Begin maart vond de tweede bijeenkomst van de KIS community plaats. Centraal stond de sociaal-maatschappelijke impact van de coronacrisis. Na een inleidende ronde, waarin de deelnemers elkaar bijpraatten over de afgelopen tijd, werden de communityleden ingedeeld in twee thematafels: jongeren & burgerparticipatie, en inclusieve communicatie.

Voordat KIS een vraag kan introduceren, barst aan de thematafel ‘jongeren & burgerparticipatie’ het gesprek direct los. Melvin Kolf, jongerenwerker in Arnhem, vertelt: ‘Het is erg druk. Er speelt nu eigenlijk zo veel dat we niet genoeg dagen in de week hebben. We komen vooral veel vragen van ouders tegen: hoe voed ik mijn kinderen op?’ Zijn Utrechtse collega Hanae Haddouche: ‘Het is ook bij ons zeker druk. Maar ik vind het ook een mooi moment om jongeren te kunnen verbinden. We hebben de jongeren nu ook echt nodig om iedereen te kunnen bereiken. We maken daarom ook veel gebruik van sociale media. En we proberen vooral niet te denken in belemmeringen, maar in mogelijkheden. Dat geven we ook door aan de jongeren.’

Deltaplan voor welzijn van jongeren

‘Er gebeurt een hoop op het moment,’ beaamt Annemarie van Hinsberg van KIS. ‘We zien dat er inmiddels eindelijk ook aandacht is voor jongeren. Dat is hard nodig, want het gaat met hen niet zo goed. Daarom hebben 150 wethouders een brandbrief opgesteld: er moet een deltaplan komen voor het welzijn van jongeren. De vraag aan jullie is: wat zou er in zo’n plan moeten komen? En wat zouden we zelf willen en kunnen oppakken?’

Jongeren ervaren nu veel te veel druk. Let op het welzijn van jongeren en geef hen meer tijd

Haddouche: ‘Het ligt op twee vlakken. Ten eerste krijg ik dagelijks stageverzoeken binnen. Dat zijn verzoeken waar ik niet aan kan voldoen. Veel jongeren, bijvoorbeeld op het mbo, lopen het risico om geen stage te vinden. Dan moeten ze blijven zitten. Het thuisfront is niet altijd in staat om die jongeren te ondersteunen in hun zoektocht. Het is nodig dat scholen nu coulant zijn in hoe ze met die verplichtingen omgaan. Ten tweede vereenzamen jongeren en raken ze de structuur kwijt die ze op school wel hadden. Iemand moet deze jongeren in de gaten houden. De juiste vragen stellen. Wat willen ze? Wat hebben ze nodig? En lukt dat dan ook? Ik vind dat het onderwijs daar een belangrijke rol in heeft.’

Kolf knikt instemmend: ‘Ik voel dat ook. Veel jongeren zitten al in een kwetsbare positie, en zij hebben de stages nodig om bezig te zijn. Dat kan niet zo maar uitvallen. Maar ook wij hebben niet de capaciteit om stagiairs aan te nemen. Als alternatief proberen we nu jongeren op te leiden tot buddy. Die helpen niet alleen de jongere zelf, maar ook het gezin. Mijn oproep zou nu zijn: let op het welzijn en geef jongeren meer tijd. Ze ervaren veel te veel druk.’

Ouders in hun kracht zetten

Dat het niet alleen om de jongere gaat, maar ook om de rest van het gezin, is ook voor andere aanwezigen een belangrijk punt. Abdellah Mehraz, opvoedondersteuner in Amsterdam, zegt: ‘Onze specialiteit is ouders, en ook daar is niet genoeg aandacht voor. Als ouders zich niet goed voelen, hoe kunnen ze dan hun kinderen begeleiden? We moeten ouders in hun kracht zetten, zodat die hetzelfde met hun kinderen kunnen doen.’ Kolf: ‘Het is heel belangrijk om aandacht te geven aan ouders, om hen mee te nemen in het proces.’

