Onderzoek zegt het al decennia: asielzoekers lopen een verhoogd risico op seksueel geweld. Vooral tijdens de vlucht zijn ze kwetsbaar voor uitbuiting en verkrachting. Ook in opvanglocaties zijn de risico’s groter en voelen vooral vrouwen en meisjes zich vaak niet veilig. De aandacht voor seksueel geweld en vluchtelingen staat momenteel hoog op de maatschappelijke agenda. Wat kunnen we doen om geweld te voorkomen en om vrouwen in de opvang weerbaarder te maken? Wat leren we van eerdere onderzoeken en aanpakken?

Vier Duitse vrouwenorganisaties stuurden in augustus 2015 een brandbrief aan Duitse politici. De boodschap: vrouwelijke bewoners van een groot asielzoekerscentrum (destijds 6.000 bewoners) worden op grote schaal aangerand en verkracht door mede-asielzoekers. Vrouwen zouden uit angst ’s nachts niet meer naar het toilet gaan. In Nederland zijn ook incidenten bekend. Dit weekend kwam naar buiten dat vorig jaar 55 meldingen zijn geregistreerd van zedendelicten in en rond azc's, waarvan het grootste deel tussen vluchtelingen onderling.

55 zedendelicten, is dat weinig of veel?

Met die kop plaatste de Volkskrant op 1 februari een reactie op de cijfers die staatssecretaris Klaas Dijkhoff van Justitie eerder bekendmaakte. Hans Boutellier, woordvoerder van Kennisplatform Integratie & Samenleving, concludeerde in dit stuk dat de populatie in azc's niet significant crimineler is dan de rest van de samenleving. Volgens hem zijn er omstandigheden die de cijfers verder nuanceren. Delicten worden namelijk sneller geregistreerd door de constante aanwezigheid van beveiligers en ambtenaren in azc's en criminaliteit is volgens hem bovendien vooral ‘een jongemannending’. En in azc’s zijn jongemannen oververtegenwoordigd.

Extra kwetsbaar

In 2014 toonde promotieonderzoek van Ines Keygnaert van het International Centre for Reproductive Health (Universiteit Gent) aan dat vluchtelingen, asielzoekers en mensen zonder wettig verblijf meer dan anderen slachtoffer zijn van seksueel geweld. Niet alleen tijdens de oorlog in het land van herkomst of de vlucht zelf, maar dus ook in Europa: in het opvangcentrum en daarbuiten. Hilde Bakker van Movisie legt uit: ‘Mensen zijn extra kwetsbaar voor intimidatie en geweld als zij in een afhankelijke positie verkeren. Dat staat los van religie of cultuur. Wel kunnen bepaalde traditionele en religieuze opvattingen over vrouwen en homoseksualiteit de drempel om geweld te gebruiken verlagen. Ook eerdere ervaringen met geweld kunnen de morele grenzen aantasten en leiden tot grensoverschrijdend gedrag. Ik zeg nadrukkelijk kunnen, want bij de meeste mensen gebeurt dit niet.’

De zedenzaken uit 2015 speelden, zoals gezegd, vooral tussen bewoners onderling. Uit een onderzoek van Movisie uit 2008 bleek echter dat niet alleen medebewoners maar ook politie, militairen, medewerkers en vrijwilligers van opvanglocaties grensoverschrijdend gedrag te duchten is. Bakker: ‘Ik vraag me af of, nu er in korte tijd zoveel locaties moesten worden ingericht, er voldoende aandacht kon zijn voor de screening van personeel en vrijwilligers. Bijvoorbeeld door het aanvragen van een Verklaring Omtrent Gedrag.’
 

opvanglocatie vluchtelingen
Foto: heiko119 / 123RF Stockfoto

Klachten verergeren

'Hoe groter zo’n locatie is, hoe anoniemer de bewoners zijn. De kans is dan kleiner dat ze elkaar beschermen en om hulp vragen.' 

Seksueel geweld heeft ernstige gevolgen voor gezondheid, welzijn en participatie aan het maatschappelijk leven. Bakker: ‘De klachten verergeren vaak wanneer slachtoffers jarenlang zwijgen over hun ervaringen en niet meteen bescherming en hulp krijgen. En die risico’s zijn groot, vooral in grote asielzoekerscentra. Hoe groter zo’n locatie is, hoe anoniemer de bewoners zijn. En als zij elkaar niet of nauwelijks kennen, is de kans kleiner dat ze elkaar beschermen en om hulp vragen. Seksuele intimidatie gebeurt vaak in het geniep en is moeilijk te bewijzen. Slachtoffers doen niet gauw melding, ook omdat zij bang kunnen zijn voor hun goede naam, voor represailles van de dader(s) en voor negatieve gevolgen voor hun asielaanvraag.’

Aanbevelingen

Eind 2002 leidden berichten over aanrandingen en ronselpraktijken voor prostitutie in azc’s tot Kamervragen en uiteindelijk tot een onderzoek van Pharos en TransAct (een voorloper van Movisie), waaraan het COA ook meewerkte. 190 vrouwen en meisjes in azc’s werden geïnterviewd over hun veiligheidsbeleving en de strategieën die ze hebben ontwikkeld om zichzelf en anderen te beschermen. Het onderzoek Overleven op de m2 concludeerde dat de situatie zorgwekkend was voor vooral alleenstaande vrouwen en minderjarige asielzoekers. Ook bleek dat vrouwen uit verschillende culturen een andere beleving hebben van welke situaties onveilig zijn en wat een vrouw kan beschermen. Vrouwen uit het Midden-Oosten vonden bijvoorbeeld de aanwezigheid van mannen bedreigend, terwijl alleenstaande Afrikaanse vrouwen juist uit bescherming het gezelschap van een man opzochten.

