Wat is beter: activiteiten voor jongeren organiseren in buurthuizen of deze jongeren stimuleren om lid te worden van een sportvereniging? Dat is de vraag in het tweegesprek tussen Marco Pastors, directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid en Mariël van Pelt, senior-adviseur bij Movisie.

Op driekwart van het gesprek komt een fundamenteel meningsverschil bloot te liggen tussen de twee gesprekspartners. We hebben het over straatcultuur. Dan valt de uitdrukking: thuis op straat. Het verleidt Marco Pastors om te kauwen op deze drie woorden. ‘Thuis op straat? Thuis is helemaal niet op straat. Je moet je thuis thuis voelen. En als dat niet zo is, moet het sociaal werk samen met de ouders ervoor zorgen dat er hulp komt om dat te verbeteren. Ik zie dat nog te veel misgaan. Dat sociaal werkers iets leuks doen met die groep op straat of in een buurthuis vanuit de gedachte dat het thuis wel niet op orde zal zijn.’

En dat is niet de juiste manier, vindt hij. Haal die jongere weg van de straat, is zijn motto. ‘Zorg ervoor dat het thuis beter gaat functioneren tussen die jongeren en hun ouders. Laat ze niet rondhangen op straat.’ Mariël van Pelt vindt dit een te simpele voorstelling van zaken. ‘Ik denk dat sociaal werkers al best zo werken, dat ze ook contact hebben met ouders. Maar soms zijn de problemen niet op te lossen in het gezin. En bovendien: het zijn jongeren die een leeftijd hebben waarop ze zich juist aan het losmaken zijn van het gezin waaruit ze komen. En juist hun peergroup kan een belangrijke rol spelen in hun ontwikkeling.’

Degens

Al eerder kruisten ze de degens. Marco Pastors is directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid, Mariël van Pelt is senior-adviseur bij Movisie. November 2019 maakten ze deel uit van een panel tijdens het symposium over de agenda van het sociaal werk.  

Resultaten in Zuid

In de inleidende schermutselingen van het vraaggesprek passeren eerst desgevraagd de belangrijkste successen van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid de revue. Het programma bestrijkt de domeinen school, werk en wonen en heeft – vanwege Rijksdeelname – een landelijke allure. Doel is de achterstanden in Rotterdam Zuid te bestrijden en er de kwaliteit van leven te verbeteren. De organisatie hanteert op haar site Rotterdamse doenersretoriek, zoals de term aanvalsplan. Het is een programma dat bovendien de tijd krijgt: in een periode van twintig jaar moet Zuid stijgen naar het niveau van Rotterdam en de andere grote G4-steden. Een dergelijke termijn is een essentiële voorwaarde voor succes, stelt Pastors. ‘We houden vol zolang het nodig is en hoeven ons beleid niet te wijzigen bij een wethouders- of ministerswissel.’

Na zeven jaar Nationaal Programma Rotterdam Zuid wordt het beter op Zuid; de citoscores stijgen en de leerlingen van Zuid lopen in op de leerlingen elders in Rotterdam en de G4-steden

Een bijna tegennatuurlijke werkwijze in een politieke omgeving waarin bestuurders vooral hun ei willen leggen binnen hún termijn. Ook Van Pelt zegt haar oren te spitsen. ‘Interessant, dat uitgangspunt van twintig jaar. Want sociaal werkers worden vaak horendol van wisselingen en veranderingen.’ Pastors citeert Roel in ’t Veld: ‘beleid is pas beleid als het is uitgevoerd’. ‘Als je met die bril naar het sociaal domein kijkt, dan zie je dat er heel veel aardigs is bedacht maar dat het nooit de tijd heeft gekregen om het te bewijzen. Daarom gaat het er nu om dat we niet alleen iets goeds bedenken, we gaan het ook realiseren.’

