Waarom vinden de circa twintigduizend Eritrese nieuwkomers zo moeizaam hun weg in Nederland? Om daar meer zicht op te krijgen en beleidsmakers, welzijnswerkers en vrijwilligers te voorzien van advies, schreef KIS met hulp van onderzoekers Judith Ferrier en Lisette Massink van PreciesAdvies een handreiking. ‘Langs de Nederlandse meetlat worden Eritreeërs al snel beschuldigd van passiviteit en gebrek aan daadkracht.’

Waarom is het voor Eritrese nieuwkomers zo lastig om te integreren?
Massink: ‘Eritrea is echt een volstrekt ander land dan Nederland. Eritrese nieuwkomers worden vaak vergeleken met Syriërs, maar dat is geheel ten onrechte. Syrië staat zowel cultureel als op het gebied van economie en bureaucreatie veel dichter bij de westerse wereld dan Eritrea. De meeste Eritreeërs zijn bovendien afkomstig van het platteland waar alles informeel wordt geregeld en gebaseerd is op relaties en sociale wederkerigheid. Concepten als werkgever en verzekering of een trouwakte die wordt afgegeven door de staat, bestaan daar niet. Als niets wat je kent nog klopt, al je referenties zijn verdwenen en je je ook nog eens volstrekt afhankelijk voelt van anderen omdat je én geen Nederlands én geen Engels spreekt, maakt dat het heel zwaar om je weg te vinden.’

Download de nieuwe handreiking

Er is dus sprake van een grote mismatch? 
‘Ja. Het voornaamste probleem is dat we in Nederland over het algemeen gewend zijn om vanuit ons eigen referentiekader naar nieuwkomers te kijken. Mede door de grote taalbarrière wordt gedrag van Eritrese nieuwkomers vaak verkeerd geïnterpreteerd en gaat het botsen. 

Eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid is zo’n beetje het mantra in Nederland. Maar Eritrese statushouders komen uit een land waar alles gedicteerd wordt door de staat en in sociaal opzicht de gemeenschap veel invloed uitoefent. Ze zijn gewend om zich daarnaar te voegen. Langs de Nederlandse meetlat worden Eritreeërs dan al snel beschuldigd van passiviteit en gebrek aan daadkracht.’


Foto's: Olga Boh

Zijn beleidsmakers en welzijnswerkers die concluderen dat Eritreeërs slecht integreren in die zin naïef geweest?
‘Wat is naïef? Wij constateren dat er – met uitzondering van kleinschalige initiatieven – over de hele linie wordt geprobeerd om Eritreeërs net als alle andere statushouders in een bepaald kader te persen. Maar dat blijkt in de praktijk lastig. Neem alleen al de manier waarop Eritreeërs leren. Op het platteland van Eritrea leren mensen een beroep in de praktijk, daar komt geen opleiding aan te pas. Je begint in een plaatselijke garage met het aangeven van een schroevendraaier en op een dag ben je monteur.

Veel oriëntatie- en werktrajecten stellen de eis dat nieuwkomers over een bepaald taalniveau moeten beschikken. Dat is een van de grootste struikelblokken voor Eritreeërs. Zij zijn niet alleen gewend om te leren in de praktijk, maar zijn ook overwegend laaggeschoold en hebben veel tijd nodig om het Nederlands onder de knie te krijgen. Het Tigrinya, de taal die in Eritrea gesproken wordt, staat ver van het Nederlands af.’

'Het merendeel is voor of tijdens de middelbare school uit Eritrea gevlucht vanwege de dienstplicht en het leven van onderwerping dat hen in de dictatuur te wachten staat'

Dat klinkt allemaal niet erg bemoedigend.
‘Veel Eritrese nieuwkomers voelen zich ook ontmoedigd en hebben het gevoel dat het opbouwen van een leven in Nederland voor hen heel ingewikkeld en onbereikbaar is. Wat je ook niet moet vergeten, is dat het eigenlijk allemaal jonge knullen en meiden zijn. Zo’n driekwart is jonger dan dertig en een op de vijf van de Eritrese statushouders is zelfs minderjarig. Het merendeel is voor of tijdens de middelbare school uit Eritrea gevlucht vanwege de dienstplicht en het leven van onderwerping dat hen in de dictatuur te wachten staat. Als deze jongeren in Nederland aankomen, hebben ze veelal een traumatische reis achter de rug door mishandeling, marteling of seksueel misbruik of doordat de mensensmokkelaars ze onmenselijk hebben behandeld.’

