Hoe ga je als jeugdprofessional om met ongewenste polarisatie? Deze vraag stond centraal tijdens de digitale inspiratie en kennisdelingsconferentie ‘Tegen polarisatie bij jongeren’ op 11 november 2021. Jeugdprofessionals, onderzoekers en beleidsmedewerkers wisselden kennis en ervaringen uit in een plenaire sessie en online workshops.

‘Op een zaterdagmiddag midden in coronatijd ontstond er een gevecht tussen twee groepen jongeren in het winkelcentrum,’ vertelt jongerenwerker Nabil El Malki uit Arnhem: ‘Als jongerenwerkers gaan wij er dan meteen op af. Het bleek te gaan om een groep uit een nabijgelegen dorp die ruzie had met een groep uit de stad. Sensatiezucht speelde een rol: de jongeren verveelden zich en online berichten zorgden voor olie op het vuur. Maar dankzij het online netwerk van de jongeren konden we de betrokkenen ook snel opsporen en bij elkaar brengen voor een goed gesprek.’

Binnen de leefwereld van jongeren raken online en offline steeds meer met elkaar vervlochten. Dat geldt dus ook voor het werk van jeugdprofessionals. Hoe online en offline zich tot elkaar verhouden is daarom een terugkerend thema deze ochtend.

Tegen polarisatie 

De bijeenkomst begint met een plenaire sessie waarin gespreksleider Olaf Stomp (KIS/Movisie) in gesprek gaat met onderzoeker Ron van Wonderen (KIS/Verwey-Jonker) en jongerenwerkers Hanae Haddouche en Nabil el Malki. ‘Polarisatie ontstaat als je je niet gezien en erkend voelt,’ legt Haddouche uit: ‘Als groepen langs elkaar heen leven, is er sprake van segregatie. Op het moment dat groepen zich tegen elkaar keren en waardeoordelen over elkaar vormen, noemen we het polarisatie. Uiteindelijk kan polarisatie tot radicalisering leiden.’

De coronadiscussie en de tweedeling tussen gevaccineerden en ongevaccineerden komt momenteel nog eens bovenop al bekende onderwerpen zoals religie en identiteit

Ze vervolgt: ‘De coronadiscussie en de tweedeling tussen gevaccineerden en ongevaccineerden komt momenteel nog eens bovenop al bekende onderwerpen zoals religie en identiteit.’

Deze bijeenkomst is mede mogelijk gemaakt door Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) in samenwerking met BV Jong, het Ministerie van SZW (Expertise-unit Sociale Stabiliteit) en Platform Jeugd preventie Extremisme en Polarisatie (JEP). Ongeveer dertig jeugdprofessionals, onderzoekers en beleidsmedewerkers namen deel aan het programma.

Wat kun je als jeugdprofessional doen tegen polarisatie?

‘Dat zit soms in de kleine dingen,’ vertelt Haddouche: ‘Elke ochtend schrijf ik: “Goedemorgen Nederland!” op Snapchat. Daarmee stel ik een inclusieve norm. Ik zie dat jongeren die kreet overnemen. Maar belangrijker is misschien nog wel dat je polariserende uitspraken van jongeren ter discussie stelt - of ze die nu online of offline uiten. Het gaat erom het gesprek aan te gaan: “Wat beweegt jou om dit te zeggen?” Jongeren zijn zoekende, ze zijn fragiel. Vaak leidt een dergelijke vraag tot diepe, waardevolle gesprekken.’

De kern van ons werk is de belevingswereld van deze jongeren vergroten en ze andere perspectieven laten zien

El Malki beaamt dat: ‘Met elkaar in gesprek gaan was ook de oplossing van het gevecht in het winkelcentrum. Ik stel de vechtersbazen voor de keuze: “Of we gaan nu allemaal aangifte doen, of we lossen dit samen op.” De kern van ons werk is de belevingswereld van deze jongeren vergroten en ze andere perspectieven laten zien.’

Hoe bereik je jongeren?

Mohammed Bencheikh, projectleider en trainer bij antidiscriminatiebureau RADAR, vraagt zich af hoe je jongeren het best kunt bereiken: ‘Ten opzichte van 10 jaar geleden zie ik veel minder jongeren op straat rondhangen.’ Jongerenwerker Rachel Van Duijn herkent dit: ‘Ik merk dat jongeren die ik alleen online ken, lastig te activeren zijn voor een offline gesprek. Terwijl dat mijn voorkeur heeft, omdat ik dan beter kan beoordelen hoe het echt met ze gaat.’

‘Ga zelf naar ze toe,’ merkt Haddouche op: ‘Ik ben zelf heel actief online en zet ook altijd mijn locatiegegevens aan: dat maakt fysiek contact juist makkelijker. Het valt me op hoe snel ze me soms weten te vinden! Als ik iemand wil spreken benader ik hem of haar ook proactief. Ik zeg niet: “Zullen we morgen om 14u afspreken?” Maar: “Waar ben jij morgen? Dan kom ik naar je toe, want ik wil je spreken.”’

