Artikel

Vluchtelingen aan het werk: 4 aanbevelingen voor gemeenten

Artikel - 24 juni 2016

Gemeenten schatten dat zo’n 60% van de vluchtelingen pas kans op werk heeft na het volgen van een aanvullende opleiding of het doen van vrijwilligerswerk. Daarbovenop is dertig procent volgens gemeenten niet bemiddelbaar naar werk. Dat blijkt uit een enquête van Kennisplatform Integratie & Samenleving waarin bijna 200 gemeenten zijn vertegenwoordigd. De onderzoekers doen op basis van de resultaten aanbevelingen voor gemeenten.

1. Ga eerder aan de slag en kijk per groep wat er nodig is

Op dit moment start ruim een derde van de gemeenten (36%) pas na afronding van de verplichte inburgering met activiteiten voor arbeidstoeleiding. Hierdoor gaat veel tijd verloren, zo vinden ook gemeenten zelf. Onderzoeker Inge Razenberg (Kennisplatform Integratie & Samenleving/Verwey-Jonker Instituut): ‘Gemeenten lijken zich er in toenemende mate van bewust dat zij snel moeten starten en dat een intensieve en integrale aanpak nodig is voor de integratie van vluchtelingen. Wij adviseren om hiervoor snel de samenwerking te zoeken met onderwijsinstellingen, werkgevers en maatschappelijke organisaties.’ Gemeenten verwachten veel van de zogenoemde ‘duale trajecten’: het gelijktijdig inzetten van bijvoorbeeld inburgering en vrijwilligerswerk, of het volgen van een opleiding en werk.

 

De vluchtelingen die in Nederland wonen, zijn vanzelfsprekend geen homogene groep. ‘Dit betekent dat er verschillende integratieroutes naar regulier werk van toepassing zijn. Kijk daarom per groep wat die nodig heeft. De gemeente heeft daarvoor informatie nodig over het opleidingsniveau, de werkervaring, competenties en wensen ten aanzien van werk en de gezondheid. Hierdoor kan snellere en betere matching met werkgevers plaatsvinden.’ Uit de enquête komt naar voren dat slechts 16% van de gemeenten zegt voldoende te weten van de statushouders om te kunnen bemiddelen naar werk. Gemeenten willen kunnen beschikken over alle informatie die relevant is voor de arbeidstoeleiding van statushouders, waaronder de beheersing van het Nederlands, en ze willen hier ook op kunnen sturen om een integrale aanpak te kunnen realiseren. Daarom wil drie kwart van de gemeenten regie op de inburgering kunnen voeren.

2. Werk intensief samen met werkgevers om werk(ervarings)plaatsen te creëren

'Faciliteer ontmoetingen tusesn bedrijven zodat ze ervaringen kunnen uitwisselen'

Hoewel 60% van de gemeenten al contacten heeft met werkgevers over statushouders, leven er veel vragen over de samenwerking met werkgevers. Razenberg licht toe: ‘Dit blijkt ook uit het gegeven dat de meeste instrumenten voor arbeidstoeleiding die gemeenten inzetten, gericht zijn op de statushouders en niet zozeer op de werkgevers. Hier ligt een kans voor gemeenten om werkgevers te faciliteren om vluchtelingen in dienst te nemen. Gemeenten geven zelf ook aan hier kansen te zien.’ De onderzoeker raadt gemeenten aan om met werkgevers in gesprek te gaan en te inventariseren wat zij nodig hebben om statushouders werk te bieden. ‘Durf als gemeente hiermee te experimenteren. Onderzoek hoe je bedrijven over de streep kunt trekken en faciliteer ontmoetingen tussen bedrijven zodat ze ervaringen hierover kunnen uitwisselen.’

