Dit jaar is het zeventig jaar geleden dat de Molukkers – toen nog Ambonezen genoemd – met SS Kota Inten in Nederland aankwamen. Tijdelijk, zo was de verwachting. In bijna elke Molukse huiskamer stond een hutkoffer – KNIL-kist – klaar voor terugkeer naar een eigen zelfstandige republiek. Zover kwam het nooit, de Molukkers bleven. De reizende tentoonstelling ‘In twee werelden – Molukkers in Nederland’ vertelt hun verhaal.

En dat is hard nodig, want het verhaal van de Molukkers is nog voor velen onbekend. ‘En als mensen al iets weten, gaat het meestal toch weer over de treinkapingen’, weet Nathalie Toisuta, lid van het Comité Molukse Herdenking én eigenaar van het productiebedrijf Luna Media. Als recent voorbeeld noemt ze een pijnlijk onhandige advertentie in de Volkskrant deze zomer. Ter ere van het eeuwfeest van de krant kunnen abonnees foto’s uit het archief cadeau krijgen. Zo ook een foto uit 1977 van een totaal kapotgeschoten trein bij het Drentse De Punt, die groot op de advertentiepagina stond. ‘Respectloos en getuigend van teleurstellend weinig historisch besef,’ vindt Toisuta. ‘Er vielen acht doden bij De Punt. Hoe kun je die foto als cadeau aan abonnees aanbieden?’ Zij deed haar beklag bij de hoofdredactie en kreeg excuses. Maar het had nooit mogen gebeuren. Het was zout in de wond. ‘Het verhaal van de Molukkers zit diep. Er zijn inderdaad totaal onschuldige mensen gedood bij de acties van de Molukkers. Dat is nooit goed te praten. Maar het verhaal dat daaraan vooraf is gegaan, is kennelijk nog steeds niet doorgedrongen.’

Fragment tentoonstelling Molukkers in Nederland

Fragment uit de tentoonstelling ‘In twee werelden – Molukkers in Nederland’

Kracht

De kracht van het vertellen van verhalen, kent mediaproducent Toisuta als geen ander. ‘Dat is een helende, scheppende kracht waarmee je heden en verleden opnieuw vorm kunt geven. Wat gebeurd is, kun je natuurlijk niet ongedaan maken, maar door de geschiedenis op een andere manier tegen het licht te houden, kan toch een nieuw narratief ontstaan. Het is hoog tijd dat er ook andere en nieuwe verhalen over Molukkers worden verteld.’ Daarom nam ze in het jaar dat de Molukkers zeventig jaar in Nederland zijn, het initiatief voor de tentoonstelling die het verhaal van de Molukkers vanuit meerdere perspectieven vertelt en de generatie eert die in 1951 aankwam in Nederland. De tentoonstelling werd op 11 september 2021 geopend in Moordrecht en zal de komende drie jaar in zes zeecontainers door Nederland reizen. ‘De letterlijke maar zeker ook figuurlijke kille ontvangst in Nederland heeft diepe sporen achter gelaten, dwars door generaties heen, dat het moeilijk is geweest om een plek te vinden in de Nederlandse samenleving. Daarom is het belangrijk dat de geschiedenis van de Molukse inwoners en hun voorouders wordt doorverteld. De reizende tentoonstellingen toont juist dat verhaal,’ zei burgemeester Weber in zijn openingsspeech.

Je zou wellicht kunnen zeggen dat de Molukkers nooit zijn aangekomen in Nederland. Ze zijn misschien al zeventig jaar onderweg naar een plek die ze thuis kunnen noemen

Geschiedenisboeken

Het is een verhaal van loyaliteit, verraad, verdriet, frustratie, verzet, liefde, vergeven en herstel. ‘Vaak vinden we in de geschiedenisboeken maar één perspectief terug waarmee wij vervolgens ons wereldbeeld inkleuren. In de Reizende Tentoonstelling wordt de geschiedenis verteld in de vorm van dertig persoonlijke verhalen, dertig perspectieven dwars door de generaties’, aldus Toisuta.

De tentoonstelling is zeker niet alleen voor de Molukse gemeenschap in Nederland bedoeld, maar voor iedereen die er meer van wil weten. Het is hoog tijd dat het Molukse verhaal ook een volwaardige plek in de Nederlandse geschiedenis krijgt, vindt Toisuta. ‘Dan kun je wel afwachten tot dat gebeurt, maar je kunt ook zelf het heft in handen nemen. Dat doen we met deze tentoonstelling, die ook voor andere bevolkingsgroepen die worstelen met hun plek in de Nederlandse samenleving, herkenbaar zal zijn.’