Positioneer jongeren als deskundigen. Die weten zelf het meest van hun eigen situatie

Verbinding zoeken

Er wordt niet alleen nagedacht over jongeren onder de achttien. Paulette Smit, actrice, toneelschrijver en docent aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, maakt zich zorgen over twintigers: ‘Ik zie een grote groep jongeren die zich terugtrekt in hun eigen groepsidentiteit. Er is een tendens om vanuit huidskleur te denken. Dat polariseert. In het deltaplan moet ruimte komen voor projecten waarin je verbinding zoekt. Dat leert jongeren hun meningen op een goede manier te uiten en zorgt voor goede gesprekken.’

Landelijk draagvlak

‘Het moet ook landelijk gedragen worden,’ zegt Laura Snoek, werkcoach uit Rivierenland. ‘We moeten minder in individuele casuïstiek praten, maar meer verbinden. We willen een plan dat overal toepasbaar is.’ Hans Rutten, gemeenteconsulent bij gemeente Maastricht, voegt daaraan toe: ‘Net zoals in Rivierenland, is het ook in Zuid-Limburg vaak lastig om inbedding en aansluiting te vinden bij de rest van het land. Landelijk draagvlak is echt belangrijk.’
Wat is er dan nodig om dat te realiseren? De deelnemers komen uit op drie dingen: extra mankracht, statements in effectiviteit, en de mogelijkheid gezien en gehoord te worden. Melvin Kolf sluit af: ‘En positioneer jongeren als deskundigen. Die weten zelf het meest van hun eigen situatie.’

Er moet beter cultuursensitief gewerkt worden, en daar heeft de professional een grote rol in

Inclusieve communicatie

De andere thematafel gaat over ‘inclusieve communicatie’. Asia Sarti van het Verwey-Jonker Instituut koppelt de bevindingen terug.

‘Vanuit de rijksoverheid, Pharos en gemeenten is veel informatie over coronamaatregelen beschikbaar, die is gericht op migrantengroepen. Een deel van deze informatie komt ook aan. Helaas zien we ook dat het soms lastig kan zijn voor mensen om die informatie te vinden, of te vertalen naar hun eigen leefwereld. Dit geldt zeker voor laagtaalvaardige burgers met een migratieachtergrond. Daarom moet er goed gepraat worden over wat men met de informatie moet. Verzorgers in een verpleeghuis, medewerkers van een wijkteam of vrijwilligers kunnen dit doen, en soms is het nodig mantelzorgers hierbij te betrekken.’

Whatsapp-berichten

Een goed voorbeeld hiervan komt van de vrijwilligers van Voice of Afghan Women, die eenzame mensen regelmatig Whatsapp-berichten sturen of maatjes vormen en regelmatig wandelen met mensen. Deze contactmomenten zijn van groot belang. Wel is het zo dat mensen niet altijd wifi hebben. In Rotterdam is een goed voorbeeld dat de gemeente simkaarten vergoedt.

Cultuursensitief werken

Sarti vervolgt: ‘Er moet beter cultuursensitief gewerkt worden, en daar heeft de professional een grote rol in. De vraag achter de vraag moet worden gezocht.’ En wat kan KIS daar dan in betekenen? Radj Ramcharan zegt: ‘Alles wat genoemd wordt, moet op papier worden gezet. We moeten nadenken over voorbeelden uit verschillende plekken, en die kunnen dan doorgegeven worden aan andere gemeenten.’

De volgende bijeenkomst van de KIS community vindt plaats in juni.

De KIS community heeft er een nieuw lid bij: Nora Kasmi, interim beleidsadviseur sociaal domein. Nora: ‘Mijn doel is om Nederland een stukje mooier te maken voor mijn en andermans kinderen. Ik wil dat iedereen mee kan doen.’

Meer weten over de KIS community?

Momenteel zijn veertien professionals vanuit jongerenwerk, ouderenzorg, gemeente, politie, hogescholen en andere publieke en sociaal-maatschappelijke organisaties op het terrein van inclusie en diversiteit lid van de KIS community. Meer weten? Lees meer over de KIS community.

Lees ook het verslag van de eerste bijeenkomst: KIS community werkt aan verbinding.

 

Auteur: Elisa van Gent

Jouw bijdrage

12 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.