In tijden van crisis zijn de zondebokken snel gevonden. En voor de oorzaak wijzen beschuldigende vingers niet zelden naar onvroom, zondig gedrag. Zo ook in de huidige coronacrisis. Waar komt dat vandaan? En hoe ga je als sociaal werker, docent of geestelijk verzorger om met valse aannames gedaan op grond van religieuze voorschriften?

De Volkskrant berichtte onlangs dat de Turkse mensenrechtenorganisatie IHD een aanklacht wegens haatzaaien had ingediend tegen Ali Erbas, de hoogste religieuze autoriteit van het land. Hij bracht - prekend over het coronavirus - ‘vervloekt gedrag’ van de lhtbi-gemeenschap in verband met ziekten en degeneratie van de menselijke soort.

‘Dit is natuurlijk heel pijnlijk voor de lhtbi-gemeenschap. Homoseksualiteit wordt hier geassocieerd met ziekte, en zelfs met het gevaar op contaminatie. Het marginaliseert een groep’, aldus Marianne Moyaert, coördinator van de masteropleiding Building Interreligious Relations (Vrije Universiteit Amsterdam) en coördinator van Emoena, een interlevensbeschouwelijk leiderschapsprogramma. ‘Ik ben ook bezorgd om wat zo’n bericht doet rond de beeldvorming van de islam in Nederland en elders. Het risico is reëel dat dit soort berichten leidt tot generaliserende, negatieve reacties over alle moslims.’

Minderheidsgroep de zondebok

Tegelijkertijd is het zoeken naar zondebokken volgens Moyaert herkenbaar. ‘Er zijn tig voorbeelden van hoe een minderheidsgroep wordt gezien als de bron van corona. In India worden de moslims beschuldigd, in Amerika moeten de Chinezen het ontgelden. En het is van alle tijden: in het verleden werden de joden ervan beschuldigd de bron te zijn van de pest. Ze bezoedelden de zuivere christelijke maatschappij.’

‘Natuurlijk is corona geen straf voor zondig gedrag’, zegt islamitisch geestelijk verzorger Ali Eddaoudi. ‘Ik vind zo’n uitspraak getuigen van een heel simplistische kijk op godsdienst. Blader eens door alle verschillende heilige boeken en turf: het woord ‘barmhartigheid’ komt veel vaker voor dan ‘straffen’. Als God zou straffen voor al het wangedrag dat is gepleegd, dan was de mens allang van de aardbodem verdwenen.’

Kolonel Eddaoudi, hoofdimam van het Nederlandse leger, zag onlangs ergens voorbijkomen dat moslimlanden veel minder hard getroffen zijn door het coronavirus. ‘Ook dat zou ergens als bewijs voor dienen. Alsof God in landsgrenzen denkt… Er zijn in alle geloofsovertuigingen mensen die om allerlei redenen - en helaas niet altijd met de beste bedoelingen - vooral voor eigen parochie preken.’

Creëer verbondenheid

Hiv als straf voor een losbandige levensstijl, homoseksualiteit wegzetten als ziekte, corona als gevolg van vervloekt gedrag: volgens Moyaert zijn mensen vooral vatbaar voor dit soort ideeën wanneer ze angstig of geïsoleerd zijn. Complottheorieën hebben een voedingsbodem daar waar niet genoeg is geïnvesteerd in maatschappelijke verbondenheid en geen vertrouwen in de overheid is. ‘Hier ligt dus een belangrijke taak voor sociaal werkers en geestelijk verzorgers. Voor hun luisterend oor, hun kwaliteit mensen te verbinden en weer perspectief te bieden’, aldus Moyaert.

Alleen door te luisteren, houd je alles bespreekbaar

Maar hoe doe je dat, geconfronteerd met uitspraken die voor jou als sociaal werker ongezond lijken, onbegrijpelijk of zelfs onacceptabel zijn? ‘Hoe shockerend ook: blijf in je professionele rol. Als je in de kramp schiet, panikeert of te fel en afkeurend reageert dan loop je het risico het vertrouwen van je gesprekspartner te verliezen. Alleen door open te luisteren, houd je alles bespreekbaar’, zegt Jamila Achahchah, projectleider Intercultureel Vakmanschap van Movisie en ook werkzaam voor KIS.