 

Opvallendste resultaten uit de enquête:
  • Gemeenten schatten dat ongeveer 60% van de vluchtelingen pas kansen op de arbeidsmarkt heeft na het volgen van een (aanvullende) opleiding, of door activeringsactiviteiten, zoals vrijwilligerswerk
  • 30% van de vluchtelingen is volgens gemeenten niet bemiddelbaar naar werk
  • 72% van de gemeenten heeft specifiek beleid om vluchtelingen met een status aan het werk te helpen, of heeft dat in ontwikkeling
  • Twee derde van de gemeenten stelt dat er op dit moment onvoldoende geschikt werk is in hun regio
  • Slechts 16% van de gemeenten zegt voldoende te weten van de statushouders om te kunnen bemiddelen naar werk
  • Gemeenten willen snel(ler) beginnen met arbeidstoeleiding: nu wacht ruim een derde hiermee tot de statushouder de verplichte inburgering heeft afgerond
  • 85% van de gemeenten geeft aan dat er voldoende politiek draagvlak en politieke wil aanwezig is in de gemeente om de arbeidstoeleiding goed te organiseren

 

3. Zie het leren van de Nederlandse taal als onderdeel van het traject naar werk

Vluchtelingen zijn verantwoordelijk voor hun eigen inburgering, waaronder het leren van de Nederlandse taal. Volgens gemeenten is het taalniveau na het volgen van de verplichte inburgering vaak niet goed genoeg om te gaan werken. Als belangrijkste knelpunt voor de werkkansen noemen gemeenten het gebrek aan Nederlandse taalvaardigheid. ‘Taal leer je natuurlijk het beste in de praktijk. Laat vluchtelingen daarom in een praktische setting de Nederlandse taal beter leren, bijvoorbeeld via een opleiding of stage’, zegt Razenberg. Gemeenten kunnen zelf het goede voorbeeld geven door in de eigen organisatie plaatsen te creëren waarin statushouders in aanraking komen met de Nederlandse taal en de arbeidsmarkt.

4. Maak gebruik van goede en slechte ervaringen in andere gemeenten

Meer dan de helft van de gemeenten zijn al bezig met het ontwikkelen van plannen om vluchtelingen aan het werk te krijgen, vertelt Razenberg. Hoewel de lokale context vraagt om een lokale aanpak, kunnen gemeenten veel leren van elkaars ervaringen. Hiervoor kunnen ze gebruikmaken van het OndersteuningsTeam Asielzoekers en Vergunninghouders (OTAV) en de Werkwijzer Vluchtelingen van de SER.

Ook op deze website kunnen gemeenten terecht voor goede voorbeelden. Razenberg: ‘We gaan een aantal voorbeelden in gemeenten uitdiepen. Wat zijn de werkbare elementen van hun aanpak en onder welke voorwaarden zijn ze succesvol?’

 

Over het onderzoek
Kennisplatform Integratie & Samenleving heeft dit onderzoek in samenwerking met Divosa uitgevoerd. Ook is nauw samengewerkt met partners als het UAF, VluchtelingenWerk, de SER, VNG en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. 110 respondenten, die samen 197 gemeenten vertegenwoordigen, vulden uiteindelijk de enquête in. Alle G4-gemeenten waren vertegenwoordigd, evenals dertig van de G32-gemeenten. Het onderzoek is daarmee representatief voor alle Nederlandse gemeenten.

Thema: 

Anderen bekeken ook

Kennisplatform Integratie & Samenleving en Divosa hebben alle Nederlandse gemeenten in een online enquête gevraagd wat de huidige stand van zaken is bij de arbeidsmarkttoeleiding van vluchtelingen met een verblijfsvergunning. Wat zien gemeenten als kansen en knelpunten, randvoorwaarden en uitdagingen?

Reacties

De statushouders in ons dorp verloren in razend tempo hun motivatie en levenslust door het niets doen en lange wachten op de start van de inburgeringscursus. Wij (dorpelingen) hebben hen (o.a.) aan betaald werk geholpen. Een jongeman die hard bezig was te ontsporen, bloeide op dankzij werk bij een kweker. Hard werken tegen het minimumloon van een 18-jarige. Dan komt de brief van het COA. Geen felicitatie over zijn succes, maar een idioot ambtelijke brief waarin hem gesommeerd wordt 75% van zijn netto inkomsten onmiddellijk naar het COA over te maken. Eritreeërs met grote afstand tot de arbeidsmarkt leren wij folders en kranten rondbrengen. Ze vinden het leuk, maar als het regent gooien ze het bijltje erbij neer. De kranten blijven liggen. Als wij hen uitleggen dat je niet zomaar kunt stoppen zonder op te zeggen, laat Vluchtelingenwerk weten dat ze helemaal niet hoeven te werken. De mannen liggen nu weer de hele dag op bed. Is er nu echt niet een systeem te bedenken waar er positieve prikkels uitgaan van werken (betaald of als vrijwilliger), ook al moet je de inkomsten grotendeels afdragen? Bijvoorbeeld inzichtelijk maken wat jouw opvang de maatschappij kost, en waarom je trots mag zijn om daaraan bij te dragen? (In plaats van ze het gevoel te geven dat ze zoveel belasting moeten betalen). Kunnen ze door hun inzet (meer dan gemiddelde inspanning om Nederlands te leren, en/of zinvolle bijdrage aan onze maatschappij en economie) geen ‘bonuspunten’ verdienen die ze t.z.t. kunnen ruilen voor bijvoorbeeld een opleiding, een rijbewijs, extra punten voor huisvesting, etc. etc? We kennen nu onderhand wel de effecten van lang werkloos langs de zijlijn staan. De Innovatietheorie van Rogers laat zien hoe belangrijk de kopgroep is voor het bereiken van de rest van de populatie. Gebruik die kopgroep als voorbeeld, zet ze in het zonnetje en beloon ze. Worden we allemaal beter van.

