De Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR*) bracht in 1989 een advies uit over het integratiebeleid. Dat vormde een breuk met de denkwijze over het thema in de jaren ervoor. Bovendien introduceerde de WRR in het rapport de term allochtonen. Emeritus-hoogleraar Integratie- en migratiestudies Han Entzinger blikt terug. Hij was destijds werkzaam bij de WRR en betrokken bij het advies.   

Om helder te krijgen wat maakt dat dit advies een breuk vormt met de jaren ervoor, moeten we nog verder terug in de tijd duiken. Tien jaar voor het WRR-advies Allochtonenbeleid uit 1989 verscheen het rapport Etnische minderheden, dat ook uit de koker van de WRR kwam. Entzinger: 'In dat rapport worden migranten primair gedefinieerd als lid van een etnische groep, terwijl het rapport uit 1989 ze primair als individuele burgers definieert.'

Voortschrijdend inzicht over de ontwikkelingen in de samenleving en de positie van migranten dwongen ook tot een andere kijk op het te voeren beleid, zegt Entzinger. In de jaren zestig en zeventig ging men nog uit van het tijdelijk verblijf van zogenoemde gastarbeiders in Nederland. Daarna werd duidelijk dat ze bleven en de mannen hun gezinnen naar Nederland haalden om zich ook hier te vestigen. Ook van veel postkoloniale migranten werd toen verwacht dat zij zouden terugkeren (Surinamers, Antillianen, Molukkers). In het rapport uit 1979 staat dat immigranten blijven. Dat was al revolutionair om dat te verkondigen in Haagse kringen, aldus Entzinger. Het rapport uit 1989 gaat nog een stap verder: immigratie is blijvend.  


Han Entzinger, Emeritus-hoogleraar Integratie- en migratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

'Er zijn ook andere duidelijke accentverschillen in beide rapporten. Het rapport uit 1979 stelt dat de overheid verantwoordelijk is voor cultuurbehoud. Dat is in 1989 verdwenen. De overheid is primair verantwoordelijk voor het scheppen van de voorwaarden voor integratie. En we hebben in Allochtonenbeleid voor het eerst gewezen op het belang van het leren van Nederlands.' Een paar jaar later zette Entzinger dit advies aan de regering nog steviger kracht bij door samen met hoogleraar Arie van der Zwan een rapport te schrijven over verplichte inburgering gekoppeld aan een banenplan. 'We hadden het idee dat de regering te weinig met dit advies over de taal leren had gedaan.'

Goed, dat zijn accentverschillen. De emeritus-hoogleraar benadrukt na zijn uiteenzetting in woord en gebaar het belangrijkste onderscheid tussen beide rapporten. 'Kortom, dit is groep' (hij legt zijn hand op het rapport uit 1979 dat voor hem op tafel ligt), 'en Allochtonenbeleid gaat over individuen (hij legt zijn hand op het rapport uit 1989 dat ernaast ligt). De beide titels zeggen het al.'

De term allochtonen dook door het rapport voor het eerst prominent op in de beleidstaal. 'Er is wel eens in de media beweerd dat ik de term heb verzonnen. Dat is niet waar. Wij wilden in 1989 af van de term etnische minderheden omdat die te veel uitgaat van het groepskarakter. Op de term immigranten was de regering dus niet zo happig. Niet dat we ons daar als WRR veel van hoefden aan te trekken, overigens. Voor ons speelde vooral het gegeven dat er inmiddels een tweede generatie migranten was. De term immigranten was dus niet toereikend.' Zo besloot de raad uiteindelijk de term allochtonen te gebruiken, in de titel zelfs. (Allochtonen is een Grieks neologisme: allos betekent anders en chtoon geworteld.) 

Opvallend, de term allochtonen is destijds dus geïntroduceerd om de nadruk te leggen op individuele burgers. En dus een breuk met het daarvoor gehanteerde begrip etnische minderheden. Maar de term allochtonen heeft inmiddels een heel andere lading gekregen. Hoe kijkt u daar nu tegenaan?
'Het is natuurlijk een term die duidelijk van betekenis is verschoven. Destijds als WRR vonden we het juist fijn om een nieuwe karakterisering te gebruiken. Een allochtoon is iedereen die of zelf in het buitenland is geboren of tenminste een ouder heeft die in het buitenland is geboren. Sommige reacties waren lacherig: 'Oh, dan is het koningshuis ook allochtoon?' Ja, inderdaad. We wilden een neutrale karakterisering met maatschappelijke relevantie maar een die geen sociale hiërarchie symboliseerde.'

'Wat hebben mensen gemeenschappelijk die ouders hebben die buiten Nederland zijn geboren? Net zoveel als alle mensen die blond haar hebben iets gemeen hebben met elkaar.'

Dat was de gedachte erachter. Entzinger erkent dat in het spraakgebruik de term al snel vooral werd gebruikt voor mensen met een kleur die zichtbaar allochtoon zijn en tot wie de afstand voor autochtone Nederlanders als groot wordt gezien. Hij stelt de verzamelnaam nu nadrukkelijk ter discussie. 'De achterliggende vraag is: wat is de relevantie van de term nog? Wat hebben mensen gemeenschappelijk die ouders hebben die buiten Nederland zijn geboren? Net zoveel als alle mensen die blond haar hebben iets gemeen hebben met elkaar.'