Zeecontainers

De zeecontainers staan symbool voor het schip waarmee de Molukkers in Nederland kwamen en voor de kist die in bijna elke Molukse huiskamer klaarstond voor de terugkeer die niet kwam. ‘Je zou wellicht kunnen zeggen dat de Molukkers nooit zijn aangekomen in Nederland. Ze zijn misschien al zeventig jaar onderweg naar een plek die ze thuis kunnen noemen. Maar ik ben me ervan bewust dat dit mijn perspectief is, het is voor iedere Molukker weer anders. Op 7 oktober aanstaande wordt de aankomst van de Molukkers in Nederland daarom overgedaan. Maar nu zal het een warm en respectvol welkom zijn aan de Lloydkade in Rotterdam. Demissionair Minister President Rutte zal onder anderen spreken. Ik denk dat het tijd wordt dat iemand van de regering zich uitspreekt over de behandeling van de Molukkers. Ik zie zijn komst als een eerbetoon aan onze vaders en voorouders. Maar ik weet dat er ook mensen zijn die daar anders over denken. Is dat gebaar na zeventig jaar niet te laat? Jazeker, maar wat bereik je ermee om daar de nadruk op te leggen? Dien je daarmee de toekomst en de volgende generaties? Nee, dat denk ik niet. Ik ga voor hoop.’

Schattenberg

Thuiskomen begint met je eigen verhaal kennen en het gewicht ervan kunnen dragen. Dat ondervond ook Dinah Marijanan. Zij schreef al eerder boeken over de Molukse geschiedenis, zoals ‘Njonja’, het tot dagboek bewerkt relaas (1951-1966) van de weduwe van Chris Soumokil, leider van de Zuid-Molukse Republiek, over de guerrillastrijd tegen Indonesië op het eiland Seram die eindigde met de executie van Soumokil. Maar in haar in 2019 verschenen boek ‘Barak 85, kamer 10’ komt haar eigen familiegeschiedenis aan bod. Zij is een van de Molukkers die aan het woord komt in de dit voorjaar uitgezonden en veelgeprezen documentaire-reeks van Coen Verbraak: Molukkers in Nederland: 70 jaar op weg naar huis.

Wij hadden geen idee van hoe gewone Nederlandse gezinnen leefden. Ons hele leven speelde zich af op Schattenberg, ook school

Het schrijven van het boek was een even pijnlijk als helend proces. Het idee voor het boek kwam bij Marijanan op toen ze met haar oudere, dementerende zus terugging naar Schattenberg, het Molukse woonoord waar ze vanaf haar vierde tot haar negende woonde met haar ouders en acht broers en zussen. Ze hoopte dat rondlopen in die omgeving herinneringen bij haar zus zou wakker maken. ‘Dat gebeurde niet bij haar, daarvoor was de Alzheimer helaas al te ver gevorderd. Maar bij mij kwamen de herinneringen wél terug.’ En hoe.

Fragment tentoonstelling Molukkers in Nederland

Fragment uit de tentoonstelling ‘In twee werelden – Molukkers in Nederland’

Westerbork

Schattenberg is een andere naam voor doorgangskamp Westerbork. ‘Wij woonden in de barakken waar de Joden in de Tweede Wereldoorlog wachtten op transport naar de vernietigingskampen. Als kinderen speelden wij in vervallen barakken met huisraad die door hen was achtergelaten. Als we die spullen mee naar huis namen, fluisterden onze ouders dat dat niet goed was. Er werd gezegd dat er ’s nachts geesten van Joodse mensen in de gangen van het woonoord doolden. Er werd beweerd dat je ze kon horen huilen en schreeuwen.’ Maar dat konden ook de Molukse vaders zijn die hun oorlogstrauma’s – ze hadden als KNIL-soldaat bijna allemaal in een Jappenkamp gezeten – met drank en drugs verdoofden en dan hun vrouwen en kinderen te lijf gingen. ‘Er was veel huiselijk geweld op Schattenberg, maar als kind dacht je dat dat normaal was. Wij hadden geen idee van hoe gewone Nederlandse gezinnen leefden. Ons hele leven speelde zich af op Schattenberg, ook school. Het leek allemaal zo idyllisch in het groen, maar dat was niet het hele verhaal.’

Als je nu mensen spreekt van mijn generatie, die er ook zijn opgegroeid, dan zeg je tegen elkaar: “In welke barak woonde jij?”

Anne Frank

Hoe bizar die idylle was, begon tot Marijanan door te dringen toen ze op de middelbare school – het gezin was inmiddels verhuisd naar Assen – leerde  over Anne Frank en Het Achterhuis. ‘Toen pas besefte ik dat ik was opgegroeid in haar voorportaal van de dood.’ Op latere leeftijd begon ze in te zien hoe vernederend het was voor de generatie van haar ouders, om op deze manier in Nederland te beginnen. ‘Net alsof we gevangenen waren, terwijl onze vaders met gevaar voor eigen leven voor het behoud van Nederlands-Indië hadden gevochten. Er waren in Schattenberg geen straatnamen. Je woonde gewoon in een barak met een nummer. Als je nu mensen spreekt van mijn generatie, die er ook zijn opgegroeid, dan zeg je tegen elkaar: “In welke barak woonde jij?”’

