Jongeren tussen de 23 en 27 jaar zonder startkwalificatie hebben vaker een afstand tot de arbeidsmarkt. Een deel van deze jongeren is ‘buiten beeld’ van de (lokale) overheid voor begeleiding naar opleiding of werk. Het Inlichtingenbureau kan een maandelijkse gegevensrapportage over deze jongeren aanleveren aan gemeenten. Vier vragen over deze nieuwe functionaliteit.

Waarom is het wenselijk dat gemeenten zicht krijgen op deze groep jongeren?

Als jongeren geen startkwalificatie hebben, geen onderwijs volgen, niet werken, én geen uitkering hebben, is dat meestal een signaal dat er iets aan de hand is. In sommige gevallen, zoals in deze handreiking ook aan bod komt, ligt complexe problematiek ten grondslag aan de situatie van de jongeren die het betreft (al hoeft dat niet, en kan het ook gevolg zijn). Langdurig buiten beeld zijn van jongeren leidt vaak tot vervreemding van de maatschappij en tot een nog grotere afstand tot de arbeidsmarkt. 

Voor gemeenten, ook in het kader van de participatiewet, is het een uitdaging om deze jongeren in beeld te krijgen en te houden. Hen in beeld krijgen is wenselijk omdat zij jongeren willen leren ken-nen, voor matching met de arbeidsmarkt en indien nodig voor extra ondersteuning. Jongeren weten vaak niet welke ondersteuning zij kunnen krijgen van de gemeente. Bovendien zijn deze jonge-ren, die vaak in kwetsbare posities verkeren, om verschillende redenen wantrouwig richting de overheid. 

Het Inlichtingenbureau richt zich specifiek op jongeren ouder dan 23, omdat jongeren die jonger zijn en geen startkwalificatie hebben nog onder de wetgeving van de Regionale Meld- en Coördina-tiepunten (RMC’s) vallen – over die groep is de nodige informatie in principe meer voorhanden. 

Wat houdt de gegevensrapportage van het Inlichtingenbureau precies in?

Als gemeenten en-/of jongereninstanties zich voor deze dienst aanmelden, ontvangen zij een rapportage over jongeren in de leeftijdscategorie 23-27 jaar als blijkt dat zij geen startkwalificatie hebben, én niet staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling, én geen werk of te weinig inkomen (minder dan 473 euro per maand) hebben, én geen uitkering hebben. Iedereen die niet aan al deze kenmerken voldoet, komt dus niet terecht in de rapportage. Data van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), het UWV, en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RVIG) worden gecombi-neerd. Samen vormen die gegevens de rapportage die naar gemeenten gaat.

Het Inlichtingenbureau heeft deze dienst in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en vanuit een wens van verschillende gemeenten ontwikkeld.

Het Inlichtingenbureau heeft expertise op het gebied van informatiedistributie en ondersteunt gemeenteambtenaren bij het efficiënt en gedegen uitvoeren van hun wettelijke taken omtrent de Participatiewet. Dit doen zij onder meer door het verzamelen van gegevens bij verschillende bronnen zoals UWV, de Belastingdienst, of RDW. Door het slim combineren van de verzamelde gegevens ontstaan signalen die het Inlichtingenbureau vervolgens geautomatiseerd aanleveren bij gemeenten. De betrokken gemeenteambtenaren kunnen hiermee gemakkelijk wat de rechten en plichten zijn van mensen in de bijstand. Bijvoorbeeld het eventuele recht op kwijtschelding van lokale- en waterschapsbelasting. 

Meer informatie? Bekijk ons overzichtsartikel

Om jongeren buiten beeld van gemeenten beter te bereiken ontwikkelde Movisie, in samenwerking met IZI Solutions en in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, deze handreiking en de ‘Impacttool Sociale Kaart’. Voor meer achtergrondinformatie over de impacttool en over jongeren buiten beeld verwijzen we graag naar dit overzichtsartikel.

Hoe zit dit wettelijk eigenlijk?

De Participatiewet geeft gemeenten de mogelijkheid om jongeren zonder startkwalificatie een aanbod te doen voor een leerwerktraject. In dit kader is het mogelijk om van deze jongeren – en alleen van deze jongeren – gecombineerde gegevens van DUO, UWV, en RVIG aan gemeenten te verstrekken met tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het enige doel waarvoor gemeenten die gegevens dan vervolgens mogen gebruiken, is om de jongeren te benaderen en te begeleiden naar een baan of opleiding – mogelijk dus via een leerwerktraject.

Zijn er niet andere manieren om deze jongeren te bereiken?

Natuurlijk zijn die er. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld proberen om deze jongeren via een netwerk van ‘informele organisaties’ te bereiken. Denk aan horecagelegenheden, sportclubs, jongerencentra, moskeebesturen, et cetera. Voor meer informatie en een stappenplan over die ‘methode’ is er deze handreiking – gemaakt door Movisie en IZI Solutions. Verder heeft IZI Solutions do’s en don’ts op een rij gezet (hier) voor het benaderen van jongeren buiten beeld. Maar, hoe belang-rijk ook, met dergelijke adviezen en tips is een gemeente er vaak nog niet. Uiteindelijk is een overzicht van gegevens dan een zinvolle aanvulling op alles wat er al gebeurt. Want, stelt Cemil Yilmaz (IZI Solutions): “Zo’n gegevensbestand is een welkome aanvulling, zolang de data niet worden gebruikt voor opsporing van deze jongeren vanuit een veiligheidsframe, maar voor het benaderen en ondersteunen van deze jongeren om ze weer perspectief te bieden. Dat is een wezenlijk verschil.”
 
Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Marije Timmer en Jeroen Walravaen van het Inlichtingenbureau, en Cemil Yilmaz van IZI Solutions.

 

 

Jouw bijdrage

13 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.