Een andere breuklijn met de tijd daarvoor lijkt dat het WRR-advies concreet benoemt dat allochtonen zelf een inspanning moeten verrichten om te integreren. Dat was nieuw... 
'Jazeker. Weg van het zieligheidsdenken. Ik herinner me heel goed dat we bij de WRR daar toen discussies over voerden. We wilden breken met het idee dat het om zorgcategorieën ging. De overheid had wel een verantwoordelijkheid maar een verantwoordelijkheid om mensen op weg te helpen naar zelfstandigheid. Met veel nadruk voor werk en onderwijs.'

Was de WRR daarmee met zijn advies de tijd vooruit?
'We hebben wel iets opengebroken. Ik denk dat vervolgens onder de Paarse kabinetten, vanaf 1994, die benadering tot volle wasdom is gekomen.'

Entzinger ziet dat daarin na 2002, vanaf de kabinetten Balkenende weer een kentering is gekomen. 'Vanaf toen werd de benadering, en dat is nu nog steeds de opvatting van de regering, integreren is aan de nieuwkomers zelf. En geen gedeelde verantwoordelijkheid meer met de ontvangende samenleving. Dat vind ik niet terecht. Een ontvangende samenleving moet ook ruimte bieden om te integreren.'

De nieuwe, meer zakelijke koers rond integratiebeleid die de WRR in 1989 voorstelde en vooral Entzingers betrokkenheid daarbij, werden hem in eigen kring niet in dank afgenomen. Zijn collega's bij de vakgroep aan de Universiteit Utrecht, waar hij op dat moment ook als hoogleraar werkzaam was, waren not amused. Het was een van de oorzaken voor de latere splitsing van de vakgroep. En voor de knetterende ruzie met collega-hoogleraar Frank Bovenkerk, die ook zijn wetenschappelijke sporen had verdiend met het thema integratie en migratie. Twee jaar geleden, zo'n 24 jaar na dato, legden de twee hun ruzie bij.

Volgens Entzinger duurde het nog zo'n vijf jaar na het uitkomen van het advies dat het veranderde denken over integratie echt indaalde. 1994 (het jaar waarin het rapport uitkwam dat hij samen met Van der Zwan schreef) ziet hij als het jaar van het einde van het 'multicultidenken'. Oprecht verbaasd was hij daarom dat zes jaarna het essay van Paul Scheffer in 2000 in de NRC (Het multiculturele drama) zo'n enorme weerklank vond. 'Toen ik het las dacht ik: een verdienstelijke samenvatting van het voorafgaande. Maar what's new? Kennelijk was toch niet in brede kring van de samenleving doorgedrongen dat de overheid al lang niet meer zo hamerde op het belang van culturele eigenheid.' Hij vond de analyse van Scheffer ook te somber. 'Hij schetste dat er een maatschappelijk onderklasse van migranten aan het ontstaan was. Dat is ten dele waar. Maar tegelijkertijd was er al een enorm emancipatieproces aan de gang onder migranten. Daar heeft Paul, in elk geval aanvankelijk, te weinig oog voor gehad. Het sombere beeld sloeg aan en maakte mensen bang.'

Waar staan we in Nederland nu met integratie en migratie?
'Op dit moment wordt alles natuurlijk overschaduwd door de grote groep vluchtelingen die naar Europa komt. Dat trekt een zware wissel op de opvangcapaciteit. En dat trekt vooral een zware wissel op de eenheid van Europa. Het wordt nu duidelijk dat Europa een reus op een lemen voet is.

'Verder is langzamerhand iedereen ervan overtuigd dat immigratie zal blijven. Sommigen vragen zich zelfs af of je de grenzen helemaal open moet stellen.' Entzinger is daar zelf geen voorstander van. De prijs die we daarvoor moeten betalen is te hoog, vindt hij. 'De westerse samenleving kan dat niet trekken. Het leidt tot maatschappelijke onrust en te grote spanningen. De voorzieningen van de verzorgingsstaat komen teveel onder druk te staan. Niet dat iedereen daarvan gebruik gaat maken, want dat is nu ook niet het geval. Nieuwkomers hebben vaak veel minder rechten, maar juist het feit dat je in een samenleving grote groepen burgers zou krijgen met minder rechten dan anderen is een moeilijk gegeven. Dat gaat veel scheve ogen geven.' We kunnen onze energie beter steken in het bieden van betere kansen aan de groepen die hier al zijn, vindt hij. Vluchtelingen met een verblijfsstatus.

WRR*

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering. De WRR heeft tot taak de regering te informeren en adviseren over vraagstukken die van groot belang zijn voor de samenleving. De adviezen van de WRR zijn sector- en departementoverstijgend en multidisciplinair. Ze gaan over de richting van het overheidsbeleid voor de langere termijn. (Bron: www.wrr.nl)

Jouw bijdrage

3 + 17 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.