Kinderen met 'gemengde' ouders worden op dezelfde hoop gegooid als kinderen met een migratieachtergrond. Deze tweet over recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam trok direct mijn aandacht. Als ‘witte’ moeder van gemengde kinderen valt me op wat de gevolgen zijn als je in een bepaalde categorie wordt ingedeeld. Een subtiel maar sluipend proces dat maakt dat mijn Nederlandse kinderen zeggen: ‘Ik ben geen Nederlander.’

Mijn zonen hebben Afghaans en Nederlands bloed. Al vroeg merkte ik dat zij, en daarmee ook ikzelf, door deze mix in een andere categorie mensen werden ingedeeld. Zo werden mijn kinderen opgeroepen voor inentingen waar ‘100% Nederlandse kinderen’ niet voor opgeroepen worden. TBC als ik het me goed herinner. Waarschijnlijk lopen mensen van buitenlandse komaf een groter risico dacht ik. Dus op zich prima.

Schoolkeuzes

Net zo prima was het dat ik toen mijn kinderen de leerplichtige leeftijd bereikten, een informatiepakket kreeg over schoolkeuzes en het Nederlands onderwijsstelsel die andere ‘100% Nederlandse ouders’ in mijn omgeving niet ontvingen. Misschien was het toeval en anders was het vast de bedoeling om de achterstand in het onderwijs aan te pakken. Op zich een goede zaak. Toch voelde het voor mij wat vreemd dat er kennelijk een causaal verband was tussen geregistreerd zijn als ‘niet-westerse allochtoon’ en een verondersteld gebrek aan kennis over het Nederlandse onderwijssysteem bij de ouders.

Een zelfde gevoel bekroop mij toen mijn zoon aangemeld werd voor huiswerkbegeleiding op de middelbare school en ik op de deelnemerslijst alleen kinderen met ‘buitenlandse’ namen zag. Natuurlijk wist ik dat hij met extra begeleiding zeker zijn voordeel kon doen. Maar tegelijkertijd vroeg ik me af of de gemengde afkomst van mijn kinderen maakte dat ik nu behoorde tot een groep ouders waarvan aangenomen werd dat die minder goed hun kinderen begeleidt.

Hoe doen jullie dat?

Als puber ontdekken mijn kinderen gaandeweg ook zelf dat ze regelmatig anders behandeld worden. Doordat de mix ook wat zichtbaar is in hun uiterlijk, moeten ze bijvoorbeeld vaker hun ID laten zien dan hun leeftijdgenoten. En ze merken regelmatig dat anderen vooral hun buitenlandse helft zien. Ook sommige ouders en docenten op school hebben de neiging om hen als ‘buitenlander’ te categoriseren. Vaak gaat het om opmerkingen als ‘hoe doen jullie dat?’. Of: ‘Hebben jullie thuis een kerstboom? Jullie zijn toch moslim?’ Hoewel goedbedoeld, schuilt er in deze opmerkingen ook een aantal vooronderstellingen dat impliceert dat zij anders zijn.

bi-etnische kinderen

Andere ‘halve’ kinderen

Het gevolg is dat mijn kinderen zichzelf niet als Nederlander beschouwen, ook al zijn ze geboren en getogen in Nederland en ik – hun moeder – Nederlands ben. Sterker nog, zij voelen zich bijna beledigd als ik zeg dat zij echt wel Nederlands zijn. Ik verbaas me over deze ontwikkeling, maar ik vind het tegelijkertijd begrijpelijk. Ik herinner mij het enthousiasme van mijn zoon toen hij na zes jaar op een witte basisschool thuiskwam van zijn eerste dag brugklas. Zijn boodschap was dat er nog meer ‘halve’ kinderen in zijn klas zaten. En zelfs kinderen die helemaal Marokkaans of Afghaans waren. Toen drong pas goed tot mij door dat hij als ‘half’ kind zich altijd anders had gevoeld dan zijn 100% Nederlandse klasgenoten.

Wij of zij?

Het is niet '100% Nederlands' versus 'de rest'

Mijn zoons ervaren ook de heersende negatieve beeldvorming over vluchtelingen, over Marokkanen en andere migrantengroepen in Nederland als een aanval op een deel van henzelf en op de mensen van wie zij houden. Berichtgeving in de media en het publieke debat lijken hen te dwingen tot een keuze voor ‘wij’ of ‘zij’, ofwel een keuze voor hun Nederlandse of Afghaanse helft. Die keuze is voor mijn kinderen dan snel gemaakt op basis van loyaliteit en solidariteit.

Dit is een keuze die eigenlijk niet gemaakt zou moeten worden. Want mijn kinderen zijn ook gewoon Nederlands, net als alle andere jongeren die hier geboren en getogen zijn. Of ze nu ‘gemengd’ zijn of niet. Het indelen in categorieën kan plausibel zijn als het helpt om specifiek beleid te ontwikkelen om bijvoorbeeld ongelijke kansen in onderwijs aan te pakken. Echter het is een misvatting om deze categorieën puur op basis van afkomst te definiëren: '100% Nederlandse’ versus ‘de rest’. Dus duw mijn kinderen niet in een identiteitsconstructie waarin zij moeten kiezen, maar geef hen de ruimte om zich breed te ontwikkelen en zich tegelijkertijd zowel Afghaans als Nederlands te voelen.

 

De foto's zijn stockafbeeldingen. Er bestaat geen relatie tussen de afgebeelde kinderen en het onderwerp van deze blog.