Mentoring kan de kansen op een baan bij jongeren van niet-westerse herkomst vergroten. Maar als het niet goed is georganiseerd, werkt het averechts. Dat blijkt uit onderzoek van Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Uit het evaluatieonderzoek komen vier succesfactoren en organisatorische randvoorwaarden naar voren die een geslaagde mentoringrelatie mogelijk zouden kunnen maken:

1. Zorg voor een hechte band tussen mentor en mentee

  • Kleinschaligheid draagt bij aan de positieve effecten
  • Mentorrelatie van minstens 12 maanden levert meer positieve effecten op

2. Maak een effectieve match

  • Mentor staat open voor andere culturen
  • Een goede klik tussen mentor en mentee
  • Een mentor die ten minste vijftien jaar ouder is, draagt meer bij aan het zelfvertrouwen en de sociale vaardigheden van de jongere

3. Bied een solide ondersteuningsstructuur

  • Langdurige aandacht vanuit projectleider voor mentor en mentee
  • Professionalisering in screening, matching, begeleiding en training van mentoren
  • Structurele monitoring en evaluatie kunnen knelpunten sneller opsporen en oplossen

4. Plaats mentoring in een brede context

  • Mentoring is geen substituut voor ouders en professionele hulpverlening
  • Betrekken van ouders bij de mentoring vergroot het succes van mentoring
  • Goede afstemming met en aansluiting bij reguliere hulpverlening bij complexe problematiek

Aanpak verbeteren

Er zijn tal van interventies die worden ingezet om jeugdwerkloosheid tegen te gaan (zie voor een overzicht dit rapport). Deze interventies bestaan uit verschillende ‘bouwstenen’, één daarvan is mentoring. In de praktijk worden er diverse termen voor mentoring gebruikt zoals coaching, maatjesprojecten en tutoring. Mentoring is een vorm van begeleiding die zich kenmerkt door een één-op-één relatie tussen mentor en mentee, waarbij de ontwikkeling van de mentee centraal staat. Zo worden jongeren met een migrantenachtergrond gekoppeld aan een mentor, omdat ze een relevant netwerk missen.

Maar welke randvoorwaarden, mechanismen en aandachtspunten spelen daarbij een rol? Welke (onzichtbare) veronderstellingen schuilen er achter de projecten en welk bewijs vinden we daarover in wetenschappelijke studies? Kennisplatform Integratie & Samenleving onderzocht op basis van een theorie-gestuurde evaluatie of de inzet van mentoring de jeugdwerkloosheid onder migrantenjongeren kan verminderen. Dit onderzoek helpt de praktijk bij het verder doordenken en verbeteren van de aanpak. Of de interventie zelf ook werkelijk effectief is, zal met concreet empirisch onderzoek nagegaan moeten worden.

Jongeren van niet-westerse herkomst nog steeds vaker werkloos

Jongeren van niet-westerse herkomst zijn opvallend vaker werkloos dan jongeren van Nederlandse komaf. In 2015 is 8,8% van de autochtone jongeren werkloos tegenover 21,5% van de jongeren van niet-westerse herkomst. Download de factsheet Jeugdwerkloosheid naar herkomst 2010-2015 voor meer jeugdwerkloosheidscijfers. Ook worden mogelijke verklaringen gegeven.

 

Download ook de factsheet Wat is het effect van mentoring? waarin de resultaten van het onderzoek zijn gebundeld (auteur: Martin Zuithof).

Dit onderzoek is een eerste in een reeks over de vraag ‘wat werkt bij de aanpak van werkloosheid van jongeren met een migrantenachtergrond?’. In vervolgonderzoeken zoomen we in op het bevorderen van een weloverwogen studiekeuze en op de beeldvorming van werkgevers. De publicaties verschijnen in de loop van 2016 op deze website.

Anderen bekeken ook

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
In Our Kids beschrijft Robert Putnam dat jongeren die in betere wijken wonen een grotere kans lopen mensen tegen te komen waarbij mentoring een bijproduct is van de interactie die ze met zo'n jongere hebben: een oom, leraar, sportcoach, geestelijk leider, werkgever wie dan ook. Deze mensen zijn als airbags in het leven van de ze jongeren. Dat is het mooiste. Het inschakelen van officiële mentoren bij jongeren in achterstandssituaties kan dat benaderen, maar dit veronderstelt wel dat bij de betreffende persoon sprake is van enige statuur en dat er duurzaamheid is in de relatie. Het gaat hier in essentie om liefde en toewijding, want zoals Pieter Winsemius ooit kernachtig zei over het probleem van de overbelaste vsv-ers: niemand houdt van ze.

Jouw bijdrage

10 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.