Fragment tentoonstelling Molukkers in Nederland

Fragment uit de tentoonstelling ‘In twee werelden – Molukkers in Nederland’

Jeugdvriendinnen

Dinah Marijanan droeg haar boek op aan twee jeugdvriendinnen, die allebei omkwamen tijdens de kaping van 1977: Hansina (Hansje) Francina Uktolseja – de enige vrouwelijke kaper – en Ansje Monsjou, die als gegijzelde in de trein zat. ‘Ansje was nog maar 19 en Hansina 21 jaar. Het is verschrikkelijk hoe ze allebei het slachtoffer zijn geworden van die geschiedenis. Ik mis ze allebei nog vaak.’

Laatst was ze weer eens in Herinneringscentrum Kamp Westerbork en hoorde ze een meisje van een jaar of twaalf aan haar vader vragen: ‘Molukkers, daar heb ik nog nooit van gehoord, wie zijn dat dan?’ Haar vader mompelde iets over Indonesië, veel verder kwam hij niet. ‘Toen heb ik gezegd: “Hier staat er één. Wat zou je over onze geschiedenis willen weten?”’ Het meisje ging daar gretig op in. ‘Haar oprechte interesse deed me ontzettend goed en gaf me hoop.’

Molukkers in Nederland

De Molukken (Malaku) is een eilandengroep in het oosten van de Indische Archipel, gelegen tussen (met de klok mee) Celebes, de Filipijnen, Nieuw Guinea en Timor. Na de overheersing van Japan over Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog, wilde Nederland de heerschappij over Nederlands-Indië herstellen. De Indonesiërs kwamen daar onder leiding van Soekarno in opstand. Tussen 1945 en 1949 brak er een vrijheidsstrijd uit. Molukse militairen waren in Nederlands-Indië het fundament van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Zij vochten met de Nederlanders voor het behoud van Nederlands-Indië. Maar toen de kolonie in 1949 onafhankelijk werd, was er voor deze Molukkers geen plaats meer. Nederland had beloofd dat de Molukken een vorm van zelfbestuur zou krijgen. Maar toen op 25 april 1950 de Republik Maluka Selatan (RMS) werd uitgeroepen, deed Nederland dit af als een ‘opstand van rebellen’. De situatie in Indonesië werd voor de vierduizend KNIL-ers en hun gezinnen te gevaarlijk. Ze werden ‘tijdelijk’ naar Nederland gehaald. Op 21 maart 1951 kwam het SS Kota Inten met de eerste Molukkers aan in de Rotterdamse haven. Tot en met juni van hetzelfde jaar volgden nog elf schepen met Molukkers. In 1951 werden in totaal 12.000 Molukkers (toen nog Ambonezen genoemd) naar Nederland overgebracht. Een prettige ontvangst viel hen niet ten deel, want kort na aankomst kregen de militairen te horen dat zij uit hun functie waren ontslagen. Sommigen kregen hun ontslagbericht zelfs al tijdens de reis uitgereikt. In 1957 werd de SS Kota Inten gesloopt. Het stoomschip zou de Molukkers nooit terugbrengen. Dit jaar is het precies 70 jaar geleden dat de Molukkers voet op Nederlandse bodem zetten.

Hilda Verwey-Jonker: Ambonezenkampen

Na aankomst in Nederland gingen de meeste Molukkers voor een medische controle naar het demobilisatiecentrum in Amersfoort. Daar aangekomen kregen zij een ontslagbrief dat zij ontslagen waren als militair. Dat kwam hard aan. Vanuit het demobilisatiecentrum werden de Molukkers met bussen naar ‘woonoorden’ vervoerd. Daarvan waren er in totaal negentig waarvan Kamp Westerbork – dat als Moluks woonoord De Schattenberg heette – de bekendste was. Toen bleek dat Molukkers langer in Nederland zouden verblijven, werd een werkgroep samengesteld onder voorzitterschap van dr. Hilda Verwey-Jonker, die de situatie van de Molukse gemeenschap in Nederland zou onderzoeken. Het resultaat van het onderzoek is beschreven in het rapport ‘Ambonezen in Nederland’. Hierin werd benadrukt dat het beleid ten aanzien van Molukkers gericht moest zijn op integratie in de Nederlandse samenleving met behoud van de eigen identiteit. Op grond hiervan moesten de Molukkers de woonoorden verlaten en naar de speciaal voor hen ingerichte Molukse open woonwijken verhuizen. In het begin van de jaren '60 werd met de bouw van de woonwijken begonnen. Er zouden ongeveer 62 kleine en grote Molukse woonwijken komen in de zogenoemde Molukkersgemeenten, gemeenten met concentraties van Molukkers. De tentoonstelling Reizende Expositie 70 Jaar Molukkers in Nederland zal de komende drie jaar in de meeste van deze gemeenten te zien zijn.