Gemeenten en andere organisaties moeten beter zicht krijgen op de diversiteit en verscheidenheid van burgers binnen de eigen gemeente. Ze moeten kennis over  de lokale diversiteit ontwikkelen en op een toegankelijke manier beschikbaar maken. Dat stelt de WRR, de Wetenschappelijk Raad voor  het Regeringsbeleid in een deze week gepresenteerd advies met de titel ' De nieuwe verscheidenheid'.

De WRR brengt in het advies advies de nieuwe werkelijkheid rond diversiteit en integratie in kaart. Ooit kwamen grote groepen migranten uit een beperkt aantal landen naar Nederland. Deze burgers waren afkomstig uit voormalig Nederlands-Indië, Marokko, Turkije, Suriname en de Nederlandse Antillen. De huidige groep inwoners met een migratieachtergrond is niet alleen groter maar ook diverser geworden, stelt de WRR. In 2017 waren de in Nederland woonachtige migranten afkomstig uit 223 verschillende herkomstlanden. In Nederland woont ruim twee derde van alle inwoners in een gemeente waar de kans dat twee inwoners tot verschillende herkomstgroepen behoren ongeveer een op drie of hoger is. Het rapport laat zien dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten. De WRR onderscheidt acht verschillende soorten gemeenten waaronder zogenaamde Meerderheid-minderheden steden waar de meerderheid van de inwoners een migratieachtergrond heeft, middelgrote gemeenten met een specifieke minderheidsgroep zoals bijvoorbeeld Antilianen en homogene gemeenten waar meer dan 90 procent een Nederlandse achtergrond heeft.

De gevolgen van diversiteit voor sociale samenhang

De WRR onderzocht ook wat de gevolgen zijn van de nieuwe verscheidenheid voor de sociale samenhang in Nederland. Dat levert geen eenduidig beeld op. ‘Buurten waarin de verscheidenheid naar herkomst groot is, scoren over het algemeen niet lager op algemeen vertrouwen, het doen van vrijwilligerswerk of het verrichten van mantelzorg, maar scoren wel lager op de verhoudingen in de buurt tussen bepaalde herkomstgroepen. In zulke buurten hebben de groepen vaak minder contact met elkaar, beoordelen ze het contact minder positief, en oordelen ze negatiever over de leefomgeving.’

Beleidsrichtingen

De WRR oppert zes beleidsrichtingen. Dat zijn, zo schrijft de raad, geen vastomlijnde beleidsaanbevelingen maar ‘richtingen voor mogelijk beleid’. Een ervan richt zich op gemeenten en andere organisaties. Die moeten beter zicht krijgen op de diversiteit binnen de eigen gemeente. ‘Dat is een eerste vereiste voor verstandig beleid voor de vraagstukken die daaraan verbonden zijn. Daarom is het belangrijk dat gemeenten kennis van de lokale diversiteit ontwikkelen en op een toegankelijke manier beschikbaar maken.’

Reactie KIS

Hans Boutellier (woordvoerder KIS):‘De enorme diversiteit, waar de WRR-studie aandacht voor vraagt, verwijst niet alleen naar het feit dat er 223 nationaliteiten in Nederland zijn, maar ook binnen die groepen zijn de verschillen enorm – in verblijfstatus, woonsituatie, opleidingsniveau, sociale positie en de relatie met het moederland. Er zijn nannies, handelaren, semi-migranten (die in twee landen wonen), toeristen, digitale migranten en ga zomaar door. Het is een duizelingwekkend perspectief, dat nog meer vraagt om het ‘besturen van diversiteit’ in plaats van ‘integratiebeleid’ dat de WRR nu al bepleit.’

Over de WRR
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft tot taak de regering te informeren en adviseren over vraagstukken die van groot belang zijn voor de samenleving. De adviezen van de WRR zijn sector- en departementoverstijgend en multidisciplinair. Ze gaan over de richting van het overheidsbeleid voor de langere termijn. Lees het hele rapport van de WRR

 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

1 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.