Wanneer je verbolgen reageert op nare uitspraken en een inhoudelijke aanval lanceert, riskeer je volgens Achahchah dat je cliënt in een verdedigingsmechanisme schiet. ‘Dan word je als sociaal werker de tegenstander die verslagen moet worden. Die gangbare debatcultuur die vooral onder jongeren heerst, moet juist worden doorbroken om hen te kunnen ondersteunen en te leren respectvol in gesprek te gaan met andersdenkenden.’

Ga in gesprek

De religieuze bron van rare opvattingen ligt buiten hun handelingsruimte, buiten de cirkel van invloed van de professional. Dat maakt het lastig manoeuvreren, erkent Achahchah. Maar negeren is volgens haar geen optie: ‘Ga in gesprek, focus vooral op het proces en niet op de inhoud. Maar wel met realistische verwachtingen, anders raak je misschien uitgeblust of haak je gefrustreerd af. Sommige strijd kun je niet winnen.’

Werk preventief en curatief

Als je als sociaal werker een lastig onderwerp ter sprake hebt gebracht, individueel of in een groep, is dat volgens Achahchah soms al een overwinning. Een belangrijke eerste stap op weg naar beter. ‘Interesse tonen voor denkbeelden en ze proberen te begrijpen, wil niet zeggen dat je bepaalde denkbeelden goedkeurt. Werk preventief en curatief, en pas in laatste instantie repressief. Besef daarbij wel dat sommige uitspraken gewoon grensoverschrijdend of strafbaar zijn. Religie of niet: dezelfde basisregels blijven gelden.’

Of je nu werkt op de biblebelt of in een multiculturele buitenwijk: je hoeft volgens Achahchah geen theoloog te zijn om in gesprek te gaan over levensbeschouwing en religie. Je kunt met je cliënt kwalijke uitspraken van predikers, die besmettelijke ziekten als ‘eigen schuld, dikke bult’ in verband brengen met vervloekt gedrag, samen toetsen aan de Bijbel, Koran of Tenach. ‘Zoek de tekst waarnaar de prediker verwijst op en bespreek hoe je die tekst mogelijk ook anders kunt interpreteren.’

Durf door te vragen

Veel professionals hebben echter nooit geleerd om over religie of levensbeschouwing te praten. Achahchah erkent dat er op dit vlak bij eerstelijns sociaal werkers terughoudendheid en handelingsverlegenheid is. Kolonel Eddaoudi ziet die koudwatervrees ook: ‘Misschien is dat nog een gevolg van onze strikte scheiding van kerk en staat, of het idee dat je geloof privé is. We zijn in Nederland te bang de ander voor het hoofd te stoten, we vinden het niet politiek correct om bij dubieuze, religieuze opvattingen vraagtekens te plaatsen. Maar als je cliënt achterlijke denkbeelden rondbazuint dan móet je dat zien als een uitnodiging voor een gesprek. Toon interesse en durf dóór te vragen waar die flauwekul vandaan komt.’

De uitspraak van Ali Erbas in Turkije over vervloekt gedrag van de lhbti-gemeenschap kan hier worden opgepikt en gedeeld, met vervelende gevolgen voor de inclusieve samenleving, zeggen Achahchah, Eddaoudi en Moyaert. ‘Preken zijn niet onschuldig, en uitsluitende, opruiende taal - zeker als die van machtige mensen komt - kan gevaarlijk zijn. Zie de toename van hate crimes jegens moslims in Amerika. Of bedenk hoe ver dit de getargete lhtbi-gemeenschap die zoekt naar erkenning en aanvaarding, weer kan terugwerpen’, besluit Moyaert.

Tekst: Rob Pietersen

Coronadossier

Dit artikel is onderdeel van een dossier waarin wij kennis verzamelen over het coronavirus. Heb jij een vraag die KIS kan beantwoorden? Tips of noemenswaardige initiatieven? Stuur dan een e-mail naar communicatie@kis.nl.

Naar het dossier

Jouw bijdrage

1 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.