Ik zie het steeds weer: keuzes gemaakt op basis van te weinig, verouderde en zelfs verkeerde informatie. In veel gevallen niet alleen gevoed door gevoelens, maar ook door vooroordelen. Dit geldt zowel voor beleidsmakers op het integratievlak als voor mensen die besluiten om een toekomst in een ander land op te bouwen. Zoals de EU-migranten. Of dat nu Polen, Roemenen, Grieken of Spanjaarden zijn.

Om met de Europese migranten te beginnen: over welke kennis beschikken zij om weloverwogen keuzes te maken? De keus om te emigreren begint met voorbereiden, met informatie vergaren en stilstaan bij vragen als: wat staat me te wachten, wat voor acties moet ik ondernemen, wat zijn de consequenties op korte, maar ook op lange termijn? Voor mij, maar ook eventueel voor mijn gezin? Die informatie is lang niet altijd – zeker niet in het land van herkomst – voorhanden, ook al lijkt op het eerste gezicht dat alles wel op het internet staat. Bovendien spelen andere factoren een rol. Zoals de gevoelde noodzaak om te migreren. Of de illusie dat je in Nederland in korte tijd genoeg geld kan verdienen om terug te keren.

De praktijk wijst uit dat zelfs goed voorbereide en opgeleide migranten tegen onverwachte situaties, procedures en wetgeving aanlopen die in de ogen van velen onbegrijpelijk zijn. Laat staan voor nieuwkomers. Soms helpt het om te kijken hoe anderen het doen en te praten met andere migranten die hier al langer zijn. Ook spreekuren waar men (in de eigen taal) snel verder wordt geholpen op basis van adequate informatie zijn van groot belang. Het helpt om zo snel mogelijk de Nederlandse taal te leren en de samenleving te leren kennen. Hierin faciliteren is in ieders belang. Hoe eerder nieuwkomers hier bewust van zijn, hoe beter. Zodat zij zich niet door de gedachte ‘ik kom maar voor korte tijd, ik blijf niet’ laten verleiden tot het uitstellen of het maken van verkeerde keuzes.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook migranten die (nog) niet weten of zij in Nederland blijven, toch investeren in hun verblijf hier?

Beleidskeuzes op het vlak van integratie worden in het beste geval (mede) gebaseerd op onderzoek. De vraag is of dat genoeg is. Zelfs gedegen onderzoek laat veel vragen onbeantwoord. Zoals: wat maakt dat migranten zich snel thuis voelen? Of: hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook migranten die (nog) niet weten of zij in Nederland zullen blijven, toch investeren in hun verblijf hier? Daarbij is het aantal onderzoeken naar de nieuwe EU-migranten in Nederland (met uitzondering van de Polen) op één hand te tellen. Terwijl er voldoende signalen zijn dat de diversiteit zowel binnen als tussen de groepen EU-migranten enorm is. Het is verstandig bestaande kennis en lacunes hierin aan te vullen in samenspraak met migranten én met de professionals die met hen in contact zijn. Nog verstandiger is het om niet alleen goed te luisteren naar hun vragen, maar vooral ook naar de oplossingen die zij aandragen.

Beleidskeuzes worden namelijk medebepaald door de politieke wind die in een gemeente en samenleving waait. Een wind die in de richting waait van de kortetermijnwinst, aangewakkerd wordt door sentimenten en op haar beurt weer die sentimenten voedt. Sentimenten die worden ingegeven door vooroordelen, door de krantenkoppen die keer op keer de negatieve aspecten van migratie belichten en de migrant neerzetten als baantjespikker, profiteur en/of crimineel. Zodat we uit het oog verliezen dat migranten gewone mensen zijn. Gelukzoekers die, net zoals u en ik, er niet op uit zijn om tegen het laagst mogelijke loon zoveel mogelijk uren te werken, maar een beter bestaan voor zichzelf en hun gezin willen opbouwen. En ja, zelfs willen integreren. Oftewel zich thuis willen voelen in Nederland.

Vaak gaat dat vanzelf, heel vaak echter ook niet. Niet alleen de taal maar ook de omstandigheden kunnen belemmerend zijn. In mijn ogen zou dé vraag moeten zijn: hoe maken we met z’n allen die belemmeringen zo klein mogelijk? In plaats van alsmaar de dijken te willen verhogen. Ik durf te beweren dat dit namelijk geen effectieve strategie is, zeker niet op de lange termijn. En let wel: dit zeg ik op basis van kennis. De kennis die ik de afgelopen veertig jaar heb opgedaan. Als kind van arbeidsmigranten, als bestuurslid van een zelforganisatie, als medewerker van stichting Lize, maar vooral ook als weldenkend mens die bij het maken van keuzes verder wil kijken dan het hier en nu.

Jouw bijdrage

7 + 13 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.