Ontmoetingen tussen mensen die van elkaar verschillen in afkomst en religie worden op allerlei plekken in Nederland georganiseerd. Op scholen, op het werk, bij de sportclub maar vooral in buurten en wijken komen mensen bij elkaar en leren ze elkaar kennen. Door ontmoeting kunnen vooroordelen worden tegengegaan en scheidslijnen tussen groepen worden overbrugd. Dit wordt ook wel de ‘contact theorie’ genoemd. Maar hoe en wanneer werkt dit? In dit artikel en deze publicatie voor onder meer gemeenten, sociale professionals en actieve burgers zetten we de theorie uiteen en geven we concrete tips voor in de praktijk.

Nederland is al zeker vijf eeuwen een migratieland. Maar het goed en prettig samenleven tussen mensen die van elkaar verschillen in etnische, culturele en religieuze achtergronden heeft wel vaak een duwtje in de goede richting nodig. Volgens wetenschappelijk onderzoek kan dit door sociale contacten tussen mensen met verschillende etnische, culturele en religieuze achtergronden (hierna te noemen: interetnisch contact) te bevorderen. Hierdoor kunnen stereotypen en negatieve beelden worden doorbroken. Dit wordt ook wel de ‘contact theorie’ genoemd en is in honderden wetenschappelijke studies bewezen.

Voorwaarden aan contact

Echter, het idee dat alléén interetnisch contact tussen groepen voldoende is om vooroordelen te verkleinen en positiever beeldvorming te bevorderen, is onjuist. Oppervlakkige of als negatief ervaren contacten kunnen contraproductief zijn en polarisatie juist versterken. Positieve beeldvorming en minder polarisatie door interetnisch contact ontstaan alleen als contacten overbruggend zijn en de ervaren kwaliteit van het contact goed is: het gaat om positieve contacten waarin een gevoel van angst verminderd wordt en een gevoel van empathie voor de ander vergroot wordt. Hoe duurzamer, positiever en intensiever het contact, hoe groter de kans dat positieve beeldvorming tussen groepen beklijft.

Download de publicatie

Bindingsladder

In de context van wijken wordt dit beschreven door treden op de zogeheten ‘bindingsladder’. Initiatieven en interventies in wijken lijken de meeste kans op resultaat te bieden als mensen niet worden aangesproken op wat hen scheidt (hun etnische, religieuze of culturele achtergrond), maar juist op wat hen bindt (zoals hun rol als ouder, buurtbewoner of sporter, gemeenschappelijke doelen, belangen en identiteiten). Volgens onderzoeken zijn vooral projecten effectief die gebaseerd zijn op gedeelde interesses en/of gedeelde belangen (zoals mentorprojecten, samen sporten, samen de buitenruimte schoner en leefbaarder maken).

Een positieve houding naar andere groepen

Een ander bewezen effect van sociaal interetnisch contact is dat het niet alleen kan leiden tot een positiever beeld over een desbetreffende groep waarmee de ontmoeting plaats vond, maar dat mensen ook positiever worden over andere groepen. Dat heet in wetenschappelijke termen het ‘secondary transfer effect’. Voorbeeld: een groep personen van oorspronkelijk Nederlandse afkomst heeft een positieve ontmoeting met mensen van Turkse afkomst. Onder de juiste voorwaarden gaan zij daardoor niet alleen positiever denken over mensen van Turkse komaf maar ook over bijvoorbeeld mensen van Marokkaanse komaf. Dat komt omdat er vergelijkbare vooroordelen en stereotypen beelden leven ten aanzien van beide groepen. Echter, ook hier gelden een aantal randvoorwaarden. Bijvoorbeeld, het ‘secondary transfer effect’ ontstaat alleen als sprake is van duidelijk onderscheiden groepen; wanneer minderheden worden gezien als ‘anonieme massa’ werkt het mogelijk niet. Benoem dus de specifieke groepen. Het ‘secondary transfer effect’ treedt bovendien alleen op indien mensen erkennen dat verschillende groepen minderheden allen te maken hebben met discriminatie. Het effect zal niet ontstaan bij mensen die ervan overtuigd zijn dat mensen met verschillende achtergronden onderling niet gelijkwaardig zijn, en dat er altijd een dominante groep in de samenleving moet zijn.

Iemand kennen die iemand kent: extended contact

Als mensen bevriend zijn met iemand die op zijn of haar beurt weer bevriend is met iemand uit een ‘andere’ bevolkingsgroep, kunnen vooroordelen verminderd worden. Dit heet ‘extended contact’.  Een belangrijke voorwaarde is dan wel dat de persoon met het indirecte contact wel de betreffende vriend uit de ‘andere’ groep kent. Alleen weten over de vriendschap is niet voldoende, het gaat erom dat mensen direct zien dat er een goed contact bestaat tussen een persoon uit de eigen groep en de persoon uit de andere groep. Dit kan óók worden gerealiseerd als mensen door bijvoorbeeld theater, films of boeken zien of lezen dat mensen die verschillend zijn van elkaar in afkomst of religie, samen een hechte vriendschap kunnen ontwikkelen.

Kennis wordt praktisch toegankelijk gemaakt via online tool 'De Wijkverbinder'

In de online tool ‘De Wijkverbinder’ is de wetenschappelijke kennis uit de publicatie Waarom contact werkt praktisch toepasbaar gemaakt onder het motto ‘Verbindend contact in jouw wijk: Waarom het werkt en hoe jij vandaag nog aan de slag kan!’ De tool kan worden gebruikt door sociaal professionals die actief zijn in de wijk, professionals die (mee)schrijven aan het gemeentebeleid of voor mensen die gewoon nieuwsgierig zijn hoe verbindend contact kan helpen aan respectvol samenleven in een wijk.

 Download de publicatie 

 

Anderen bekeken ook

  • Nederland is al zeker vijf eeuwen een migratieland. Maar het goed en prettig samenleven tussen mensen die van elkaar verschillen in etnische,...
    Bekijk

Jouw bijdrage

1 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.