Als diversiteit & inclusiemanager bij BNNVARA gooide Sahar Noor de steen in de Hilversumse omroepvijver. En gaat nu als onderzoeker, adviseur en freelance journalist verder. Haar doel is hetzelfde gebleven: organisaties inclusiever maken. En dat op een duurzame manier. Want met meer diversiteit op de werkvloer, ben je er nog niet. Op de KIS jaarbijeenkomst op 12 september aanstaande, legt ze uit hoe het dan wel moet. Hierbij alvast een voorproefje. 

De agenda van Sahar Noor is vol. Sinds de coronamaatregelen zijn opgeheven, is ze weer veel op pad, naar organisaties toe, de werkvloer op om te werken aan bewustwording, want daar begint het mee. Mensen weten vaak niet wat stereotypering kan aanrichten of hoe belangrijk inclusief taalgebruik is. Pas als dat besef breed indaalt, kan een cultuuromslag worden gemaakt. Ze heeft net een workshop sociale veiligheid en grensoverschrijdend gedrag gegeven. Op de terugrit heeft ze wel even tijd voor dit interview. 

'We hebben ons met ‘morele onderbouwing’ bemoeid met brandhaarden in de wereld'

Het thema van de jaarbijeenkomst spreekt haar aan. De slogan: ‘Als het stormt in de wereld, waait het ook in Nederland’ roept meteen beelden en associaties bij haar op.  “Als we niet goed voor de aarde zorgen, zoals door teveel stikstof, dan verandert het klimaat en vluchten mensen naar Nederland omdat het in hun land door klimaatveranderingen onleefbaar is geworden. Maar ik denk ook aan mensen die hun land zijn ontvlucht vanwege oorlog en aan oudere Nederlanders die de Tweede Wereldoorlog nog hebben meegemaakt. Bij hen gaat het van binnen ook waaien als ze de beelden zien uit Oekraïne en van andere oorlogen op de wereld. Het cynische is dat we door onze acties in de wereld deels zelf hebben veroorzaakt wat er nu allemaal speelt. Dat er mensen bij ons om asiel komen aankloppen, is deels terug te voeren op het koloniaal- en slavernijverleden. En er worden in de wereld kinderen dood geschoten met wapens van fabrieken waarin onze pensioenfondsen investeren. We hebben ons met ‘morele onderbouwing’ bemoeid met brandhaarden in de wereld. Denk aan Vietnam, Irak, Afghanistan en Syrië. Daar is het in die landen niet altijd beter van geworden”, zegt ze met gevoel voor understatement. 

Containerbegrippen

Ruim een jaar geleden begon ze als diversiteit & inclusiemanager in dienst van BNNVARA. Ze kijkt terug op een mooi jaar, waarin ze het nodige bereikte. Maar als onderzoeker – want dat is ze van huis uit, ze werkte jaren als senior voor Kennisplatform Inclusief samenleven – voelt ze zich toch prettiger in een vrijere rol. Daarom doet ze nu hetzelfde werk als freelance onderzoeker, adviseur en journalist, ook voor de omroepen in Hilversum. Er is nog veel werk te verzetten. “Wat ik overal zie gebeuren, zowel bij de media als daarbuiten, is dat mensen niet weten wat diversiteit en inclusie echt betekenen. Het zijn containerbegrippen geworden. Diversiteit op de werkvloer krijg je niet alleen door zoveel mogelijk mensen met verschillende achtergronden aan te nemen. Ze moeten zich ook nog veilig genoeg voelen om hun mening te geven. En dan moet hun mening ook nog worden gehoord en er iets mee worden gedaan. Er is een inclusieve werkvloer nodig om diversiteit tot bloei te brengen. En dat moet door alle lagen in de organisatie worden gedragen. Als het fundament van de organisatie niet inclusief is, dan gaat het niet werken”, weet Sahar Noor. 

Onder een veilig klimaat, verstaat Noor dat iedereen binnen de organisatie zich gehoord voelt, ongeacht de functie of anciënniteit. “Om zo’n veilig klimaat te waarborgen, heb je een meldprotocol nodig voor discriminatie en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. En iedereen in de organisatie moet weten bij wie hij terecht kan om een melding te doen. Dat moet volkomen transparant zijn.”

