Van huisregels tot mentale steun: werkzame elementen uit de aanpak van online haat en discriminatie

Online haat en discriminatie raken organisaties en medewerkers persoonlijk. Hoe bewaak je vrijheid van meningsuiting terwijl je haat en discriminatie begrenst? In de artikelenreeks Online haat aanpakken spraken KIS-onderzoekers Roshnie Kolste en Niels van Kleef vier organisaties. Dit afsluitende artikel bundelt de belangrijkste inzichten: wat werkt en wat andere organisaties hiervan kunnen leren. Kolste: ‘De online en offline wereld zijn zo met elkaar vervlochten. Daarom is er prioriteit nodig op de aanpak van online haat.’

Door: Susanne Conradi

Artikel
Discriminatie

In hun onderzoek benaderden Van Kleef en Kolste tientallen organisaties. Veel daarvan hadden wel te maken met online haat maar nog geen concrete aanpak. Als er iets is dat terugkomt in de interviews, is dat online haat je kan overvallen.

Online haat groeit

Sinds de coronapandemie lijkt online haat sterk te zijn toegenomen. De interviews laten zien dat desinformatie en complottheorieën een grote rol spelen in deze ontwikkeling. De organisaties verwachten vooral haatreacties op gevoelige thema’s zoals Gaza of lhbtiqa+ emancipatie. Van Kleef: ‘We zien een duidelijke wisselwerking tussen desinformatie, complottheorieën en online haat.’

Balans tussen vrijheid van meningsuiting en begrenzen

De organisaties willen ruimte bieden voor discussie, vooral voor mensen met oprechte zorgen. Reacties verwijderen doen ze liever niet, maar ze weten goed wanneer de grens is bereikt. ‘De organisaties proberen tot het uiterste te gaan voor vrijheid van meningsuiting,’ vertelt Van Kleef. Die ruimte voor meerstemmigheid moet er zijn, maar wel respectvol.

We hebben te maken met een hele luide minderheid

De gemeente Rotterdam grijpt terug op het feit dat haatspraak verboden is in de wet. Andere organisaties hanteren een bredere definitie als uitgangspunt. Van Kleef: ‘Vaak hebben ze noodgedwongen een sensitiviteit ontwikkeld om online haat en discriminatie te herkennen.’ Kolste vult aan: ‘Organisaties ervaren dat het vaak over de schreef gaat: zowel de intensiteit als kwantiteit van online haat groeit.’ Tegelijkertijd is het goed om te benadrukken dat de meeste reacties op sociale media positief zijn. Van Kleef: ‘We hebben te maken met een hele luide minderheid.’

Wat werkt in de praktijk?

De gemeente Rotterdam en NU.nl hebben vooral het doel om mensen te informeren. Ze stimuleren inhoudelijke discussies. De opgestelde huisregels en disclaimers dragen hieraan bij. Van Kleef: ‘Vooraf maken ze duidelijk hoe er gemodereerd wordt. Zo bieden ze online haat geen ruimte op hun platforms. Ze stellen daarmee een sociale norm.’

Een sterk element uit de aanpak van de maatschappelijke organisaties Transgender Netwerk en Rutgers is dat ze actief hun kernwaarden uitdragen. Verhalen die tegen hen gebruikt worden, proberen ze bewust om te draaien.

Door actief in te grijpen, laat je zien: dit accepteren we niet

Eén element komt in elke aanpak van de organisaties terug: comments uitzetten of verwijderen. Dat voorkomt dat haat extra zichtbaarheid krijgt. Kolste vindt dit verrassend maar sterk: ‘Door actief in te grijpen, laat je zien: dit accepteren we niet.’

Impact op medewerkers

Online haat raakt niet alleen organisaties, maar ook medewerkers persoonlijk. Soms leidt online discriminatie zelfs tot offline bedreigingen. Dat kan enorme impact hebben. Kolste: ‘De online en offline wereld zijn zo met elkaar vervlochten. Daarom is er heel veel prioriteit nodig op dit thema.’

De organisaties die geïnterviewd zijn, pakken dit goed aan. Ze bieden structurele steun via trainingen, intervisiemomenten en duidelijke afspraken. De aanpak van online haatspraak en discriminatie staat bij deze organisaties hoog op de agenda. Het eigenaarschap ligt bij de organisatie, niet bij individuele medewerkers.

Lessen voor andere organisaties

Online haat kan elke organisatie overkomen. De belangrijkste boodschap is: wees voorbereid. Maak een plan voordat het misgaat, zodat je niet wordt overvallen. Leg vast hoe je modereert op sociale media en hoe medewerkers beschermd worden. Van Kleef: ‘Maak gebruik van de expertise van organisaties die helaas al wel ervaring hebben gehad met online haatspraak.’ Kolste benadrukt: ‘Doe het vooral samen. Het helpt enorm als je met collega’s kunt delen wat je ziet en voelt. En samen bespreekt hoe je het vervolgens wilt aanpakken.’

Drie tips voor de aanpak van online haat

1. Wees voorbereid

  • Ga ervan uit dat je ooit te maken krijgt met online haat en discriminatie;
  • Maak een plan voordat het misgaat;
  • Leer van de ervaringen van andere organisaties.

2. Bescherm medewerkers

Online discriminatie en haat kan ook leiden tot offline bedreigingen en fysiek geweld. Zorg voor:

  • steun vanuit de leidinggevenden;
  • ingeplande, vaste momenten met ruimte om ervaringen te delen, zowel voor moderatoren als mensen die het persoonlijk overkomt;
  • een gezamenlijke training om weerbaar te worden tegen online haat.

3. Stel duidelijke regels over modereren

  • Gebruik een heldere definitie van haatspraak om te beoordelen wat haat is;
  • Leg vast waarop je wel en niet reageert;
  • Verwijder discriminerende reacties;
  • Communiceer huisregels of disclaimers om de sociale norm te stellen.

Bekijk de vier interviews uit de reeks Online haat aanpakken

Meer informatie?Neem contact op met:

Afbeelding
Portretfoto Niels van Kleef
Afbeelding
Portretfoto Roshnie Kolste