Artikel

Zinvolle stappen naar werk voor vluchtelingen

KIS publiceert handreiking en evaluatie-instrument over werkend leren

Artikel - 12 januari 2018

Geen tijd te verliezen. Het belang dat vluchtelingen zo snel mogelijk aan de slag gaan, is overal doorgedrongen. Hun professionele bijdrage aan de maatschappij begint vaak met vrijwilligerswerk of een stage. Wil dit een zinvolle opstap zijn naar betaald werk, dan is een goede begeleiding op de werkvloer cruciaal. Dat blijkt uit de nieuwe KIS-handreiking 'Werkend leren als opstap naar werk voor vluchtelingen'.

De cijfers zijn veelzeggend. Zelfs na vijftien jaar heeft slechts 57 procent van de vluchtelingen in Nederland - voor meer dan 8 uur per week - betaald werk. Om dit zogeheten refugee gap te dichten, heeft een groot deel van de Nederlandse gemeenten aanvullend beleid ontwikkeld. Omdat de stap naar een vaste baan voor veel vluchtelingen erg groot is, worden op tal van plaatsen vrijwilligerswerk, taalstages en werkervaringsplaatsen ingezet als opstap naar een betaalde baan.

Op donderdag 22 februari organiseren we een workshop werkend leren op locatie! We brengen een praktijkbezoek aan de PiëzoMethodiek in Zoetermeer.

Kansen op de arbeidsmarkt

‘We zien dat vluchtelingen veel vrijwilligerswerk doen’, zegt projectleider Marijke Booijink van KIS. ‘Dat begint soms al in de opvang, waar vluchtelingen bijvoorbeeld enthousiast gemaakt worden voor een dagje vrijwilligerswerk in de natuur. Dat is prima natuurlijk. Goed voor de taal, sociale contacten en maatschappelijke betrokkenheid, maar dit vergroot niet per se de kansen van de vluchteling op de arbeidsmarkt.’ 

De handreiking is gebaseerd op vier interventies die zich richten op arbeidsparticipatie van vluchtelingen

Daar is meer voor nodig. Maar wat precies? En hoe richt je het vrijwilligerswerk zo in dat er daadwerkelijk sprake is van werkend leren? Deze vraag, waar veel Nederlandse gemeenten mee worstelen, wordt in de handreiking ‘Werkend leren als opstap naar werk voor vluchtelingen’ beantwoord. De handreiking is gebaseerd op een viertal interventies die gericht zijn op de arbeidsparticipatie van vluchtelingen: de PiëzoMethodiek, Startbaan, Vluchtelingen Investeren in Participeren en NVA Leertrajecten.

‘Ik geef mijn begeleider echt een tien. Van de eerste tot de laatste dag heeft hij mij altijd advies gegeven. Hij was altijd aardig. Hij behandelt mij met respect en als mens. Dat is heel belangrijk voor mij. Hij geeft mij ook complimenten over bijvoorbeeld mijn Nederlands. Dat is heel goed. En helpt mij… het motiveert mij.’ (een deelnemer van een werkendlerentraject) 

Bewust matchen

‘Wil vrijwilligerswerk, een taalstage of een werkervaringsplaats een zinvol instrument zijn op weg naar werk of een opleiding, dan is een goede begeleiding van groot belang’, stelt co-auteur Monique Stavenuiter. ‘Dat begint al bij de intake. Wat is de achtergrond van de vluchteling? Wat zijn de vaardigheden en wensen? En wat zou hij of zij graag verder willen ontwikkelen? Als die vragen zijn beantwoord, kan een vrijwilligersplek worden gezocht die nieuwe vaardigheden oplevert waar een nieuwkomer voor zijn cv echt wat aan heeft. En niet omdat er toevallig een vacature is, zoals nu vaak gebeurt.’

Projectleider Booijink pleit ervoor dat het matchen en begeleiden van vluchtelingen bij een externe organisatie in de gemeente wordt ondergebracht. ‘Een organisatie met een breed netwerk, dat is wel belangrijk, zodat er ook maatwerk kan worden geleverd.’

