Blog

Hoe wit mijn naam ook klinkt, ik blijf een Turkse vrouw

Blog - 25 juli 2017

‘Anything is possible when you sound Caucasian on the phone’. Dat schreef Savanna Tomlinson, een donkere scholier uit Florida in haar jaarboek. Haar quote ging een paar maanden geleden viral op sociale media. Over het algemeen juichte men Tomlinson toe. Ook ik vond deze actie grappig en stoer, maar tegelijkertijd ook een beetje treurig.

Sinds ik de naam van mijn man heb aangenomen merk ik dat de naam Suzan de Winter, in combinatie met mijn getinte gelaat, soms voor kortsluiting zorgt bij mensen die mij voor het eerst ontmoeten. Ook dat is grappig, maar tegelijkertijd een beetje treurig.

Geen illusies

Dertig jaar heb ik de naam gedragen van mijn vader, een Turkse Nederlander. Na de scheiding heeft mijn moeder veelvuldig gevraagd of ik niet liever haar Nederlandse naam, Van Alphen, wilde aannemen. Ook om eventuele discriminatie te kunnen voorkomen. Ik maakte mij toen al geen illusies. ‘Mam, als mensen mij eenmaal zien, zien ze toch een Turkse vrouw. Hoe wit je naam ook klinkt.’

Ik heb dan ook niet de naam van mijn man overgenomen om ‘witter’ te klinken of over te komen. Mochten wij ooit een gezin stichten, dan wil ik dat wij één familie zijn, de ‘De Winters’. Niet een paar De Winters en één Koçak.

Zestig keer solliciteren

Dat alleen maar een niet-westerse naam een grote rol kan spelen op de stage- en arbeidsmarkt weten we al. In ons onderzoek naar de rol van stagediscriminatie in het mbo signaleerden wij dat vooral jongens met een Marokkaanse achtergrond het moeilijk hebben. Binnen het onderzoek hoorden we verhalen die ook terugkomen in de mainstream media. Jongeren die onder hun eigen naam solliciteren en worden afgewezen, maar als ze dezelfde brief en cv versturen met een Nederlandse naam, worden ze wel uitgenodigd.

In daaraan gelieerd onderzoek dat nu gaande is, horen we ook schrijnende verhalen. Mbo-studenten met een migratieachtergrond die meer dan zestig keer moeten solliciteren voordat zij een stageplek hebben gevonden. Terwijl medestudenten met een Nederlandse achtergrond al na één keer solliciteren een stageplek hebben. Regelmatig komen de studenten die zestig keer moeten solliciteren ook nog terecht bij een bedrijf van een ondernemer die zelf ook een niet-westerse achtergrond heeft. Is dat een wenselijke situatie?

Ik verwacht niet dat er met mijn ‘kaaskoppennaam’ een geheel nieuwe wereld open gaat, hooguit dat ik soms wat vriendelijker wordt behandeld

Sommigen dragen anoniem solliciteren aan als oplossing. Ik twijfel daaraan. Ja, je voorkomt dat iemand afgewezen wordt op basis van zijn of haar naam en juist beoordeeld wordt op zijn of haar kwaliteiten. Maar hoe gaat dat verder? Hoe gaat het dan vervolgens op de werkvloer? Vooroordelen, goedbedoelde grapjes of keiharde uitsluitingsmechanismen? Eenieder die dit in welke vorm dan ook heeft meegemaakt, weet hoeveel invloed en impact zoiets kan hebben.

Fact of life

Het onlangs gepubliceerde SCP-rapport over discriminatie stemt niet echt hoopvol. De helft van de Nederlanders erkent dat discriminatie voorkomt, maar tegelijkertijd zegt driekwart van de Nederlanders dat iets te snel als discriminatie wordt bestempeld. In het rapport staat: 'Discriminatie wordt zo een fact of life, waar mensen maar mee moeten leren omgaan.'

Nee, ik verwacht niet dat er met mijn nieuwe ‘kaaskoppennaam’ een geheel nieuwe wereld voor mij open gaat. Hooguit dat ik soms wat vriendelijker wordt behandeld. Aan de telefoon, net als Savanna.

Anderen bekeken ook

Dat studenten met een niet-westerse achtergrond meer moeite moeten doen om een stageplaats te vinden dan studenten van Nederlandse herkomst is al langer bekend. De vraag is in hoeverre dit verband houdt met discriminatie. En zo ja, hoe daar in de praktijk van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) op wordt gereageerd.

Blogger

Suzan de Winter-Koçak
Suzan de Winter-Koçak, MSc is sinds 2014 werkzaam bij het Verwey-Jonker Instituut. Als onderzoeksmedewerker houdt zij zich voornamelijk bezig met diversiteitsonderwerpen, zowel binnen het Verwey-Jonker Instituut als Kennisplatform Integratie & Samenleving.

Reageer