Fijn dat Inge Razenberg dit onderzoek heeft uitgevoerd. Tussen woord en daad zit een kloof. De reactie van Ellen Nabinder zet aan tot nadenken. Gemeenten slagen er vaak al niet in om personen die op zoek zijn naar werk te bemiddelen naar werk. Kortom, mijn voorstel is om harde feiten op tafel te krijgen. Zoals wat doet u concreet als gemeente en hoeveel mensen/ vluchtelingen hebben via die maatregel een baan gevonden en welk deel daarvan heeft 1 jaar later nog steeds een baan?

Voor de Somalische gemeenschap ben ik naar de kerk gegaan. De pastoraal medewerker uitgelegd dat er nog zo weinig Somaliërs aan het werk zijn dat de hoop in de gemeenschap wegvaagt .Veel informatie bereikt hun niet omdat ze vooral met elkaar omgaan, en ik maak me zorgen wat dit bij de kinderen doet wat zij gaan denken.De pastoraal medewerker vroeg me dit alles op papier te zetten en zou voor een Somalische jongen met MBO diploma en heftruck diploma de werkgevers in zijn kerk benaderen. Dit is gebeurd en hij heeft nu een werkervaringsplek en hopelijk rolt er nog een baan uit.

Bij het toeleiden tot de arbeidsmarkt van statushouders, of andere groepen anderstaligen, ligt de kern van de problematiek vaak in het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal. |Nederlands als tweede Taal is een moeilijke taal om aan te leren. Het opzetten van een maatjesproject kan dan helpen. Dit beoogt het koppelen van een anderstalige deelnemer aan een vaste vrijwillige begeleider. Deze gaat met hem of haar samen vrijwilligerswerk doen. Dit heeft 3 voordelen: ze maken kennis met een bepaald werkveld, ze leren spelenderwijs de Nederlandse taal en bij vragen of problemen kunnen ze terugvallen op het maatje. Een NT-2-traject op een ROC is belangrijk, om de basiskennis van een taal aan te leren. Het maatjes project kost niets anders dan goodwill en kan niet worden uitgevoerd zonder motivatie van beide kanten. Wedden dat er in dit traject dan ook banen uit komen rollen? Onbekend maakt tenslotte ook onbemind en als men elkaar al eens heeft ontmoet op de werkvloer en het 'werkt'en het 'klikt' en de motivatie is daar, dan is de volgende stap naar werk en de stap naar meer taalontwikkeling een logische vervolgstap.

Mooi om jullie verhalen te lezen, en goed om te zien dat veel mensen nadenken hoe wij de integratie van vluchtelingen kunnen verbeteren, en initiatieven ondernemen om de daad bij het woord te voegen. Kennisplatform Integratie & Samenleving zal ook de komende tijd actief onderzoek blijven doen rondom integratie van vluchtelingen. Jullie bijdragen leveren voor ons belangrijke input hierbij. Kijk voor een overzicht van onze projecten op: http://www.kis.nl/thema/nieuwe-migratie

Het wordt tijd om het woord "kosten van de asielopvang" te vervangen door "het geld voor asielopvang rolt door binnen Nederland: vele banen zijn gecreerd, failissementen van vakantieparken zijn voorkomen en vele ondernemers hebben hun omzet vergroot"

Reageer