‘Ik doe nu meer dan twee maanden vrijwilligerswerk als timmerman; ik heb geleerd hoe ik met een machine moet zagen, verven en schuren. Ik werk op vrijdag. In de toekomst wil ik graag timmerman worden. Mijn begeleider heeft een plek voor mij geregeld om vrijwilligerswerk te doen als timmerman. ’ (een deelnemer van een werkendlerentraject)

Op de werkvloer

De volgende stap is de begeleiding op de werkvloer zelf, dat begint met een goed startgesprek tussen de vluchteling, de begeleider en de werkgever. Hier worden afspraken gemaakt over werkzaamheden en leerdoelen, maar ook over werktijden en ziekmelden. In de handreiking wordt gepleit voor twee begeleiders. Booijink: ‘Een praktijkbegeleider die zorgt voor de uitleg op de werkvloer en een trajectbegeleider die de intensieve begeleiding op zich neemt. Dit ontlast ook het bedrijf of de organisatie.’ 

Zorg voor een praktijkbegeleider én een trajectbegeleider, dat ontlast ook het bedrijf

Deze externe trajectbegeleider, zelf vaak ook een vrijwilliger, heeft affiniteit met de doelgroep en investeert tijd en energie in de vertrouwensband met de vluchteling. Hij of zij zorgt ervoor dat werkzaamheden tijdens werk of stage ‘in dienst staan van het leerproces’ en evalueert met alle partijen hoe het gaat.

‘Ik was pas nog bij een kringloopbedrijf waar ze ook met vluchtelingen werken’, zegt Booijink. ‘Ze werken daar nu op deze manier en vertelden me dat vroeger de eerste vraag aan een vluchteling was: Heb je een rijbewijs? Nu vragen ze: waarom kom je hier? Wat wil je leren? Dat is het verschil. Het zijn niet alleen maar een paar extra handen.’

‘Ik ben heel blij met het lerend vrijwilligerswerk. Het heeft mij nieuwe sociale contacten opgeleverd. Ik kan oefenen met Nederlands, hierdoor durf ik nu veel meer. Ik heb een beter dagritme gekregen, hierdoor ben ik actief en voel ik mij gezond.’ (een deelnemer van een werkendlerentraject)

Evaluatie-instrument

Belangrijk is ook dat de begeleider aan ‘verwachtingsmanagement’ doet, stelt Stavenuiter.  ‘Vluchtelingen verwachten vaak dat het vrijwilligerswerk of stage leidt tot een reguliere baan bij hetzelfde bedrijf of organisatie. Hoewel dat soms het geval is, is dat zeker niet altijd zo. Het gaat er meer om dat de vluchteling met de opgedane werkervaring zijn arbeidsmarktkansen vergroot. Dat moet duidelijk zijn, om teleurstellingen te voorkomen.’

Tijdens het traject volgen de trajectbegeleider en vluchteling aan de hand van een ontwikkelplan en portfolio het leerproces. Naast de handreiking heeft KIS ook 'het Evaluatie-instrument Werkend leren door vluchtelingen' ontwikkeld, bedoeld om zowel tussentijds als na afloop het werkendlerentraject te evalueren en bij te sturen.

Kans op succes is groter als vluchteling ook ondersteuning krijgt bij vervolgstappen naar werk of opleiding

Tot slot zijn het afrondende gesprek en de follow-up belangrijk. Wat zijn de sterke punten van de deelnemer gebleken? In welk type werk en in welke functie zal hij de meeste kans hebben op een baan? Op welke referenties kan hij rekenen? Hoe kan hij de opgedane werkervaring het beste inzetten in volgende sollicitaties? En welke steun kan hij hierin nog van de trajectbegeleider verwachten? Booijink: ‘De kans op succes is groter wanneer de vluchteling ook ondersteuning krijgt bij de vervolgstappen naar werk of opleiding. De begeleider kan zijn sparringpartner blijven.’

 

Kennismaken met werkend leren in de praktijk?

Dan ben je op donderdag 22 februari van harte uitgenodigd voor een workshop op locatie! We brengen een praktijkbezoek aan de PiëzoMethodiek in Zoetermeer, waarbij we rondgeleid worden door een van de initiatiefnemers: Marieke van Bijnen. Daarbij zullen we ook in gesprek gaan met deelnemers die lerend vrijwilligerswerk doen.

Tijdens de workshop krijg je meer informatie over werkend leren. Ook gaan we met elkaar na hoe je vrijwilligerswerk, (taal)stages en werkervaringsplekken zo inricht dat het een écht zinvolle opstap is naar betaald werk.

De workshop biedt je de kans om nieuwe inspiratie op te doen voor je eigen praktijk. Of helpt je bij het beantwoorden van de vraag of je binnen je organisatie of gemeente ook aan de slag wilt gaan met Werkend leren. 

Thema: 

Contactpersoon

  m.booijink@movisie.nl
  06-55440660
  mstavenuiter@verwey-jonker.nl
  030-2303236

Reageer