De aanbevelingen uit het onderzoek, zijn anno 2016 nog steeds van toepassing:

1. Bouw aan vertrouwen
Terughoudendheid of isolement versterken onveilige situaties. Medewerkers kunnen een rol spelen om het isolement te doorbreken, daarbij is training van medewerkers een vereiste. Daarnaast is het wenselijk vertrouwenspersonen aan te stellen.

2. Ga zorgvuldig om met meldingen en vermoedens
Vrouwen gaven aan dat onzorgvuldige omgang met klachten over onveiligheid, de meldingsbereidheid tot nul terugbrengt. Protocollen, goede samenwerking met de lokale politie en heldere richtlijnen over de sancties tegen daders zijn daarom nodig.

3. Geef vrouwen controle over de eigen ruimte
In centra waar vrouwen hun leefruimte hebben, denk aan sanitaire voorzieningen en de keuken, en deze kunnen afsluiten, is het gevoel van veiligheid beduidend groter dan azc’s waar ze de gang op moeten voor de toilet.

4. Stimuleer onderling contact
Vrouwen voelen zich meer beschermd als zij anderen kennen. Organiseer daarom groepsactiviteiten.

5. Laat alleenstaande vrouwen en meisjes kiezen waar ze worden opgevangen
Alleenstaande vrouwen en meisjes vormen de meest kwetsbare groep. Daarom word aanbevolen om ze zelf te laten kiezen of ze in een azc worden opgevangen of in een reguliere opvangcentra als Blijf van m’n Lijf Huizen.

6. Versterk samenwerking van organisaties en medewerkers in opvanglocatie
Het bespreken van signalen van onveilige situaties tussen medewerkers kan hun machteloze gevoelens verminderen en hen motiveren om er iets mee te doen.

7. Zet in op training en voorlichting
Weerbaarheidstrainingen ondersteunen de zelfredzaamheid van nieuwkomers. Ook zijn asielzoekers, zowel vrouwen als mannen, gebaat bij actuele voorlichting over geweld en wat ze er tegen kunnen doen. Gezien de verschillen in taal en cultuur maar ook onderling wantrouwen tussen de bewoners van een azc, wordt geadviseerd om dergelijke trainingen individueel of in kleine groepen te laten plaatsvinden. Ook medewerkers in het azc, die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid, moeten voorlichtingen krijgen over deze verantwoordelijkheden.

De tijd is rijp

'De basisvoorzieningen blijken voldoende. Nu is de tijd rijp om ons te richten op de veiligheid in opvanglocaties.' 

De onderzoeksresultaten uit het boek Overleven op de m2 zijn destijds overhandigd aan het COA en het ministerie van Justitie. Bakker: ‘Ik kan me heel goed voorstellen dat met de grote toestroom het COA, het ministerie en de gemeenten minder prioriteit konden leggen op de veiligheid van de kwetsbare groepen, maar op het regelen van bed, bad en brood. Uit onderzoek van het College voor de Rechten van de Mens bleek dat de basisvoorzieningen in opvanglocaties voldoende is. Nu is de tijd rijp om ons te richten op de veiligheid in opvanglocaties. Met beperkte ingrepen zijn al verbeteringen mogelijk. Uit onze onderzoeken bleek bijvoorbeeld dat het een beschermend effect heeft als vluchtelingen goede voorlichting krijgen over hun rechten, de strafbaarheid van geweld en de mogelijkheden voor hulp. Het vergroot hun weerbaarheid.’ Bakker is niet de enige die oproept om nu de veiligheidssituatie aan te pakken. Zo luidde onderzoeker Inez Keygaert luidde onlangs de noodklok: waarom helpen we seksueel misbruikte asielzoekers niet zoals het hoort?

Krachten bundelen

Er lopen inmiddels al verschillende initiatieven voor voorlichtingen in de azc’s. In het verleden zijn echter al diverse methoden en materialen ontwikkeld. Bakker: ‘Er zijn voorlichters van het multimediale voorlichtingspakket Geweld is niet Gewoon dat Pharos en Movisie in samenwerking met het COA ontwikkelden. Ook zijn er genoeg voorlichters in het land die ervaring hebben om taboeonderwerpen bespreekbaar te maken en die dezelfde taal spreken als sommige vluchtelingen. Met wat bijscholing zouden zij ingezet kunnen worden om met asielzoekers onderwerpen als seksueel geweld te bespreken.’ Ook liggen er succesvolle methoden als Be A Man!  klaar op de plank. ‘Veel maatschappelijke organisaties en kennisinstituten, ik steek ook m’n hand in eigen boezem, zijn afzonderlijk van elkaar bezig om de gezondheids- en de veiligheidssituatie in opvanglocaties te bevorderen. Dat is zo zonde! Ik pleit ervoor om de krachten te bundelen, het materiaal dat we hebben te updaten en geen tijd te verspillen aan het ontwikkelen van nieuwe methoden’, aldus Bakker.

 

Meer weten over seksueel geweld of over de trainingen en voorlichtingsmaterialen van Movisie? Neem contact op met Hilde Bakker: H.Bakker@movisie.nl of bel naar 0655440625.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

15 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.