'Het doet er niet toe wat voor huidskleur iemand heeft, al is ie helemaal paars, voor mij is iedereen gelijk', zei een vriend toen we in een café het racismedebat in de media bespraken. Volgens hem was er in veel gevallen helemaal geen sprake van racisme. Wat had ik hem graag op zijn blauwe ogen geloofd. 

De aanpak van racisme wordt enorm gehinderd doordat veel mensen denken zoals deze vriend. Ze erkennen dat er enge racisten zoals die in Christchuch bestaan en vinden dat heel naar. Maar in het dagelijkse leven tussen gewone en fatsoenlijke mensen zien ze gelukkig weinig racisme en zelf letten zij ook helemaal niet op huidskleur of afkomst. Niet geheel toevallig tref je deze houding in het bijzonder aan bij mensen van wie de huidskleur, afkomst of religie er vrijwel nooit toe leidt dat ze een baan niet krijgen, een restaurant of disco niet in mogen of preventief gefouilleerd worden door de politie. Ervaring als slachtoffer van deze vorm van discriminatie ontbreekt dus maar ze hebben er wel een mening over. En dat is eigenlijk net zo raar als (cis*) mannen beweren dat bevallen helemaal geen pijn doet.

Kleurenblind

Doen alsof je zelf helemaal geen oog hebt voor verschillen in afkomst of huidskleur en alsof het gewoon geen probleem is, is niet typisch Nederlands. De Amerikanen hebben er een woord voor: 'color-blindness’. Dan gaat het er niet om dat mensen geen verschil zien tussen rood en groen maar er heilig van overtuigd zijn geen oog te hebben voor afkomst en huidskleur en mensen pretenderen alleen te kijken naar het individu. Dat zou heel nobel zijn als het waar was. Maar in de praktijk werkt het zo niet. Onderzoek van wetenschappers zoals Richeason en Nussbaum en Poteat en Spanierman, toonde aan dat ‘colorblindness’ gepaard gaat met meer vooroordelen in plaats van minder. Doen alsof je geen oog hebt dat iemand een donkere huidskleur of Turkse afkomst heeft, blijkt een slechte strategie als je discriminatie wilt voorkomen. 

Maar wat werkt dan wel? Als die vriend in het café racisme zo afschuwelijk vindt zoals hij zelf beweert, wat moet hij dan doen om het te bestrijden? Onderzoeken laten zien dat het gaat om een combinatie van (1) erkennen dat racisme voorkomt, (2) erkennen dat racisme verkeerd is, en (3) erkennen dat je zelf ook vooroordelen kunt hebben. In dat geval kun je ook de meer onbewuste vooroordelen onder controle krijgen. Het probleem bij ‘colorblindness’ is dat ontkend wordt dat mensen vrijwel direct andere mensen indelen in ‘hokjes’. Ideaal zou zijn als we niemand in een hokje plaatsen en elk individu met een open blik benaderen, maar zo werkt het niet in de praktijk. 

Hokjes

Bij een ontmoeting delen mensen anderen direct in, in de categorieën waar in de samenleving al eeuwenlang veel waarde aan wordt gehecht: binnen een fracties van seconde bepaal je of iemand man of vrouw is, tot de ‘eigen’ etnische groep behoort, et cetera. Dat indelen in hokjes is vrijwel onmogelijk af te leren maar de negatieve (of juist overdreven positieve) oordelen die komen kijken bij de indeling in hokjes wél. Bijvoorbeeld door écht te luisteren naar de verhalen van niet-witte mensen, hun ervaringen met discriminatie en racisme, hun perspectief en je in te leven in hun positie. Onderzoek wijst uit dat dit vooroordelen, ook de meer onbewuste, kan verminderen. 

Mensen geloven graag dat zij in een wereld leven waar je huidskleur, afkomst of religie er niet toe doen als het gaat om kansen op de arbeidsmarkt, veiligheid op straat of acceptatie van buurtbewoners. Maar daarmee ontkennen we de ervaringen en werkelijkheid van niet-witte Nederlanders, en het dwarsboomt de aanpak ervan. En de vraag is of je dat wilt, zeker als je zelfs paarse mensen accepteert. 

Anderen bekeken ook

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Zolang we open er met elkaar over blijven praten en niet onszelf verliezen in de droom dat het bij ons niet voorkomt. Is het een taboe?

Jouw bijdrage

7 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.