Het artikel van Sheila Sitalsing in de Volkskrant heeft nogal wat stof doen opwaaien. Sitalsing schrijft met waardering over de Surinaamse opvoeding. Wat mij opvalt aan haar stuk en de reacties daarop is dat de verschillen tussen dé Surinaamse en dé Nederlandse opvoeding zo scherp worden neergezet.

In diverse reacties, onder andere van Surinaamse professionals, wordt gewezen op de nadelen van de kenmerken van de Surinaamse opvoeding. Kinderen zijn niet gebaat bij (dreigen met) lichamelijke straf, met nadruk op gehoorzaamheid en luisteren. De reacties zijn begrijpelijk en deels terecht. Bij een strenge en kille autoritaire opvoeding zijn maar weinig kinderen gebaat, evenals bij vernedering of fysieke straf.

Mij viel echter vooral op hoe, zowel in het artikel als in de reacties, de verschillen tussen dé Surinaamse opvoeding en dé Nederlandse opvoeding zo scherp worden neergezet. Zelf deed ik al zo’n twintig jaar geleden voor het eerst onderzoek naar opvoedwaarden, -doelen en stijlen in (Afro-)Surinaamse gezinnen. Ik interviewde een groot aantal moeders uitgebreid, observeerde in gezinnen, ondervroeg tieners en later ook vaders. Er vielen me zaken op die anders waren dan in autochtoon-Nederlandse gezinnen. Later, bij een vergelijkende analyse met data over autochtoon-Nederlandse gezinnen, konden we vaststellen dat er inderdaad verschillen waren. Evenals overeenkomsten. Ja, de meeste Surinaamse moeders die ik sprak vonden het belangrijk te benadrukken dat hun kind niet hun vriendje was. Enig verschil tussen ouders en kinderen was belangrijk. Ze gruwelden van taferelen op straat waarbij autochtoon-Nederlandse kinderen hun ouders respectloos bejegenden, ze uitscholden of zelfs sloegen of schopten. Respect voor je ouders is een belangrijke kernwaarde in de Surinaamse opvoeding, zo bevestigden de jongeren die we spraken ook. Er hoort bij dat je niet binnenloopt met ‘hoi’ bij de ouders van je Surinaamse vriendje of vriendinnetje, zoals hilarisch staat beschreven in het boek 'Waarom? Daarom! Opvoeden op z'n Surinaams' van Roué Verveer.

Huiswerk

Maar ook kwam naar voren dat respect tonen op verschillende manieren kan. Bij sommige moeders was het belangrijk dat kinderen ‘u’ zeiden, bij andere minder of niet. Sommige moeders eisten absolute gehoorzaamheid van hun kinderen, anderen zochten naar nieuwe manieren van omgaan met elkaar en een opener communicatie. De opvoeding was – al in de jaren ‘90 – erg veranderd ten opzichte van de opvoeding in de generatie van de eigen ouders, een onderwerp waar we uitgebreid over spraken. Vaders, met wie ik voor een ander onderzoek enkele jaren later interviews hield, deelden deze mening. Een boeman wilden ze niet meer zijn. Ze zochten naar nieuwe invullingen van het vaderschap.

In zowel Surinaamse als Nederlandse gezinnen waren en zijn ontwikkelingen gaande waarbij autonomie en onderhandelen met kinderen belangrijker wordt dan voorheen

Het onderzoek onder moeders liet zien dat er accentverschillen zijn tussen Surinaamse en Nederlandse opvoeders, gemiddeld. Wat meer nadruk op presteren bijvoorbeeld, iets meer nadruk op conformiteit, iets minder op autonomie, in veel gezinnen. Meer gezinnen waar een vader in huis ontbrak en moeders grotendeels alleen – bijgestaan door vrouwen uit haar netwerk - de kinderen opvoedde. Tussen individuele gezinnen waren echter grote verschillen, onder andere samenhangend met opleidingsniveau van ouders en jongeren. Ook in Nederlandse gezinnen is dat zo. Er zijn hordes autochtoon-Nederlandse ouders die gruwelen van de in hun ogen brutale manier waarop zij andere autochtone kinderen met hun moeder of vader zien omgaan, of van de te grote vrijheid, of te weinig taken, die die kinderen thuis krijgen. In zowel Surinaamse als Nederlandse gezinnen waren en zijn ontwikkelingen gaande waarbij autonomie en onderhandelen met kinderen belangrijker wordt dan voorheen. Bovendien, in veel gezinnen komen Nederlandse en Surinaamse opvoeding letterlijk samen; als partners samen kinderen krijgen.

Natuurlijk, er zijn accentverschillen. Er zijn ook Surinaamse gezinnen waar ‘de Surinaamse opvoeding’ zoals beschreven in het artikel nog aanwezig is. Waarbij die opvoedstijl mogelijk anders wordt ervaren dan door autochtone kinderen, als die in meer gezinnen om hen heen de standaard is. Het trof mij hoe Surinaamse jongeren de klappen die ze thuis kregen of waarmee werd gedreigd weglachten, in gesprek daarover. Dat kan ook een manier zijn om er mee om te gaan. Mijn eigen kinderen zou ik het niet gunnen. Maar in veel gezinnen zijn combinaties van opvoedstijlen gemaakt. Ik deel, ik denk met veel andere autochtone ouders, met Sitalsing de waardering voor bepaalde aspecten die vermoedelijk blijvend van belang zijn in veel Surinaamse gezinnen. Respect voor ouders, het voorbereiden van dochters op de kans dat zij het later alleen moeten doen, en daarmee de nadruk op economische zelfstandigheid (je diploma is je man). Verstandig, ook voor Nederlandse gezinnen, waar veel relaties in scheiding eindigen. De warmte en gezelligheid die ik in veel gezinnen aantrof. Dé Surinaamse opvoeding bestaat gelukkig niet, evenmin als dé Nederlandse.

Opvoedondersteuning

Bij toegenomen diversiteit doen zich bij ouders en professionele opvoeders vragen voor over opvoeden. De afgelopen jaren onderzocht het Verwey-Jonker Instituut binnen Kenniswerkplaats Tienplus hoe opvoedondersteuning nog beter kan worden afgestemd op de diverse bevolking van Amsterdam. Kennisplatform Integratie & Samenleving voert momenteel een project uit met als doel om (trainings)modulen voor opvoedondersteuning te ontwikkelen. Wilt u op de hoogte blijven van de voortgang van dit project? Stuur een e-mail naar communicatie@kis.nl.

1 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Ik vind het goed dat dit soort relativerende artikelen geschreven worden want mensen kunnen soms echt van die vooroordelen hebben, zelfs bij ons op het schoolplein hier op de <a href="https://www.instituutschreuder.nl">basisschool in Amsterdam</a>. Dan denk ik soms van wat een rare opvattingen allemaal..

Jouw bijdrage

1 + 4 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.