Wat zou er moeten gebeuren om de situatie ten goede te keren?
‘Veel beleidsmedewerkers en professionals zouden zichzelf eerst eens de vraag moeten stellen hoe ze hun aanbod kunnen aanpassen. Hoe kunnen we gebruikmaken van alles wat deze mensen wél hebben, zoals handigheid, improvisatievermogen en het talent om te leren door te doen? Eritrese statushouders hebben veel tijd nodig om hun weg te vinden in Nederland en behoefte aan ondersteuning om te leren begrijpen hoe dingen in Nederland werken. Vanwege hun wantrouwen tegenover overheidsinstanties is het belangrijk dat de begeleiding betrokken en persoonlijk is. Vaak zien we het misgaan als de begeleiding aan een bepaalde tijdsduur wordt verbonden. Dan koopt een gemeente op zich goede begeleiding in, maar zegt daarbij: hier staat acht maanden, hooguit een jaar voor, dan moet het klaar zijn. Gelukkig zijn er ook verschillende kleinschalige initiatieven waar Eritrese statushouders zo lang als nodig is op alle vlakken bij hun integratie worden begeleid.’


Foto's: Olga Boh

In de handreiking noemen jullie tientallen van dat soort goede voorbeelden. Nijmegen staat daar opvallend vaak tussen. Hoe kan dat?
Ferrier: ‘De gemeente Nijmegen is betrokken en kijkt samen met de jongeren naar wat zij nodig hebben. De gemeente heeft 96 Eritrese jongeren gehuisvest in een voormalige studentenflat in de wijk Lent. Vanaf de komst van deze jongeren hebben vrijwilligers, buurtbewoners en het bedrijfsleven verschillende initiatieven gestart om hen te ondersteunen. Zo kregen de jongeren de kans om vrijwilligerswerk te doen en organiseren buurtbewoners regelmatig ontmoetingsactiviteiten. Maar misschien wel het belangrijkste is dat toen de maximale periode van twaalf maanden begeleiding van een vestigingscoach was afgelopen, de twaalf coaches zelf hebben besloten om de jongeren op eigen initiatief te blijven begeleiden, zolang als nodig is. Deze jongeren zijn nog zo druk met overleven en hun weg vinden in Nederland, dat veel van hen nog helemaal niet in staat zijn om zelf hulp te zoeken bij belangrijke vraagstukken op het gebied van financiën of onderwijs.’

'Geef hen alternatieve trajecten die beter aansluiten op hun behoeften. Dan zijn de vooruitzichten een stuk beter'

Massink: ‘Het is nog te vroeg om te concluderen of deze aanpak werkt, maar een aantal van de jongeren uit Nijmegen heeft inmiddels de inburgering gehaald en een deel volgt deze zomer extra lessen om de inburgering hopelijk in september af te ronden en daarna aan een vakopleiding aan het ROC te kunnen beginnen.’

Hoe zien jullie de toekomst van de Eritrese nieuwkomers in Nederland tegemoet?
Massink: ‘Dat hangt er vanaf. We moeten Eritrese statushouders niet in een systeem persen dat niet bij ze past. Dan is de kans groot dat een deel van deze jongeren uitvalt en op een dood spoor terechtkomt. Maar geven we hen meer alternatieve trajecten die beter aansluiten bij hun behoeften, dan zijn de vooruitzichten een stuk positiever. De Eritrese statushouders zijn overwegend jong en hebben enorm veel veerkracht en motivatie. Het valt ons steeds weer op dat zij zich met hun optimisme en gedrevenheid in positief opzicht onderscheiden van andere statushouders. Deze jongeren zullen er hard aan werken om een plek in onze samenleving te vinden en als wij hen proberen te begrijpen, is de kans op een succesvolle integratie het grootst en kunnen zij veel bijdragen.’

Eritreeërs in Nederland
In maart 2017 woonden er naar schatting van het CBS 20.000 personen met een Eritrese achtergrond in Nederland. Zij kwamen in drie verschillende migratiegolven. De eerste golf van ongeveer 1.500 vluchtelingen arriveerde tussen 1980 en 1998. Zij  vluchtten tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tussen Eritrea en Ethiopië en waren of zijn grotendeels leden van de huidige regeringspartij. De tweede golf, zo’n 6.000 personen, kwam tussen 1998 en 2010 in Nederland aan en vluchtte om uiteenlopende redenen tijdens grensconflicten tussen Eritrea en Ethiopië. De veruit grootste en laatste golf die vanaf 2010 Nederland bereikte, inmiddels zo’n 14.000 personen, ontvluchtte het repressieve regime in Eritrea. Zij verschillen in sociaaleconomische status, achtergrond en politieke overtuiging van de twee eerdere golven en vormen een relatief jonge groep. Van de 12.500 statushouders die tussen 2014 en 2016 asiel aanvroegen, was zeven op de tien man, driekwart jonger dan dertig en een op de vijf minderjarig.

Anderen bekeken ook