Echte gesprekken voer je niet online, daar bouw je geen duurzame band op. Je moet zelf naar de jongeren toe gaan en aanwezig zijn

Online en offline moeten elkaar aanvullen, vindt ook El Malki: ‘Echte gesprekken voer je niet online, daar bouw je geen duurzame band op. Je moet zelf naar de jongeren toe gaan en aanwezig zijn. Maar je kunt wel slim gebruik maken van de online mogelijkheden.’ Haddouche: ‘Online kun je vaak heel snel je netwerk activeren. Ik plaatste een keer een oproepje omdat ik een jongen zocht die zich achter een nickname schuilhield. Binnen een kwartier nam hij contact met me op.’

Opstaan tegen online polarisatie

‘Online is polarisatie vaak duidelijk zichtbaar, terwijl het zich offline meer sluimerend uit,’ observeert El Malki: ‘Een jongere deelde online bijvoorbeeld duidelijk zijn mening over het Israël-Palestina conflict, maar offline houdt hij liever zijn mond, uit angst voor sociale uitsluiting.’

‘Het nadeel van het digitale tijdperk,’ voegt Van Wonderen toe: ‘Is dat filterbubbels worden gecreëerd. Jongeren putten minder uit gemeenschappelijke bronnen, waardoor parallelle wereldbeelden ontstaan en er steeds minder sprake is van een gedeelde realiteit. De sociale media van nu is ook nog eens zo ontworpen dat ze juist het harde geluid faciliteert: extreme standpunten krijgen meer aandacht dan genuanceerde uitspraken.’

Jongeren putten minder uit gemeenschappelijke bronnen, waardoor parallelle wereldbeelden ontstaan en er steeds minder sprake is van een gedeelde realiteit

Movisie-onderzoeker René Broekroelofs zegt hierover: ‘Het herhalen van negatieve stereotypen of lange discussies voeren werkt niet. Met het benadrukken van positieve groepsnormen of dingen die je gemeen hebt, heb je meestal meer succes.’ Ook vertelt hij over het project #DatMeenJeNiet waarin jonge influencers worden getraind om op te staan tegen online discriminatie.

Extreme polen

Bij polarisatie lijkt het alsof twee groepen lijnrecht tegenover elkaar staan, maar in de praktijk is er meestal sprake van extreme polen en een groot grijs midden. ‘De jongeren met echt extreme standpunten bereiken wij helemaal niet,’ geeft Haddouche aan. Van Wonderen beaamt dit: ‘Extreme geluiden zijn over het algemeen lastig te overtuigen – dit vraagt om een gespecialiseerde benadering.’

Onderzoeker Najat el Hani (JEP, Link Academy) geeft trainingen in zo’n gespecialiseerde aanpak.  ‘Door middel van demonstraties, rollenspellen en reflectie, leren we je hoe radicalisering werkt – en hoe je de veerkracht van jongeren kunt versterken.’

Het stille midden

Van Wonderen: ‘Grote winst is vooral te behalen bij de middengroep: door hen te steunen de verlokking van de polen te weerstaan.’ Daar heeft El Malki ervaring mee: ‘Als je die middengroep op de juiste wijze benadert, zijn zij prima in staat om een genuanceerd standpunt te ontwikkelen. Zo hebben we een keer een groep jongeren uitgenodigd in de raadszaal op het gemeentehuis om te praten over het Israël-Palestina conflict. Zoiets moet je natuurlijk zorgvuldig organiseren: een goede dagvoorzitter, die iedereen aan het woord laat, is onmisbaar. De burgemeester was er bij. En een antropoloog die in deze landen had geleefd trad op als expert. Ook hebben we bewust jongeren uit verschillende wijken uitgenodigd. Deze hele setting riep respect op.’

Als je die middengroep op de juiste wijze benadert, zijn zij prima in staat om een genuanceerd standpunt te ontwikkelen

Dialoog als tegengif

Hoogleraar ethiek Dirk-Martin Grube legt uit dat dialoog een passende interventie is in situaties die niet om een urgente oplossing vragen: ‘Dialoog is er op gericht elkaars perspectieven beter te begrijpen. Daarvoor is het nodig dat beide partijen deze goed kunnen articuleren en dat zij over een zekere mate van inlevingsvermogen beschikken. Bovendien vraagt dialoog om een strikte gespreksleiding.’ WijWijs-oprichter Karim Amghar vult aan: ‘Voor een goede dialoog is het daarom van belang wie je uitnodigt. Het is bij een dialoog vooral raadzaam de “silent” en de “joiners” mee te nemen. Nodig gericht mensen uit die diversiteit aan het gesprek toevoegen, dat werkt verbindend.’ Voor meer informatie bekijk de theorie van Brandsma over vijf rollen van polarisatie.

Meer weten:

De inspiratie- en kennisdelingsconferentie was ook een plek om tips uit te wisselen. Hieronder een aantal websites, artikelen en podcasts die interessant zijn om verder te bestuderen:

 

Anderen bekeken ook