijgen dat het hun probleem is en dat ze het zelf moeten oplossen, maar dat ze wel de ruimte krijgen om hun ideeën hierover aan te geven.
  • Vervolgens is het zaak om in gesprek te gaan met de school over hun aanpak van discriminatie, racisme en pesten. Hebben ze protocollen? Worden die wel goed nageleefd? De gemeente kan bij scholen benadrukken dat het belangrijk is om deze na te leven.
  • Ook belangrijk is om na te gaan of dit een incident is of een patroon; dit kun je bijvoorbeeld doen door meer meisjes die een hoofddoek dragen (bijvoorbeeld via de moskee) te vragen naar hun ervaringen met openlijk racisme. Ook kan dit door in gesprek te gaan met het lokale antidiscriminatiebureau om na te gaan of dat hierover meer meldingen heeft ontvangen.
  • Als duidelijk is wie de plegers zijn, dan kan er na worden gegaan hoe deze doelgroep bereikt kan worden. Zitten ze op school? Dan is het raadzaam voor de hele school om een interventie in te zetten gericht op het verminderen van moslimdiscriminatie, bijvoorbeeld in de vorm van een theaterstuk over het thema of peer educators die hier uitleg over geven. Een ander idee is een interventie waarin iemand die niet moslim is en iemand die zelf moslim is samen voorlichting geven, zoals in de methode Gelijk = Gelijk van Diversion.
  • Aandachtspunt is dat de aanpak die wordt gekozen niet belastend is voor de gedupeerden; hen bijvoorbeeld vragen om hun verhaal te doen, betekent dat zij weer opnieuw stil moeten staan bij de pijn van de ervaring. Logischer is om te kiezen voor professionals of vrijwilligers die er echt hun werk van hebben gemaakt om hun ervaringen te delen met discriminatie of racisme.
  • Overwogen kan worden om de slachtoffers een cursus aan te bieden over hoe om te gaan met racistische of gewelddadige reacties (bijvoorbeeld een zelfverdedigingscursus). Aandachtspunt hierbij is dat moet worden vermeden dat het lijkt alsof zij niet ‘weerbaar’ genoeg zouden zijn. Te allen tijde moet duidelijk zijn dat de plegers de schuldigen zijn en niet het slachtoffer.

Extra tips uit eerder KIS onderzoek

Eerder KIS-onderzoek leverde nog een aantal tips op, aanvullend op wat er in de sessies is uitgewisseld.

  1. Stel duidelijke sociale normen. Mensen die openlijk discrimineren denken vaak dat anderen om hen heen dat ook doen. In andere woorden, ze denken dat het ‘normaal’ is. Belangrijk is daarom om duidelijk te maken dat discriminatie en racisme niet door de beugel kunnen. Beschrijf hierbij duidelijk wat bedoeld wordt met discriminatie en racisme zodat er geen misverstand kan ontstaan over wat wel en niet kan. Sociale normen kunnen het beste worden gesteld door mensen met enig gezag of status. Op scholen zijn dat bijvoorbeeld populaire leerlingen en docenten, in een buurt zijn dat actieve wijkbewoners met een groot netwerk en buurt-of opbouwwerkers, in bedrijven zijn dat leidinggevenden en op sociale media zijn dat bijvoorbeeld populaire vloggers. In een gemeente kan het bijvoorbeeld gaan om de burgemeester maar ook een BN’er uit de gemeente; ook die heeft vaak een voorbeeldfunctie en kan vanuit die hoedanigheid sociale normen stellen.
  2. Denk aan de inclusieve identiteit. Een gedeelde identiteit kan ervoor zorgen dat mensen zich meer verbonden voelen en zich minder openlijk racistisch uitlaten. Het kan daarom helpen als een opbouwwerker de mensen in de buurt, docent in de klas of leidinggevende in een bedrijf aanspreekt op wat de mensen onderling bindt. Door de bewoners als wijkbewoners en als een gemeenschappelijke groep te benoemen, gaan mensen zich ook vaak meer als een groep gedragen. Een sterke gemeenschappelijke identiteit uitdragen (in het bijzonder wanneer die identiteit benadrukt dat een waarde van de groep is dat we tolerant met elkaar willen omgaan), kan openlijk racisme in enige mate voorkomen.
  3. Vergeet sociale media niet. Openlijk racisme is veel te zien op sociale media. Als bijvoorbeeld docent van een schoolklas, jongerenwerker in een buurt of leidinggevende in een bedrijf is het daarom raadzaam om enigszins te volgen wat de leerlingen, buurtbewoners of medewerkers online uitwisselen en om in te grijpen wanneer je hier racisme ziet. Dit ingrijpen kan door de betreffende persoon persoonlijk aan te spreken. Daarnaast is het raadzaam om te delen met de hele groep waarom bepaalde opmerkingen op sociale media niet door de beugel kunnen. Op deze manier stel je een duidelijke sociale norm. Mensen kunnen zich ook aansluiten bij de campagne #datmeenjeniet.

 

Met dank aan Serena Does

Meer informatie?Neem contact op met:

Hanneke Felten

icon_chevron Stuur een e-mail
icon_chevron 030-7892110
Afbeelding

Mellouki Cadat

icon_chevron Stuur een e-mail
icon_chevron 030-7892023
Afbeelding