Pastors somt de behaalde resultaten op. Na zeven jaar Nationaal Programma Rotterdam Zuid wordt het beter op Zuid. De citoscores stijgen en de leerlingen van Zuid lopen in op de leerlingen elders in Rotterdam en de G4-steden. Bovendien kiezen meer leerlingen voor een opleiding met een gezond perspectief op een baan (zorg en techniek). Het percentage uitkeringsgerechtigden daalt weliswaar nog onvoldoende, maar Zuid loopt wel in op de rest van Rotterdam en de G4. Verder stijgen de WOZ-waarden op Zuid en is een start gemaakt met het aanpakken van de verpauperde particuliere woningvoorraad.

Taaie problemen

Mooi, die resultaten. Maar wat zijn de taaie problemen? Pastors verwijst naar twee terreinen waar het programma op acteert: school en werk. ‘Er is een schoolaanbod op alle niveaus en er is een aanbod van werk op alle niveaus, van ongeschoold tot hooggeschoold. En toch hebben we veel huishoudens die daar niet goed in meedraaien. Zoals kinderen die op school minder presteren dan ze zouden kunnen of die uitvallen en mensen met een uitkering die we heel moeilijk naar werk weten te begeleiden. Dat ligt dus niet aan school of werk, maar aan tekortschietende ondersteuning aan onze huishoudens. De vraag is wat er rond die hulpverlening niet goed gaat. Aan leerbaarheid of onoplosbare werknemersvaardigheden kan het niet liggen want we hebben werk voor alle niveaus.’

Van Pelt: ‘Er zitten veel kanten aan zo’n probleem. Er is het gezinsniveau natuurlijk, maar er zit ook een structurele kant aan en een systeemkant. Daar moet je als sociaal werker alert op zijn en aankaarten bij beleidsmakers. Denk bijvoorbeeld aan de armoedeval. Door allerlei toeslagen komen mensen, ondanks dat ze een baantje hebben, aan het einde van de maand nog niet rond met hun inkomen. Soms is de ondersteuning die ze krijgen daarbij onpersoonlijk. En sommige mensen hebben nu eenmaal meer ondersteuning nodig om aan het werk te komen en om aan het werk te blijven. Dan ben je er niet met één consulent die een keer langskomt en af en toe bemiddelt.’

Ga per gezin helpen en leg uit dat die armoedeval niet bestaat, of hooguit zeer betrekkelijk is

Hulpbronnen

‘Ik ben een groot voorstander van het motto: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’, bekrachtigt Pastors zijn stellingname. ‘De rest van de straat en de wijk is ook belangrijk, maar in zwakke wijken zijn er over het algemeen niet zulke sterke netwerken. Dus steek daar als sociaal werker niet veel energie in. Ga per gezin helpen en leg uit dat die armoedeval niet bestaat, of hooguit zeer betrekkelijk is. Sociaal werkers moeten zich niet verschuilen achter het systeem. Het is beter om als sociaal werker een vertolker te zijn van het overheidsbeleid. Dat je zegt als iemand daaraan toe is: “Blijf niet in die uitkering hangen, ga gewoon aan het werk.’’

Van Pelt: ‘Ik snap dat er in sommige zwakke wijken niet altijd hulpbronnen zijn. Daarom zie ik juist een rol weggelegd voor sociaal werkers om die te versterken of aan te boren. Er zijn altijd krachtbronnen die je wel kunt vinden.’ Leg je er niet bij neer dat dit netwerk er niet of niet in voldoende mate is, wil ze er maar mee zeggen. De Movisie-adviseur verweert zich daarnaast krachtig tegen de karikatuur van een collectieve aanpak die wel eens de ronde doet. ‘Een collectieve aanpak is niet een kwestie van een groep lotgenoten bij elkaar zetten en zeggen: “Red je samen maar en succes ermee!’’

Nationaal Programma Rotterdam Zuid

In het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) werken Rijk, gemeente Rotterdam, corporaties, zorginstellingen, schoolbesturen, bedrijfsleven, politie en Openbaar Ministerie aan een gezonde toekomst voor Rotterdam Zuid.

 

Marco Pastors is een van de sprekers op de KIS-Jaarbijeenkomst op 28 september 2020.
Dit artikel is een ingekorte versie van het interview in het maartnummer van Movisies.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

3 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.