Arbeidskrapte 

Wat Sahar Noor in deze tijden van arbeidskrapte ziet gebeuren, is dat organisaties wel hun best doen voor diversiteit bij het aannemen van nieuwe collega’s, maar deze niet vast weten te houden. “Ze investeren veel geld in recruiters, maar dat geld zouden ze beter uit kunnen geven aan het inclusief maken van de organisatie.” Bij diversiteit wordt volgens Sahar Noor ook te vaak alleen aan kleur gedacht. “Terwijl het een veel breder begrip is. Het gaat ook over gender, mensen uit de Randstad en de provincie, met of zonder migratieachtergrond, met of zonder fysieke- of mentale beperking, verschillende culturele- en religieuze achtergronden, verschillende opleidingen en leeftijden.” 

Je moet daarbij altijd oppassen dat je een persoon niet alleen maar benadert op één kenmerk van zijn of haar identiteit. “Ik ben een vrouw met een Afghaanse achtergrond, maar daar wil ik op de werkvloer niet steeds op worden aangesproken. Bij mijn huidskleur en afkomst horen blijkbaar allerlei associaties. Veel mensen gaan ervan uit dat ik goed kan koken. Zoals ze bij veel mensen met Afrikaanse roots denken dat die goed kunnen dansen. Dat is een positieve insteek, maar toch een stereotypering en daarmee doe je aan het individu geen recht. Het kan heel ongemakkelijk voelen. Ik ben een professional en mijn vaardigheden staan in mijn werk voorop.”

Reflectie 

Het is volgens Sahar typisch Nederlands om iemand aan te spreken op afkomst. “Door mijn huidskleur wordt dat bij mij vaak gedaan. Maar er zijn ook mensen waarbij je de migratieachtergrond niet meteen ziet. Het zou veel beter zijn om elkaar niet op uiterlijke kenmerken aan te spreken, niet op een identiteit. Maar meer op vaardigheden en rollen. Als ik als trainer voor een groep sta, vind ik het niet ter zake doen waar ik ben geboren. Zeker niet als het in een discussie achtige sfeer gebeurt.” Sahar Noor wil worden beoordeeld op haar vaardigheden als trainer, niet op haar migratieachtergrond. “Dat kan misschien achteraf, tijdens de borrel, als ik daar zelf over begin.”

Nederland is in de afgelopen decennia een superdiverse samenleving geworden. Dat betekent dat we moeten leren omgaan met verschillen. “Daar hoeven we het niet de hele tijd over te hebben, maar wel met meer verdieping. Er is meer bewustwording nodig. En meer reflectie op ons handelen.”

Zoals wij nu met vluchtelingen omgaan, dat ze in aanmeldcentrum Ter Apel buiten moeten slapen, dat hoort niet bij een land dat zichzelf graag ziet als een moreel kompas. Dat we onze deur wel open doen voor vluchtelingen uit Oekraïne en niet voor mensen uit Syrië of Eritrea is schrijnend.”

'Nee, ik ben geen voorstander van ‘woordpolitie’, maar je kunt elkaar wel vragen stellen, kritisch naar jezelf durven kijken en met meer empathie naar de ander'

Van de wereldproblemen terug naar de Nederlandse werkvloer. Sahar Noor heeft voor ogen hoe de ideale werkomgeving eruit zou kunnen zien. Maar ze weet ook dat we daar nog niet zijn. “Ik keek laatst naar het programma Inclusief Rutger, waarin programmamaker Rutger Castricum als witte, welgestelde heteroman op zoek gaat naar zijn rol in de inclusieve samenleving. In de aflevering die ik zag, sprak hij vier zwarte vrouwen over hun voorbeeldfunctie in de politiek. Bij binnenkomst maakte hij de grap: ‘Ik heb alleen maar zwarte koffie’. Dat lijkt een onschuldig grapje van het soort dat veel op de werkvloer wordt gemaakt. Maar het is toch vervelend, want hij kan dat vanuit zijn privilege doen, andersom zal niet gauw gebeuren.” Daarmee wil Sahar Noor niet zeggen dat je elkaar op de werkvloer op woordniveau de les moet gaan lezen. “Nee, ik ben geen voorstander van ‘woordpolitie’, maar je kunt elkaar wel vragen stellen, kritisch naar jezelf durven kijken en met meer empathie naar de ander.”

Foto door Bert Beelen